Claire Maurier (Céret, 27 maart 1929 – Strenquels, 3 mei 2026), geboren als Odette Michelle Suzanne Agramon, was een Franse actrice. Ze was te zien in ruim veertig films, meestal komedies. Daarnaast werkte ze ook dikwijls voor de televisie en voor het theater.

Leven en werk Afkomst en opleiding Maurier werd geboren in het zuiden van Frankrijk, in Céret, een stadje in de Pyrénées-Orientales. Haar moeder was afkomstig uit Cannes en haar vader was een Catalaan. Heel jong al kwam ze in contact met de film- en toneelwereld omdat haar vader spektakelzalen opfriste of herinrichtte. Zo woonde ze een opvoering van Daudets toneelstuk L'Arlésienne bij in Toulouse. Ze kreeg de toneelmicrobe te pakken. Als ze zestien jaar was werd ze toegelaten aan het Conservatorium van Bordeaux. Twee jaar later trok ze naar Parijs om er les te nemen bij de prestigieuze Cours Simon. Toneel In 1952 maakte Maurier haar debuut op de Parijse planken, in een komisch stuk van de hand van Jean Girault en Jacques Vilfrid. Twee jaar later speelde ze mee in een adaptatie van Lysistrate, een klassiek Oudgrieks stuk van Aristophanes. Ze bleef acteren op de bühne, zij het met heel wat tussenpozen.

Vermeldenswaardige dramaturgen die ze vertolkte waren Françoise Sagan, Tennessee Williams (Sweet Bird of Youth en Cat on a Hot Tin Roof), Marc Camoletti, André Roussin en Victor Hugo. In 1994 maakte ze deel uit van de cast die het toneelstuk Un air de famille (van het koppel Jean-Pierre Bacri-Agnès Jaoui) creëerde. Televisie Ook het brede televisiepubliek kon genieten van Mauriers acteertalent dankzij Au théâtre ce soir. Dit populaire programma (1966-1986) zond wekelijks een toneelstuk uit, meestal zedenkomedies en boulevardstukken, dat speciaal werd opgenomen voor de televisie. Maurier speelde mee in zes stukken. Het bekendste was Cash-Cash waarin ze verscheen naast getalenteerde komische acteurs als Jean Lefebvre en Darry Cowl.

Daarnaast speelde ze mee in enkele films. In Le Rabat-joie (1978) was ze een bakkersvrouw die te veel succes heeft bij de mannelijke klanten. In haar laatste, de komedie La Guerre du Royal Palace (2012), vertolkte ze de moeder van twee zonen, een verzetsstrijder en een collaborateur.

Ze was ook te zien in meerdere (mini)series. Vermeldenswaardig zijn haar rol van de vrouw bij wie haar broer weduwnaar en zijn drie kinderen intrekken in het erg succesrijke Vive la vie (1966-1970), van oude roddelaarster met een scherpe tong in het komische Faites comme chez vous! (2005) en van moederfiguur in een hartelijke maar disfunctionele excentrieke familie in het tragikomische La Famille Katz (2013). Jaren vijftig: debuut op het witte doek Haar eerste films waren weinig opzienbarend. Toch deden enkele van die films de kassa's flink rinkelen:

de historische en komische avonturenfilm Un caprice de Caroline chérie (1952) waarin Maurier het kamermeisje was van de aristocratische Caroline,

de komische muziekfilm La Belle de Cadix (1953), de filmversie van een toen heel populaire operette die de faam van Luis Mariano als zanger en als jeune premier definitief bevestigde. Maurier speelde zijn possessieve verloofde,

de in hoge regeringskringen gesitueerde komische Bardotfilm Une Parisienne (1957) toonde Maurier in de rol van de jonge echtgenote van een kolonel en

de thriller Les Canailles (1959). Hoogtepunten in haar filmcarrière In datzelfde 1959 kreeg ze eindelijk haar eerste echt belangrijke rol in het coming of age drama Les Quatre Cents Coups als de liefdeloze en narcistische moeder die geen genegenheid koestert voor haar twaalfjarige zoon Antoine. Nouvelle vagueikoon François Truffaut verwerkte zijn woelige jeugd in zijn erg succesrijke debuutfilm die het eerste luik vormde van de Doinel-cyclus.

In 1963 was Maurier te zien in de La Cuisine au beurre, als ongewilde bigamiste, aan de zijde van Fernandel en Bourvil, twee 'monstres sacrés' van de Franse komedie. Ze speelde de vrouw van restaurantuitbater Fernandel die enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog thuiskomt uit krijgsgevangenschap en merkt dat zij ondertussen is hertrouwd met Bourvil. Deze komedie was de succesvolste Franse film van het jaar.

Twee jaar later werd Maurier gecast als de gecultiveerde, libertijnse courtisane en schrijfster Ninon de Lenclos in Merveilleuse Angélique (1965) het tweede succesrijke deel van de vijfdelige commerciële voltreffer 'Angélique'-filmreeks van regisseur Bernard Borderie. Het waren allemaal sentimenteel gekleurde avonturenfilms die zich afspeelden tegen de historische achtergrond van de Franse 17e eeuw.

