Giorgi "Gia" Tsjantoeria (Georgisch: ) (Tbilisi, 19 augustus 1959 – aldaar, 3 december 1994) was een auteur, publicist en politicus uit Georgië. Hij was politiek dissident tegen het Sovjet-regime en was van 1981 tot zijn moord in 1994 leider van de Nationaal-Democratische Partij.
Biografie Tsjantoeria studeerde af aan de faculteit geschiedenis van de Staatsuniversiteit van Tbilisi. In 1979, een jaar na grote anti-Sovjet demonstraties in Tbilisi, werd hij gearresteerd vanwege dissidente activiteiten. De late jaren 70 kenmerkten zich in de Georgische sovjetrepubliek door politiek verzet tegen het Sovjet-regime.
Ondergrondse activiteiten Op 8 februari 1981 richtte Tsjantoeria met geestverwanten de Nationaal-Democratische Partij op, die voor het grootste deel van de jaren 80 een ondergronds bestaan leidde. De partij had een actieve rol in het maatschappelijke verzet tegen het communistische regime. Ze verspreidde proclamaties en verboden literatuur in steden als Tbilisi, Koetaisi, Zestafoni en Soechoemi. De belangrijkste doelstelling van de NDP was het herstel van de Georgische onafhankelijkheid en de afschaffing van het socialistische regime in Georgië.
Op initiatief van Tsjantoeria vonden demonstraties plaats tijdens de 200-jarige viering van het verdrag van Georgijevsk in 1983. Het verdrag maakte in 1783 van Georgië een Russisch protectoraat en was de opmaat voor de tsaristisch Russische annexatie van Georgië in de 19e eeuw. Het verdrag stond daarmee symbool voor de Russische overheersing. Tsjantoeria werd vanwege het protest gearresteerd en werd twee jaar naar Rusland verbannen. Na zijn terugkeer zette de partij haar activiteiten ondergronds voort. Tsjantoeria was in 1987 betrokken bij de oprichting van het Ilia Tsjavtsjavadze Genoodschap, maar vertrok hier een jaar later uit onenigheid met de radicale koers.
Nationale beweging In november 1988, vlak voor het eerste congres van de NDP, organiseerde de partij een manifestatie voor het Georgische parlement, waar de eis voor onafhankelijkheid van Georgië openlijk geuit werd. De manifestatie liep uit op een massahongerstaking, waar ook andere dissidente leiders aan meededen, waaronder Merab Kostava en Zviad Gamsachoerdia. Het was de opmaat naar grootschalige anti-Sovjet demonstraties in maart en april 1989, waar dezelfde leiders bij betrokken waren. Deze eindigden op 9 april in een gewelddadige ingreep van Sovjettroepen, waarbij 21 burgers omkwamen en honderden gewonden vielen. Tsjantoeria, Kostava en Gamsachoerdia werden hierna gearresteerd voor het "het organiseren van en actief deelnemen aan massale ongeregeldheden", maar kwamen na 40 dagen vrij vanwege gebrek aan bewijs.
De NDP publiceerde in augustus 1988 haar partijmanifest met de slogan "Georgië voor de Georgiërs". Ondanks dat Tsjantoeria toelichtte dat deze slogan "geenszins inhoudt dat de rechten van de etnische groepen die op Georgisch grondgebied wonen, worden onderdrukt of dat hun politieke vrijheid wordt beperkt", ging de slogan zonder deze context een eigen leven leiden in de nationalistische demonstraties die volgden. Ze joeg daarmee etnische spanningen juist aan, mede doordat de slogan door Gamsachoerdia gekaapt werd in escalerende taal richting onder meer de Osseten. Het etnisch conflict met de Osseten verdeelde de nationalistische oppositie. Tsjantoeria en Gamsachoerdia waren het niet met elkaar eens hoe om te gaan met de separatistische eisen van de Osseten.
De toenemende fundamentele onenigheid tussen Tsjantoeria en Gamsachoerdia over de koers in het verslaan van het communistische regime vertaalde zich naar het wel of niet deelnemen aan de door de Sovjets georganiseerde eerste meerpartijenverkiezing in 1990. Tsjantoeria geloofde er heilig in dat deze verkiezingen geboycot moesten worden en organiseerde met andere oppositiegroepen een parallelle verkiezing voor een Nationaal Congres. Gamsachoerdia deed met zijn Ronde Tafel — Vrij Georgië juist mee met de centrale verkiezing en won van de communisten, waarna hij Georgië naar de onafhankelijkheid zou leiden. De NDP kreeg in de parallelle stemming bijna een derde van de stemmen, maar het Nationaal Congres kwam niet van de grond, waardoor de NDP politiek buitenspel kwam te staan. Tsjantoeria voerde vervolgens oppositie tegen Gamsachoerdia, die met de tijd autocratischer bestuurde. Op 19 februari 1991 werd Tsjantoeria in Lagodechi met negen andere NDP-leden gearresteerd.
