De Gentse reuzen zijn de reuzenfiguren die deel uitmaken van de folkloristische traditie in de Oost-Vlaamse hoofdstad Gent. De stad had en heeft een rijke reuzentraditie die teruggaat tot in de zeventiende eeuw. De reuzenfamilie is een onderdeel van de Reuzen in Vlaanderen vzw, die de reuzencultuur in stand houdt in Vlaamse gemeenten.

De beherende reuzengilden zijn lokaal verankerd en kiezen dikwijls voor dorpsfiguren als thema voor hun reus. Twee van de reuzengilden, met name de Orde van de Belleman en de Sosseteit van de Gensche Mannekes Pies Twielink zijn herkend door de organisatie via de Inventaris Vlaanderen Immaterieel Cultureel Erfgoed (ICE).

Geschiedenis

Zeventiende tem. negentiende eeuw Gent had sinds de zeventiende eeuw, zonder enige continuïteit, ongeveer 76 reuzen. Er was een onderbreking van tweehonderd jaar. Uit de eerste periode van 1662 tot 1700 zijn tien reuzen bekend. 1662 is het jaar waarvan met enige zekerheid kan gesteld worden dat er reuzen te zien waren in de ommegang. Uit dat jaar dateert de oudste betrouwbare bron; met name het feestprogramma van de ommegang tot Godtvruchtighe devotie en devote recreatie, Processiewys' vertoond door het College van de Augustijnen op 11 juni 1662. Hierin is sprake van zes reuzen die de ommegang afsluiten en begeleid worden door fluitspelers en trommelaars. Twee jaar later, in de ommegang van 1664, worden acht reuzen meegedragen: Reus, Reuzin, vier Reuzenkinderen, de dansende Moor en de Morin.Daem, M. (2000)

In de programmabrochure van 1687 'Vermaeckelyken Ghendtschen Omganck' staat op de kaft: "Met Reus en Reusinnen, Leeuwen, etc .". De processie van recreatie bestond uit negen triomfwagens, twaalf opgetooide beesten, twee Indianen en zes reuzen. Ook in 1688 worden de reuzen in het feestprogramma vermeld. De reuzen worden het jaar nadien voor de laatste keer vermeld in het programma van de '''Wytvermaerden Ommeganck' (eersten Juny 1698). De reuzenfamilie en de twee indianen waren nog altijd in de ommegang aanwezig.

In 1708 werd het materiaal van de ommegang openbaar verkocht. In 1722 werd de honderdste verjaardag van de ommegang gevierd, maar de reuzen bleven achterwege. Dit was de laatste recreatieprocessie van de paters Augustijnen.

Vanaf 1700 tot het einde van de negentiende eeuw was er slechts één reus. Voor de negentiende eeuw valt slechts een ommegang te Gent te vermelden, namelijk die van zondag 25 juni 1899 in het Citadelpark, waar toen de Provinciale Tentoonstelling van Oost-Vlaanderen van 1 juni tot 1 oktober 1899 gehouden werd.

Twintigste eeuw In de periode 1900-1996 telde de stad 65 reuzen, waarvan 54 van na de Tweede Wereldoorlog dateren.

De reuzen Kwinten en Amanda werden omstreeks 1905 ingehuldigd door de dekenij Heuvelpoort. Tijdens de Gentse Feesten van 1927 werden ze tentoongesteld in het voormalige Folkloremuseum in de Lange Steenstraat in Gent. Ze kregen in 1948 een reuzenkind, Roland, als herinnering aan Klokke Roeland. De dekenij hield op met deze reuzen in 1958.

Nieuwe stadsreuzen ontstonden na de Tweede Wereldoorlog, tussen 1947 en 1950, met de steun van de Koninklijke Unie van de Middenstand te Gent. Volgens de legende zijn de tien stadsreuzen de stichters geweest van de stad Gent en vertegenwoordigen ze de vier stichtende families: Karelmanje (Keizer Karel) en Roeland van Roncevalles vertegenwoordigen de Karolingische familie. Graaf Arnulf, zijn dochter Lutgarde en haar echtgenoot graaf Wicman van Hameland zijn de reuzen die verwijzen naar de Arnulfiden. miniatuur|Reuzen Albrecht en Isabella (Huis van Alijn) Korte achtergrond: Karel de Grote (747 of 748 - 814) (Karel Manje in het Frankisch) was de machtige Karolingische koning en keizer, grondlegger van het Frankische Rijk in de achtste en de negende eeuw, en wordt geassocieerd met de mythe van Roncesvalles via zijn paladijn Roeland, een van de twaalf grootvazallen van Karel de Grote, die sneuvelde in de Slag bij Roncesvalles (778), een gevecht met de Basken, hoewel de legende veel later werd opgeschreven. Graaf Wichman IV van Hamaland (ca. 920-974) werd burggraaf van Gent door zijn huwelijk in 955 met Liutgard van Vlaanderen (of Lutgarde) (ca. 935-964). Dit aangezien zij de dochter was van Graaf Arnulf I van Vlaanderen (ca. 889-965) of Arnulf de Grote, graaf van Vlaanderen.