Daarna kwam de filmcarrière van Maurier op een laag pitje te staan. Vijftien jaar en zeven films later, in 1978, knoopte ze opnieuw aan met het grote succes dankzij Edouard Molinaro, een talentrijke en gedegen vakman met wie ze al vier films draaide. La Cage aux folles, die uitgroeide tot de Franse film die dat jaar het meest opbracht aan de Franse filmkassa's, werd hun laatste en succesrijkste samenwerking. In deze komedie vertolkte ze Simone, een zakenvrouw die een ondertussen volwassen zoon (Laurent) heeft uit een relatie met Renato. Sinds twintig jaar is Renato de helft van een homoseksueel koppel dat een travestiecabaret uitbaat. En Renato heeft nu een ernstig probleem: Laurent gaat namelijk trouwen en de vader van de bruid, een vooraanstaande ultraconservatieve politicus, wenst kennis te maken met de aanstaande schoonfamilie van zijn dochter. Hoe de hulp van Simone inroepen zonder zijn wederhelft te miskennen?

In Un mauvais fils (Claude Sautet, 1980) was Maurier te zien als de ouder wordende maar nog steeds aantrekkelijke Madeleine die een verhouding heeft met de vader van een pas uit de gevangenis ontslagen drugshandelaar. Die verneemt dat zijn vader hem verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn moeder maar ontdekt ook dat de relatie met Madeleine lang voor het overlijden van zijn moeder is begonnen.

Na bijna vijftien jaar afwezigheid op het witte doek maakte Maurier een tweede comeback. Op vraag van regisseur Cédric Klapisch hernam ze in de bijtende tragikomedie Un air de famille (1996) haar rol van het gelijknamige toneelstuk. Daarin gaf ze gestalte aan de dominante, achterbakse en chagrijnige weduwe geworden matriarch van een familie die iedere week samenkomt in het café van de oudste zoon.

Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain kende fabuleus veel bijval in 2001. Regisseur Jean-Pierre Jeunet (2001) castte Maurier als een ex-circusartiest die de bazin is van het café in Montmartre waar het titelpersonage Amélie werkt. Ook deze eigenzinnige romantische komedie was de succesvolste Franse film van het jaar.

De ontroerende tragikomedie La Tête en friche (Jean Becker, 2010) toonde Maurier als de hatelijke en nalatige moeder van een vijfenveertigjarige eenvoudige zoon die nagenoeg analfabeet is. Die zoon maakt op een dag kennis met een bejaarde en heel gecultiveerde dame die veel heeft gereisd en heel veel leest. Privéleven Maurier was gehuwd met de acteur Jean-Renaud Garcia (die haar in 2010 in haar laatste toneelstuk regisseerde, een adaptatie van de roman Le Capitaine Fracasse).

Ze overleed in 2026 op 97-jarige leeftijd. Filmografie (ruime selectie) 1950 - Les vacances finissent demain (Yvan Noé) 1951 - Ce coquin d'Anatole (Émile Couzinet) 1952 - Un caprice de Caroline chérie (Jean Devaivre) 1953 - La Belle de Cadix (Raymond Bernard en Eusebio Fernández Ardavin) 1956 - Les Aventures de Gil Blas de Santillane (René Jolivet en Ricardo Muñoz Suay) 1957 - Une Parisienne (Michel Boisrond) 1958 - Le Dos au mur (Edouard Molinaro) 1959 - Les Quatre Cents Coups (François Truffaut) 1959 - Les Canailles (Maurice Labro) 1959 - Une fille pour l'été (Edouard Molinaro) 1960 - Une gueule comme la mienne (Frédéric Dard) 1961 - Les Livreurs (Jean Girault) 1963 - La Cuisine au beurre (Gilles Grangier) 1965 - Merveilleuse Angélique (Bernard Borderie) 1965 - Quand passent les faisans (Edouard Molinaro) 1969 - La Fiancée du pirate (Nelly Kaplan) 1972 - Le Gang des otages (Edouard Molinaro) 1975 - Impossible... pas français (Robert Lamoureux) 1977 - Les Petits Câlins (Jean-Marie Poiré) 1978 - La Cage aux folles (Edouard Molinaro) 1979 - La Ville des silences (Jean Marbœuf) 1980 - Un mauvais fils (Claude Sautet) 1996 - Un air de famille (Cédric Klapisch) 2001 - Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain (Jean-Pierre Jeunet) 2002 - La Petite Prairie aux bouleaux (Marceline Loridan-Ivens) 2006 - La Vie d'artiste de (Marc Fitoussi) 2006 - Les Ambitieux ( Catherine Corsini) 2010 - La Tête en friche (Jean Becker)

Nominaties 1981 - César voor beste vrouwelijke bijrol voor Un mauvais fils 1995 - Molière voor beste vrouwelijke komische bijrol voor het toneelstuk Un air de famille

Externe link

Categorie:Frans acteur Categorie:Frans filmacteur