In onafhankelijk Georgië Op 17 september 1991 waren Tsjantoeria en zijn echtgenote Irina Sarisjvili onderweg naar Moskou toen de piloot opdracht kreeg terug te keren naar het vliegveld van Tbilisi. Bij aankomst werd Tsjantoeria gearresteerd voor het opwerpen van barricades op de Roestavelilaan in Tbilisi tijdens demonstraties op 2 september tegen Gamsachoerdia. Tsjantoeria werd ook aangeklaagd voor deelname aan een samenzwering met Moskou om Gamsachoerdia af te zetten. Hij werd als de hoofdverantwoordelijke gezien voor de gespannen situatie in Tbilisi. Tsjantoeria waarschuwde vanuit de gevangenis er juist voor dat er een staatsgreep werd voorbereid door Russische infiltranten in de regering en riep zijn partijleden op zich niet te laten provoceren.
De protestgolf onder leiding van onder andere Tsjantoeria was de aanloop naar de gewelddadige staatsgreep aan het eind van 1991 die Gamsachoerdia op 6 januari 1992 ten val bracht. Tsjantoeria zat gevangen in het hoofdkwartier van de KGB in Tbilisi, toen de staatsgreep begon. Tijdens de zware gevechten in de hoofdstad werden hij en andere oppositieleden bevrijd. Tsjantoeria was na de staatsgreep sceptisch over het aanbod van oud-leider van de Georgische sovjetrepubliek en buitenlandminister van de Sovjet-Unie, Edoeard Sjevardnadze, om zijn geboorteland te komen helpen. Niettemin nam de NDP in maart 1992 zitting in de Staatsraad, die het parlement tijdelijk verving en die geleid werd door Sjevardnadze.
Een maand na de staatsgreep ondernam Tsjantoeria een poging voor het herstel van de monarchie in Georgië en sprak in Spanje met leden van het Bagrationi-geslacht, de nazaten van de laatste koning van Georgië, George XII. Dit initiatief liep op niets uit. Bij de parlementsverkiezingen van oktober 1992 behaalde de NDP haar eerste parlementszetels en ging meeregeren. Tsjantoeria's echtgenote Irina Sarisjvili werd vice-premier. Tsjantoeria zelf bleef buiten het parlement.
Nadat Sjevardnadze eind 1993 onder Russische druk Georgië lid maakte van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), zeer tegen de wens van de NDP in, trok Tsjantoeria de partij in 1994 terug uit de regering. Sjevardnadze had in oktober 1993, kort na de val van Soechoemi in het Georgisch-Abchazisch conflict, om Russische militaire hulp gevraagd tegen de rebellie van Gamsachoerdia en zijn Zviadisten in Samegrelo, die zich snel uitbreidde. Rusland weigerde dat, maar gaf aan dat het beschermen van vitale internationale infrastructuur voor GOS-leden, zoals de haven van Poti en belangrijke wegverbindingen naar buurlanden, wel een mogelijkheid was. In het najaar van 1994 werd Tsjantoeria benoemd tot secretaris-generaal van de Oost-Europese tak van de Christen-Democratische Internationale. Hij was in deze periode op het hoogtepunt van zijn populariteit.
Moordaanslag miniatuur|Het graf van Tsjiatoera bij de Kasjveti-kerk. Op de ochtend van de afsluiting van het meerdaagse congres van de NDP werden Tsjantoeria en zijn vrouw op 3 december 1994 bij het verlaten van hun huis in hun auto beschoten door meerdere schutters. Tsjantoeria en zijn lijfwacht kwamen daarbij om het leven, terwijl Sarisjvili zwaargewond raakte. De schutters wisten te ontkomen.
Het motief noch de daad zelf werd ooit opgehelderd, maar Tsjantoeria werd destijds gezien als mogelijke concurrent voor Sjevardnadze voor het presidentschap. De aanslag zou door leden van de Mchedrioni gepleegd zijn. Anderen suggereerden dat Sjevardnadze betrokken was bij de moord. Betrokkenen vermoedden een plot van de Russische veiligheidsdiensten en Georgische regeringsfunctionarissen, die ook betrokken zouden zijn geweest bij de aanslag op Sjevardnadze in augustus 1995.
Tsjantoeria werd begraven bij de Kasjveti-kerk in de Roestavelilaan, tegenover het parlement van Georgië. In het 9-Aprilpark achter de kerk staat een buste van Tsjantoeria als eerbetoon aan zijn strijd voor een onafhankelijk Georgië.
Auteur Tsjantoeria publiceerde in 1990 zijn eerste roman, getiteld Otsjopintre (""). Otsjopintre is in de Georgische mythologie een godheid van wilde dieren, die vergelijkbare eigenschappen heeft als Pan uit de Griekse mythologie. In 1993 verscheen zijn tweede roman Mozes (""). Hij was voornemens om hiermee een trilogie te publiceren, maar daar is het door zijn moord niet van gekomen. Tsjantoeria schreef Otsjopintre in de periode 1976-1980 en Mozes in gevangenschap in 1983-1985. Beide romans waren oorspronkelijk in een kleine oplage gedrukt. In 2011 werd het literaire werk van Tsjantoeria in boekvorm uitgegeven. Het initiatief omvatte ook zijn vroege werk, en manuscripten die hij tijdens zijn gevangenschap in 1983 schreef.
Persoonlijk Giorgi Tsjantoeria was getrouwd met Irinia Sarisjvili, die na zijn dood tot 2003 de NDP leidde. Het stel had geen kinderen.
Zie ook Geschiedenis van Georgië
Referenties
Categorie:Georgisch dissident Categorie:Georgisch politicus Categorie:Vermoord politicus