Het Tentoonstellingspaviljoen Expo 58 in Kortrijk is een tentoonstellingsgebouw dat oorspronkelijk is gebouwd voor de Wereldtentoonstelling Expo 58 in Brussel en later is heropgebouwd in Kortrijk. Het paviljoen werd ontworpen door de architecten Robert Goffaux en A. Vandenberghe en gerealiseerd door de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene. Sinds 2024 behoort het gebouw tot het bouwkundig erfgoed.

miniatuur|300x300px|Paviljoen Expo 58 – vooraanzicht

Geschiedenis

Ontstaan en Expo 58 De Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel, bekend als Expo 58, was het eerste grote internationale evenement na de Tweede Wereldoorlog en stond symbool voor technologische vooruitgang, modernisme en internationale samenwerking. Expo 58 bood een platform voor innovatieve architectuur en tentoonstellingen op het gebied van industrie, kunst en design. Het paviljoen van Kortrijk maakte deel uit van de sectie 'Het hout ten dienste van de mens', waarin de toepassingen van hout in moderne constructies en het dagelijks leven werden gepresenteerd.Expo 58 bood De Coene de mogelijkheid hun constructietechnieken internationaal te presenteren.

Het Expo 58-paviljoen in Kortrijk werd gerealiseerd door de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene, een bedrijf gespecialiseerd in industriële houtbouw en geprefabriceerde constructies. Kenmerkend voor het gebouw was het gebruik van houten spanten, een constructieprincipe dat grote overspanningen mogelijk maakte en de demonteerbaarheid van het paviljoen ondersteunde. De spanten werden vervaardigd door De Coene en maakten het gebouw geschikt voor tijdelijke tentoonstellingen, terwijl ze tegelijkertijd een stevige en efficiënte structuur boden. Na afloop van Expo 58 werden delen van het paviljoen gedemonteerd, terwijl het hoofdbestanddeel later werd overgebracht en heropgebouwd in Kortrijk. Hier kreeg het gebouw een nieuwe functie als refter voor het bedrijf Van Marcke, voordat het later werd erkend als beschermd monument.

Historische context

Tweede wereldoorlog en Kortrijk Na de Tweede Wereldoorlog maakte Kortrijk, net als veel andere Belgische steden, een periode van wederopbouw door. De stad had een belangrijke textiel- en houtindustrie, en bedrijven zoals de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene stonden bekend om hun industriële innovatie en prefabricatietechnieken. Kortrijk beschikte in deze periode over bedrijven met expertise in industriële houtbouw en prefabricatie. De ervaring van lokale ondernemingen in houtconstructies en prefabricatie beïnvloedde de modulaire opbouw van het paviljoen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene zwaar getroffen door de militaire gebeurtenissen in en rond Kortrijk. Na de Duitse inval in mei 1940 kwam de productie grotendeels stil te liggen en raakten de bedrijfsgebouwen bij bombardementen en artillerievuur ernstig beschadigd. Een aanzienlijk deel van het complex werd verwoest, al bleven belangrijke installaties en machines gespaard. Tijdens de bezetting werd de bedrijvigheid gedeeltelijk hervat, onder meer om arbeidskrachten aan het werk te houden en opeisingen te vermijden. Na de oorlog werd het bedrijf geconfronteerd met zware materiële schade en juridische gevolgen wegens leveringen tijdens de bezetting. In de daaropvolgende jaren wist De Coene zich, mede dankzij restauratiekredieten, opnieuw te positioneren als een innovatief productiebedrijf binnen de context van de naoorlogse wederopbouw. Deze heroriëntatie vormde de basis voor de deelname aan de Wereldtentoonstelling van 1958 en de realisatie van het Expo 58-paviljoen.

Architectuur

Architecturale stijl Het bedrijf Gebroeders De Coene groeide uit tot een van de belangrijkste Belgische producenten van meubels en interieurs in onder meer de art nouveau, art deco, de Nieuwe Zakelijkheid en het modernisme. Naast meubels en totaalinterieurs ontwikkelde het bedrijf expertise in geprefabriceerde bouwsystemen en houtlamellen. Het paviljoen werd vormgegeven in de zogenaamde expostijl, ook wel atoomstijl genoemd. Deze benaming verwijst naar de vormentaal die kenmerkend was voor de Wereldtentoonstelling van 1958. De term wordt specifiek gebruikt in relatie tot Expo 58 en wordt doorgaans niet beschouwd als een afzonderlijke architectuurstijl binnen de naoorlogse architectuur. Bij de grote structuren op de wereldtentoonstelling was de rol van de architect vaak grotendeels beperkt tot de inrichting en decoratie. De nadruk lag daarbij op de manier waarop architecten omgingen met nieuwe bouwtechnieken en innovatieve structuren.

Constructie en materialen Prefabricatie bleek economisch voordelig doordat de constructies snel konden worden uitgevoerd. De paviljoenen van De Coene werden gerealiseerd met gelijmd gelamelleerde houten spanten, de zogenaamde glulams. Het glulamsysteem dat De Coene in 22 paviljoenen op Expo 58 toepaste, dateerde uit 1954 en behoorde destijds tot de vroegste toepassingen van gelijmd gelamelleerd hout in Europa. De liggers werden opgebouwd uit kleine houtsecties van rode Noorse den, die onderling verlijmd werden met ureumformaldehyde of resorcinelijm, recent ontwikkelde synthetische lijmen met een hoge sterkte.