De reuzenversies van Aartshertog Albrecht van Oostenrijk en Aartshertogin Isabella van Spanje werden op 23 maart 1947 in het bevolkingsregister van Gent ingeschreven. Ze werden gemaakt in opdracht van de dekenij Sleepstraat om mee te wandelen in de Folklore- en Handelsstoet. In 1604 had het vorstenpaar een bezoek gebracht aan de Heilige Kerst- of Sint-Salvatorkerk in de Sleepstraat. Met deze reuzenoptocht wilde de dekenij dit moment herdenken.

Op 8 mei 1949 had de 'Stoet 1000 jaar Gent' plaatst. De eerste groep droeg de titel ‘De legendarische stichters van de stad Gent’. De Hertog der Vandalen Carineus, de Keltische stammen en de Romeinse veldheer Julius Caesar werden uitgebeeld door reuzen: Carineus en Corduna werden vergezeld door hun dochter Ganda en de peter en meter Gaïus en Cesarine. De groep ‘De nieuwe stad op de Hoogpoort’ liet ook historische reuzen opdraven, met name graaf Arnulf, zijn dochter Lutgarde en haar gemaal graaf Wickman, om dit tijdvak uit te beelden.

In 1947 werden de reuzen Tjaak (in het lokale dialect Tsjoak genoemd) en Ivo gecreëerd, aanvankelijk vergezeld door jongeren verkleed als hun evenbeeld, waarvan sommige kostuums bewaard zijn gebleven. Na verloop van tijd verdwenen de originele hoofden en werden ze in 1978 vervangen door handgemaakte modellen. Tien jaar later, ter gelegenheid van het jubileum van het dekenaat, werden Tjaak en Ivo volledig gerenoveerd met prachtig vervaardigde nieuwe hoofden van René Coune. Ook werd er voor de gelegenheid een derde reus gemaakt, Kleine Charel.Daem, M. (2001)

De stad Gent had een rijke traditie van ‘reuzen’. Eertijds kon Gent zelfs aanspraak maken op de eretitel van ‘reuzenstad’. Sinds 1974 lopen de Gentse reuzen mee in de openingsstoet van de jaarlijkse Gentse Feesten. Voor de fusie van 1977 telde de stad minstens 25 reuzen, waarvan tien stadreuzen en ongeveer vijftien reuzen verspreid over de verschillende dekenijen of buurten.

21ste eeuw Het is een traditie geworden dat Gentse reuzen hun intrek nemen in de Sint-Niklaaskerk tijdens de Gentse Feesten. De reuzenhoofden van Albrecht en Isabella werden gerestaureerd en zijn sinds begin 2023 terug in het Huis van Alijn. De dochter van Eli De Rijck, voormalig opperdeken en deken van de Korenmarkt, lanceerde in de zomer van 2023 het idee van een reuzenbal op het Sint-Pietersplein met alle reuzen van Vlaanderen, naast een reuzenoptocht tijdens de Gentse Feesten.

In april 2025, na jarenlang zoeken, herontdekte de reuzenjager Tristan Sadones zes van de tien historische reuzen, gemaakt tussen de jaren 1940 en 1950. Ze lagen opgeborgen in een huis aan de Gentse Hoogstraat. Ze werden tentoongesteld tijdens de Gentse Feesten 2025, maar er is nog geen duurzame oplossing gevonden om ze te beschermen.

In december 2025 vond Sadones ook de drie reuzen van de Koninklijke Dekenij Normaalschoolstraat Zwijnaardsesteenweg, die in een garage waren achtergelaten door een gebrek aan middelen en vrijwilligers om ze te restaureren. Het gaat om de reuzen Tsjoak, Ivo en Kleine Charel. De eerste twee hadden geen kleren meer.

Overzicht miniatuur|Deelgemeenten van Gent Gent en zijn deelgemeenten hebben samen 57 reuzen. Vier van de vijftien deelgemeenten hebben geen eigen reuzen, met name Desteldonk, Mendonk, Sint-Kruis-Winkel en Afsnee.

