Het gedenkteken voor de Zoeaven is een herdenkingsmonument op het Zouavenplein in Koksijde. Het werd opgericht ter nagedachtenis van de Franse zoeaven die tijdens de Eerste Wereldoorlog op Belgisch grondgebied sneuvelden. Het ontwerp kwam van de Parijse architect René Clozier en de inhuldiging vond plaats op 21 mei 1934. Sinds 2009 is het beschermd als onroerend erfgoed door de Vlaamse overheid.
Ontwerp en architectuur Het monument is vervaardigd uit blauwachtig graniet, granit bleuté genoemd en staat op een ovaal bakstenen terras met een cirkelvormig bloemenperk. De zuil rust op een klokvormige sokkel en heeft een zeshoekige obeliskvorm met een spitse top, een symbool voor het eeuwige leven. Langs de hoeken van de spitszuil zijn groen geschilderde palmtakken uitgehouwen. De hoogte bedraagt 4,74 meter.
Aan weerszijden van de trap naar het terras bevinden zich arduinen gedenkplaten. De linkerplaat draagt de Nederlandstalige tekst: “Voorbijganger – 224 officieren, 7427 onderofficieren, korporaals en zoeaven van het Franse leger sneuvelden op Belgisch grondgebied voor vaderland, recht en vrijheid. Dit gedenkteken vereeuwigt hun verheven offer.” De rechterplaat bevat dezelfde tekst in het Frans.
Op de zuil staan verschillende inscripties, waaronder “1914–1918”, cijfers en een zeshoekige ster. Op de klokvormige basis worden verschillende zoeavenregimenten vermeld, waaronder het 1e, 2e, 4e, 7e, 8e, 9e en 11e regiment.
Het monument draagt eveneens de signaturen van de uitvoerders: “L. Gortier-Devos, pierres-marbres, Furnes” en “René Clozier, architecte O.P.L, Paris”
Geschiedenis Frankrijk in Afrika De zoeaven vormden een onderdeel van de Franse infanterie en stonden oorspronkelijk in verband met de Franse kolonisatie van Noord-Afrika. Na de Franse verovering van Algerije richtte Frankrijk tussen 1830 en 1854 vier regimenten zoeaven op. Aanvankelijk bestonden deze eenheden uit zowel Franse als Algerijnse militairen. De naam “zoeaven” verwijst naar de Zouaouas, een Berberstam uit het berggebied ten oosten van Algiers, waaruit een groot deel van de eerste rekruten afkomstig was. Met de oprichting van de Tirailleurs Indigènes rond 1840-1841 verhuisden de Algerijnse soldaten naar deze nieuwe eenheden. De zoeaven bestonden vanaf dan uitsluitend uit Franse militairen, al verbleven velen van hen in Noord-Afrika of waren zij er geboren. Ook Sefardische Joden, die vanaf 1870 het Franse staatsburgerschap verkregen, maakten deel uit van de regimenten.
Eerste Wereldoorlog Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelden zij een rol binnen het geallieerde leger, ook aan het Vlaamse front. Vanaf augustus 1914 zette het Franse leger troepen uit de kolonies in, onder meer uit Algerije, Senegal en Marokko. Door de zware verliezen aan het begin van de oorlog volgde vanaf januari 1916 ook de inzet van soldaten uit Indochina, de zogenoemde Annamieten. De koloniale troepen vielen op door hun kleurrijke uniformen. Algerijnse zoeaven droegen wijde broeken met vele plooien, Marokkaanse Spahi’s lange mantels en verschillende eenheden felgekleurde hoofddeksels zoals de chéchia. Deze kledij bleek weinig geschikt voor de koude, natte en modderige omstandigheden aan het Westfront. Bovendien maakten de opvallende uniformen de soldaten kwetsbaar. Vanaf 1915 schakelde het Franse leger daarom over op meer praktische en minder opvallende uitrusting. Tijdens de oorlog opereerden zoeaven vaak samen met de tirailleurs. Soms bleven beide korpsen afzonderlijk georganiseerd, maar regelmatig ontstonden gemengde regimenten onder de naam Régiments Mixtes de Zouaves et Tirailleurs (RMZT). De structuur van deze eenheden wijzigde voortdurend door zware verliezen en reorganisaties. Naast de oorspronkelijke regimenten ontstonden ook marsregimenten, samengesteld uit bataljons van verschillende eenheden.
Aan het IJzerfront leden de zoeaven en tirailleurs zware verliezen. In oktober 1914 namen zij deel aan de verdediging van Ramskapelle. In november 1914 vochten zij bij Diksmuide, onder meer ter hoogte van Drie Grachten, Steenstrate en Bikschote.
In december 1914 volgden zware verliezen tijdens de aanvallen op Hill 60. Een bekend incident deed zich voor toen een compagnie tirailleurs weigerde deel te nemen aan een aanval. Als straf volgde later de gedeeltelijke executie van de betrokken eenheid. Tijdens de Tweede Slag bij Ieper in 1915 kregen de koloniale troepen af te rekenen met het eerste grootschalige gebruik van gifgas. Ook de daaropvolgende tegenaanvallen veroorzaakten zware verliezen. In de daaropvolgende oorlogsjaren bleven de eenheden actief in sectoren zoals Boezinge, Steenstrate en Nieuwpoort. De duinen van Koksijde fungeerden daarbij als rustgebied na periodes aan het front.
Het exacte aantal gesneuvelde Noord-Afrikaanse soldaten bleef onbekend. Vermoedelijk vielen honderden tot duizenden slachtoffers. Veel militairen kregen geen graf of ontbraken in de officiële registraties. Koloniale soldaten genoten vaak minder zorgvuldige administratie dan Europese militairen, waardoor het werkelijke aantal doden waarschijnlijk hoger lag dan de officiële cijfers aangeven.
Symboliek en herdenking Het monument symboliseert het offer van de Franse koloniale troepen die in België vochten. In Koksijde herinneren plaatsnamen zoals het Zouavenplein, de Zouavenlaan en het Quartier Sénégalais aan hun aanwezigheid. Jaarlijks organiseert de Union des Amicales Réglementaires de Zouaves op Pinkstermaandag een herdenkingsplechtigheid aan het monument. Tijdens deze plechtigheid herdenkt men de 8000 Franse zoeaven die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek sneuvelden. De zoeaven van Walcourt zorgen met hun kleurrijke kostuums voor een historische toets.
Galerij
Categorie:Onroerend erfgoed in Koksijde Categorie:Beschermd monument in West-Vlaanderen