Ruimtelijke opbouw en functie De ruimtelijke opbouw van de paviljoenen op Expo 58 werd bepaald door hun tijdelijke functie. De gebouwen moesten snel kunnen worden opgetrokken, grote bezoekersstromen verwerken en na afloop van de wereldtentoonstelling opnieuw worden afgebroken of verplaatst. Daarom werd gekozen voor een modulaire en geprefabriceerde opbouw. De door Gebroeders De Coene gerealiseerde paviljoenen maakten gebruik van gelijmd gelamelleerde houten liggers. Deze constructietechniek maakte overspanningen zonder tussenkolommen mogelijk, waardoor open en flexibel indeelbare binnenruimtes ontstonden. Deze open structuur maakte het mogelijk om de tentoonstellingsruimtes aan te passen aan verschillende functies, zoals productpresentaties, nationale tentoonstellingen en ontvangstzones. De paviljoenen hadden niet alleen een praktische functie als tentoonstellingsruimte, maar dienden ook als demonstratie van de technische mogelijkheden van moderne houtconstructies. De paviljoenen illustreren de toepassing van gelijmd gelamelleerd hout in grootschalige architectuur.

Rol van Gebroeders De Coene Op expo 58 illustreert de firma de veelzijdigheid van het procedé door zowel rechte als gekromde liggers te produceren (met een overspanning tot 55m), waarvan vele weerbestendig, alsook een 33m hoge signaalmast uit één stuk, die met kabels werd gestabiliseerd.

Erfgoed en monumentzorg

Erfgoedwaarde De erfgoedwaarde van het Expo 58-paviljoen in Kortrijk berust op een combinatie van historische, architecturale en technische kenmerken. Het gebouw bezit een historische waarde door zijn oorspronkelijke functie als tentoonstellingspaviljoen op Expo 58, een internationaal evenement dat symbool stond voor het naoorlogse optimisme en het geloof in vooruitgang en modernisering.

Daarnaast heeft het paviljoen een architecturale waarde door zijn ontwerp in expostijl en het gebruik van industriële constructietechnieken, waaronder een vlinderdak, vensterregisters, portaalconstructies en trapeziumvormige spantbenen. Ook de betrokkenheid van de Kortrijkse kunstwerkstede De Coene draagt bij aan de betekenis van het gebouw binnen de Belgische architectuurgeschiedenis.

De constructie maakte demontage en heropbouw mogelijk. Het gebruik van lichte materialen en de beperkte mate van permanente verankering verklaren mede de huidige bouwtechnische kwetsbaarheid en de nood aan restauratie.

Bescherming en erkenning Het Expo 58-paviljoen in Kortrijk werd in mei 2024 erkend als bouwkundig erfgoed. In Vlaanderen valt de bescherming en het beheer van bouwkundig erfgoed onder het beleid van het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid.

Het tentoonstellingspaviljoen werd ontworpen door de architecten Robert Goffaux en A. Vandenberghe en gerealiseerd door de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene. Daarnaast werd het paviljoen in juli 2007 beschermd als monument. Door de bouwtechnische staat van het gebouw is het paviljoen momenteel niet in gebruik en zijn restauratiewerken noodzakelijk alvorens een nieuwe invulling mogelijk is.

Huidige situatie en plannen

Huidige situatie en herontwikkeling Na 2018 verhuisde het bedrijf Van Marcke naar Aalbeke. De site in Kortrijk bleef eigendom van Van Marcke, maar verloor haar oorspronkelijke industriële functie. In samenwerking met de stad Kortrijk werd gezocht naar een nieuwe invulling van het terrein, waarbij zowel stedelijke ontwikkeling als erfgoedbehoud een rol speelden.

In het kader van de mogelijke herontwikkeling liet Van Marcke een vooronderzoek uitvoeren door het onderzoeksbureau SUM Research. Dit onderzoek had tot doel de bouwgeschiedenis, de bouwtechnische toestand en de mogelijkheden voor herbestemming van het Expo 58-paviljoen in kaart te brengen. Het vooronderzoek omvatte onder meer een bouwhistorische nota, opmetingsplannen, een diagnosenota, een bestemmingsnota en een raming van restauratieve en niet-restauratieve werken. Deze studies vormden een basis voor verdere plannen met betrekking tot de site.

Via een ontwerpwedstrijd werd vervolgens het ontwerpbureau UAU, samen met partners, geselecteerd voor de herontwikkeling van de site. De herontwikkelde Van Marcke‑site staat bekend als LandMarck. Volgens de projectvisie voorziet de herontwikkeling functies voor wonen, werken, cultuur en ontspanning. In afwachting van de herontwikkeling wordt de site tijdelijk gebruikt voor evenementen en maatschappelijke activiteiten.

Binnen deze plannen kreeg het Expo 58-paviljoen voorlopig geen concrete functie, voornamelijk wegens de bouwtechnische staat van het gebouw en de onzekerheid over de toekomstige bestemming ervan.

Categorie:Bouwwerk in Kortrijk Categorie:Expo 58