Het Kasteel van Geertruidenberg stond in de Nederlandse stad Geertruidenberg, provincie Noord-Brabant. Het 14-eeuwse kasteel gold als een belangrijk steunpunt van de Hollandse graven in hun concurrentiestrijd met de hertogen van Brabant.
Er zijn geen zichtbare restanten van het kasteel bewaard gebleven. Wel is de contour van de oostelijke kasteelmuur in het straatbeeld weergegeven.
Geschiedenis In 1323 werd Willem van Duivenvoorde (1290-1353) door de Hollandse graaf Willem III (1287-1337) beleend met het schoutambt van Geertruidenberg. Tevens kreeg Van Duivenvoorde de opdracht om - op eigen kosten - een kasteel te bouwen, gebruik makend van de stenen die de graaf reeds had laten maken. De bouwwerkzaamheden duurden van 1323 tot 1325.
De bouw van dit landsheerlijke kasteel in Geertruidenberg had strategische redenen. De stad lag in het grensgebied van Holland en Brabant en met de bouw van kastelen in Geertruidenberg en Strijen kon de Hollandse graaf zijn greep op het gebied versterken.
Willem van Duivenvoorde was overigens niet in bezit van het kasteel: de graaf was de eigenaar en Van Duivenvoorde was door de graaf met het kasteel beleend. Een belangrijke voorwaarde in deze belening was dat het kasteel een zogenaamd open huis moest zijn: als leenman moest Van Duivenvoorde het kasteel dus altijd openstellen voor zijn leenheer, de graaf van Holland, zodat deze het kasteel kon gebruiken als onderkomen of in oorlogstijd. Verder diende de leenman het kasteel te onderhouden, alhoewel de graaf ook vaak financieel bijsprong.
Willem van Duivenvoorde woonde niet zelf op het kasteel van Geertruidenberg, maar op zijn slot te Strijen. In Geertruidenberg plaatste hij een kastelein om het dagelijks beheer te regelen.
In 1329 wees Willem zijn halfbroer Jan I van Polanen aan als erfgenaam. Toen Jan reeds in 1342 overleed, werd diens zoon Jan II van Polanen door Willem tot erfgenaam benoemd. Zo raakte de familie Van Polanen betrokken bij Geertruidenberg.
Hoekse en Kabeljauwse twisten: eerste belegering
De familie Van Polanen koos tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten niet de kant van graaf Willem V, maar van diens moeder Margaretha. De aanhangers van de graaf sloegen daarom in oktober 1351 het beleg op voor het kasteel van Geertruidenberg, dat werd verdedigd door Filips van Polanen. Uiteindelijk moest Filips zich op 18 augustus 1352 overgeven, waarna hij in ballingschap ging. Het kasteel was nu weer in handen van de graaf.
Aanstelling kasteleins Nadat de familie Van Polanen zijn rechten in Geertruidenberg had verspeeld, stelde de graaf vanaf 1352 zelf de kastelein aan voor het kasteel. De eerste van deze grafelijke kasteleins was Simon van Teylingen. Hij werd in 1388 opgevolgd door Daniel van Theuleusen. Vier jaar later was Daniel van der Merwede zowel kastelein als schout. Jan van Steenbergen hield de functie van 1398 tot 1399, gevolgd door Gijsbert van den Poel. Hij bleef aan tot 1414 en werd opgevolgd door Dirk van de Merwede (†1452).
In de jaren 1391-1395 en in 1403 vonden grote verbouwingswerkzaamheden plaats aan het kasteel.
Tweede belegering
In 1420 raakte Geertruidenberg opnieuw betrokken bij de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Kastelein Dirk van de Merwede had de kant gekozen van Jacoba van Beieren, maar de burgerij van Geertruidenberg stond aan de zijde van Albrecht van Beieren en liet een legertje van diens fractie toe tot de stad. Zij vielen het kasteel aan maar Dirk wist staande te houden. Hij stak op 17 september zelfs de stad in brand, die hierdoor vrijwel geheel in de as werd gelegd. De stad kreeg nu hulptroepen: zij bestookten het kasteel, dat hierdoor zware schade opliep.
Uiteindelijk moest Dirk na 26 weken opgeven, waarna hij uitweek naar Breda.
Verval In 1439 wist de hertog van Brabant het kasteel in bezit te krijgen. Er vonden nog enige onderhoudswerkzaamheden plaats. Het is niet duidelijk wat er daarna met het kasteel is gebeurd, maar bij de inname van Geertruidenberg in 1489 door Jan van Naaldwijk werd niets specifieks meer vermeld over het kasteel. Toen vijf jaar later Filips de Schone werd ingehuldigd, gebeurde dat in een herberg: kennelijk was het kasteel geen geschikte locatie meer om een vorst in te ontvangen.
Afbraak
In 1525 vroeg de stad toestemming aan keizer Karel V om de stenen van het inmiddels bouwvallige kasteel te mogen gebruiken voor het herstel van de stadsmuren. De stad verkreeg toestemming en zo werd tot aan 1547 het kasteel langzaam gesloopt. Steenmateriaal van het kasteel kwam niet alleen terecht in de stadsmuur, maar onder andere ook in de Blauwe Poort, Raamsdonkse Poort en Koepoort; het resterende puin en gruis werd gebruikt voor straten en steigers.
Onderzoek In 1953 werd de fundering van een noordoostelijk gelegen toren ontdekt.
Grondboringen in de jaren 90 toonden aan dat er meer fundamenten in de bodem zaten en in 2001/2002 werd de oostelijke kasteelmuur opgegraven. Grondradar toonde in 2006 nog eens het bestaan aan van twee andere torens. Met de diverse vondsten was niet alleen de locatie van het kasteel vastgesteld maar kon ook een beeld worden gevormd van de omvang.miniatuur|Fantasietekening uit de 18e eeuw van het kasteel Geertruidenberg Beschrijving Het kasteel van Geertruidenberg stond aan de zuidzijde van de stad, buiten de omwalling, langs het riviertje de Donge. Het complex bestond uit een hoofdburcht en een versterkte voorburcht en was omgeven door een dubbele slotgracht. Tussen voor- en hoofdburcht lag eveneens een gracht. De hoofdburcht was een rechthoekig kasteel van 45 bij 60 meter groot met drie ronde en één vierkante toren.
Het kasteel was gebouwd van baksteen, met een natuurstenen beklamping aan de grachtzijde ter hoogte van de waterlijn. De daken van de gebouwen waren met leisteen en riet bedekt. Het kasteel beschikte over een hoge en een oude zaal, kamers, een stal, keuken, brouwhuis, gevangenis en een kapel. De muren waren aan de binnenzijde voorzien van spaarbogen met een weergang. Op de voorburcht waren enkele vertrekken gereserveerd voor de landsheer, te weten de graaf van Holland.
Er bestaan enkele afbeeldingen van het kasteel. Een daarvan is een 16e-eeuwse weergave op een kaart van Geertruidenberg, maar het is niet duidelijk of deze weergave realistisch is getekend. De 18e-eeuwse tekeningen zijn sowieso fantasie-afbeeldingen die geenszins overeenkomen met de originele beschrijvingen en met het archeologisch onderzoek.
In 2021 is de locatie van de oostelijke kasteelmuur zichtbaar gemaakt in het straatbeeld.
Categorie:Bouwwerk in Geertruidenberg Geertruidenberg Geertruidenberg