Nr.DeelgemeenteAantalNamen van de reuzenIGent27Zie Reuzen van GentIIMariakerke2Pier de Jager, KoletteIIIDrongen2Baarle: Karel van Baerle, Anne-MieIVWondelgem3De Drie Wijzen: Balthasar, Caspar en MelchiorVSint-Amandsberg3Mieleke, Fientje, Vrouwe JustitiaVIOostakker7Goliath van Walput, Petronella van Seles-Kerst, Petrus van Walput, Stanske van 't Meuleken, Maurice van Walput, Annie van Oostakkerdorp, Roger de LetterVIIDesteldonk -VIIIMendonk -IXSint-Kruis-Winkel -XLedeberg7Cies de Ajuinboer, Dutske, Abel, Romain Deconinck, Koen Crucke, Roger Janssens, Den Buit'nluperXIGentbrugge2Boer Bolle, Tine Van GentbruggeXIIAfsnee -XIIISint-Denijs-Westrem1Jan BorluutXIVZwijnaarde3Dirk van de Zandvoorde, Aldegonde van de Kerkstraat, Leentje van de Kelderij Reuzen van Gent Op basis van verschillende bronnen kan een lijst van bestaande en verdwenen (aangegeven met †) reuzen uit de verschillende wijken en dekenijen van Gent samengesteld worden: Historische reuzen In 1947 ontstonden de reuzen Albrecht (†) en Isabella (†) die de aartshertog Albrecht en aartshertogin Isabella, die de Zuidelijke Nederlanden bestuurden, verbeelden. Het waren ceremoniële stadsreuzen die politieke macht, stedelijke trots en historische herinneringen symboliseren. Albrecht werd voorgesteld als een adellijke heer uit de late zestiende of de vroege zeventiende eeuw. Hij droeg een rijk kostuum met een stijf borststuk, een geplooide kraag (molensteenkraag), wijde mouwen en een zware ketting met een insigne. Zijn geschilderde gelaat gaf hem een statige, gezaghebbende uitstraling. Isabella werd voorgesteld als een vorstelijke dame in een lange, fluwelige japon met contrasterende panelen, een diep uitgesneden en gekruist rijglijf, en eveneens een molensteenkraag. Ze is rijk versierd met kettingen en sieraden. Haar hoofdtooi en fijn geschilderde gelaatsuitdrukking benadrukken waardigheid en elegantie. In haar hand houdt hij een opgerolde akte of staf, symbool voor macht en bestuur. In 1967 werden de reuzen toevertrouwd aan het toenmalige Museum voor Volkskunde, het huidige Huis van Alijn. Nu zijn enkel nog de hoofden overgebleven. miniatuur|Het Loze Vissertje & Molenarinnetje Daarnaast waren er tien stadsreuzen waarvan er nu nog slechts zes bestaan. Deze reuzen werden teruggevonden in april 2025 en zijn momenteel in privé eigendom. Het gaat om:

Hertog Carineus: Volgens een legende zou deze reus vernoemd zijn naar Carineus, de stamhoofdman van een zwervende volksstam, de Wandalen. Graaf Arnulf (1947) en Wicman (1947) stellen de graaf Arnulf de Grote en graaf Wicman van Hameland, echtgenoot van Arnulf's dochter Lutgarde, voor. Die reuzen verwijzen naar de Arnulfiden, een familie die volgens de legende mee aan de wieg stond van de stad Gent. Arnulf was de derde graaf van Vlaanderen en verbleef op het Gravensteen. Karelmanje (1950) en Reus Roeland van Roncevalles vertegenwoordigen de Karolingische familie die volgens de legende Gent mee gesticht hebben. Het Loze Vissertje heeft een grote, karikaturale kop met een brede glimlach, opvallende neus en expressieve ogen. Jij draagt een donkere hoed, heeft kleurrijke, volks kleding: een rode mantel of cape, een geruit hemd, en een blauwe rok. In zijn handen houdt hij een touw en een geweer. Het Molenarinnetje (september 1952), gebaseerd op het bekende Vlaamse volksliedje "Dat loze molenarinnetje", maakt deel uit van de reuzengroep in de Gentse wijk Heirnis. Ze wordt vaak in een adem genoemd met andere traditionele Gentse reuzen, zoals het "Loze Vissertje" en "Tjenne de Strop". Bij de inhuldiging waren 't Molenarinnetje en 't Loze Vissertje vergezeld van vier reuzenvissen de snoek, de forel, de tarbot en de karper. Zij waren geen lang leven beschoren, want het jaar nadien waren ze al uit de Bloemencorso verdwenen. Hertogin Gorduna (†) was de echtgenote van Hertog Carineus, maar is nog niet teruggevonden. Dit geldt ook voor hun dochter Ganda (†) of Gandatje.