Prof. dr. Jan van der Meer (Leeuwarden, 19 september 1950 – 14 januari 2009) was een Nederlandse internist‑hematoloog die een belangrijke rol speelde in de modernisering van de trombose‑ en antistollingszorg in Nederland. Hij werkte zijn gehele carrière in het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG), later het UMCG, en werd internationaal bekend door zijn onderzoek naar bypass‑chirurgie, lage‑dosis aspirine, stollingsfactor VIIa en synthetische antistollingsmiddelen.Leeuwarder Courant, 12 mei 1995.

Biografie Vroege leven en opleiding Van der Meer werd geboren in Leeuwarden en behaalde in 1972 op 21‑jarige leeftijd zijn doctoraal geneeskunde, een uitzonderlijk jonge leeftijd voor die tijd.Nieuwsblad van het Noorden, 1972. Hij specialiseerde zich vervolgens in de interne geneeskunde en later in de hematologie, vermoedelijk grotendeels in Groningen, waar hij zijn gehele loopbaan werkzaam bleef.

Loopbaan in Groningen In 1976 trad Van der Meer in dienst bij het Academisch Ziekenhuis Groningen als internist‑hematoloog.Nieuwsblad van het Noorden, 1 november 1994. Hij ontwikkelde zich tot een centrale figuur binnen de afdeling Interne Geneeskunde en speelde een belangrijke rol in de modernisering van de trombosezorg in Noord‑Nederland. Hij was jarenlang betrokken bij het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN), waar hij samenwerkte met cardiologen en hematologen uit het hele land.

Onderwijs en academische rol Van der Meer was actief betrokken bij de opleiding van arts‑assistenten interne geneeskunde en hematologie. Hij gaf onderwijs aan geneeskundestudenten en begeleidde promovendi. Zijn collega’s omschreven hem als een nuchtere, scherpe en didactisch sterke opleider. Hij speelde vermoedelijk een rol in regionale en nationale richtlijnontwikkeling op het gebied van trombose en antistolling.

Wetenschappelijke bijdragen CABADAS‑studie en lage‑dosis aspirine Van der Meer leidde de Nederlandse deelname aan de internationale CABADAS‑studie, waarin werd aangetoond dat een lage dosis aspirine (50 mg per dag) het risico op opnieuw dichtslibben van bypass‑omleidingen met 50% vermindert.Nieuwsblad van het Noorden, 1992. Deze bevinding leidde tot wereldwijde standaardisatie van lage‑dosis aspirine na bypass‑chirurgie.

Aders versus slagaders bij bypass‑chirurgie Van der Meer bewees dat het voor de uitkomst van een bypass‑operatie niet uitmaakt of aders of slagaders worden gebruikt. Dit had grote praktische voordelen, omdat aders breder beschikbaar zijn en meer omleidingen mogelijk maken. Deze bevinding werd in 1995 breed uitgemeten in de regionale pers.

Trombose na arthroscopie In 1997 leidde Van der Meer het diagnostische deel van een onderzoek naar trombose na arthroscopische knie‑operaties.Nieuwsblad van het Noorden, 27 juli 1997. Het onderzoek moest duidelijkheid geven over de incidentie van trombose bij deze relatief kleine ingrepen en kon volgens orthopedisch hoogleraar Van Horn leiden tot een nieuwe internationale standaard.

Factor VIIa bij levertransplantaties In 1999 rapporteerde Van der Meer een wereldprimeur: het gebruik van stollingsfactor VIIa (NovoSeven) tijdens levertransplantaties. Dit leidde tot een daling van het gebruik van donorbloed van gemiddeld 25 zakjes tot drie, en bij één patiënt zelfs tot nul.Nieuwsblad van het Noorden, 28 mei 1999. Van der Meer noemde de bevindingen “revolutionair”.

Nieuwe synthetische antistollingsmiddelen In 2003 leidde hij onderzoek naar synthetische antistollingsmiddelen zoals fondaparinux, indraparinuxDit lemma is wel aanwezig op de Engelstalige Wikipedia. en ximelagatran.Algemeen Dagblad, 30 mei 2003. Deze middelen waren volledig synthetisch, voorspelbaar in werking, veiliger en vereisten geen regelmatige trombosedienst‑controle.

Regionale zorginnovatie In de jaren 2000 speelde Van der Meer een sleutelrol bij de oprichting van een regionaal trombosecentrum voor Friesland, Groningen en Drenthe.Regionaal artikel: AZG krijgt centrum voor trombose, jaartal onbekend. Het centrum ondersteunde huisartsen en thuiszorg, bood expertise aan patiënten en zorgde voor uniforme regionale trombosezorg.

Publicaties Van der Meer publiceerde meer dan 200 wetenschappelijke artikelen in nationale en internationale tijdschriften. In 1994 werd vermeld dat hij nog 60 artikelen in voorbereiding had, een uitzonderlijk hoge productiviteit.

Onderscheidingen Man of the Year 1994 – American Biographical Institute, toegekend vanwege zijn onderzoek naar bypass‑technieken en lage‑dosis aspirine. Lorex Synthélabo Cardiologieprijs (1995) – tweede prijs voor zijn proefschrift over antitrombotische therapie na bypass‑chirurgie.Nieuwsblad van het Noorden, 4 mei 1995.

Overlijden Van der Meer overleed op 14 januari 2009 op 58‑jarige leeftijd. Zijn overlijden betekende het verlies van een invloedrijke arts die een blijvende stempel drukte op de Nederlandse en internationale trombosezorg.

Nalatenschap De invloed van Van der Meer is blijvend zichtbaar in: de standaardzorg voor bypass‑patiënten, de toepassing van factor VIIa, de introductie van synthetische antistollingsmiddelen, de regionale trombosezorg in Noord‑Nederland, en de opleiding van nieuwe generaties artsen.

Zijn werk vormt een fundament onder de moderne hematologie en interne geneeskunde.

Categorie:Nederlands medicus Categorie:Internist