miniatuur|Marcel Minnaert, Sonnenborgh, voor 1940 De Utrecht Atlas van het zonnespectrum is een gedetailleerde, grafische inventaris van spectraallijnen die in zonlicht zijn waargenomen in het observatorium Sonnenborgh. Het zichtbare spectrum loopt van ongeveer 390 tot 700 nm en de atlas bestrijkt het gebied van 361,2 tot 877,1 nm (plus een appendix), waardoor de atlas ook een deel van het infrarood- en ultravioletspectrum van zonlicht omvat. De atlas, samengesteld door Marcel Minnaert en zijn assistenten Mulders en Houtgast, werd gepubliceerd in 1940, kort voor de invasie van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Geschiedenis In het begin van de 19e eeuw maakte Joseph von Fraunhofer de eerste systematische inventarisatie van spectraallijnen in zonlicht. Een volledig begrip van de betekenis van Fraunhoferlijnen vereiste enorm veel baanbrekend onderzoek in de astrofysica en de kwantumtheorie. Cecilia Payne-Gaposchkin (1925) toonde aan dat variaties in de lijnsterkte van sterren verklaard kunnen worden door de Saha-ionisatievergelijking. Paynes werk leidde tot een belangrijk onderzoek naar de chemische abundanties in de zonneatmosfeer, uitgevoerd door H. N. Russell, Walter S. Adams en Charlotte Moore. Rond 1930 werden de door Russell, Adams en Moore ontwikkelde procedures aangepast door Minnaert en Mulders voor het bepalen van chemische abundanties in stellaire fotosferen. Houtgast vond een modificatie van Molls microfotometer uit die Minnaert, Mulders en Houtgast gebruikten om de intensiteit van de zonnelijnen direct te registreren.

Literatuur

Minnaert, M., Mulders, G. F. W., & Houtgast, J. (1940). Photometric atlas of the solar spectrum : from lambda 3612 to 8771 ; with an appendix from lambda 3332 to lambda 3637 = Fotometria atlaso de la sunospektro. Schnabel.

Categorie:Boek uit 1940 Categorie:Astronomische publicatie