De vestingwerken van Nijkerk omvatten het stelsel van verdedigingswerken in de Nederlandse stad Nijkerk, provincie Gelderland. Na de aanleg van deze verdedigingswerken werd de plaats ook wel aangeduid als Vest Nijkerk.

Er zijn geen zichtbare restanten van de verdedigingswerken behouden gebleven.

Geschiedenis Het dorp Nijkerk kreeg in 1413 stadsrechten van de Gelderse hertog Reinald IV. Hiermee hoopte de hertog een militair steunpunt te creëren aan de noordwestgrens van zijn hertogdom, dat immers steeds door het Sticht Utrecht werd bedreigd. Nijkerk ontwikkelde zich echter niet tot stad: het aantal inwoners bleef gering, de handel kwam niet op gang, en er werd zelfs geen schepenbank ingesteld. Wel werd er rondom de bebouwde kom een wal met een gracht aangelegd ter verdediging van Nijkerk; voor een stenen muur zullen er geen financiële middelen zijn geweest. Het geheel werd aangeduid als de Vest Nijkerk, een naam die tot circa 1800 zou worden gebruikt.

In 1421 werd Nijkerk door oorlogshandelingen grotendeels verwoest. In 1495 werd het stadje door een Gelders leger veroverd op Bourgondische troepen. De omwalling werd hierna geslecht en de gracht grotendeels gedempt, waarmee Nijkerk een open stad was die zich niet langer kon verdedigen. Nijkerk bleef de bebouwde kom desondanks aanduiden als de Vest, ter onderscheid van de omliggende buurtschappen. Overigens kon Nijkerk ook groeien dankzij het verdwijnen van de omwalling: door de noordelijke uitbreiding werd het Plein - waar oorspronkelijk de omwalling lag - het nieuwe centrum van Nijkerk.

In 1923 werd ter ere van het 25-jarig jubileum van koningin Wilhelmina een tijdelijke stadspoort opgericht op de plek van de voormalige Oosterpoort.

In 2011 vond archeologisch onderzoek plaats op de locatie van de Oosterpoort.

Beschrijving Begin 15e eeuw werd Nijkerk omgeven door een aarden omwalling. Rondom de omwalling lag een gracht die slechts zes meter breed was; mogelijk was er op de bodem van de gracht nog een rechtopstaand vlechtscherm geplaatst, want een dergelijk smalle gracht had anders weinig defensieve waarde. Er waren drie houten stadspoorten: aan de oostzijde stond de Oosterpoort, aan de westzijde de Holkerpoort en aan de zuidzijde de Venepoort. Waarschijnlijk beschikten de poorten over extra verdedigingswerken.

De eenvoudige uitvoering van de verdedigingswerken suggereert dat de defensieve functie gering was. Mogelijk was de symbolische waarde belangrijker. Overigens waren de wal en gracht wel een geschikte manier om ongewenste personen buiten de stad te kunnen houden.

Na het slechten van de omwalling rond 1495 bleef een deel van de gracht behouden. Aan de noordzijde liep de gracht waar tegenwoordig de Singel - een straatnaam die nog herinnert aan de gracht - is gelegen: de panden aan de noordzijde van deze straat staan bovenop de voormalige gracht. Op 19e-eeuwse kadastrale kaarten is de loop van de gracht aan de zuidoostzijde ook nog herkenbaar. Aan de west- en zuidzijde zijn delen van de gracht in gebruik gebleven voor enkele herenhuizen, zoals huize De Brink, het Torenhuis en huize Voërst. Deze omgrachtingen zijn overigens in de 19e en 20e eeuw alsnog gedempt.

In de 21e eeuw is van de omwalling niets meer zichtbaar in het straatbeeld. Alleen het stratenpatroon (zoals de Brink, Plein en Singel) herinnert nog aan de voormalige Vest Nijkerk. De namen van de drie poorten komen terug in de appartementencomplexen Veenepoort en Holkerpoort en de parkeergarage Oosterpoort.

Categorie:Vestingwerk in Nederland Categorie:Geschiedenis van Nijkerk