Jacob Izaäks Douma (Opeinde, 18 juli 1822 – Leeuwarden, 27 maart 1881) was een Nederlands opzichter bij de Waterstaat en architect. Hij was met name actief in de provincie Friesland, waar hij een gevarieerd oeuvre opbouwde dat uiteenliep van eclectische en neoclassicistische burgerhuizen tot kerken, agrarische architectuur en vroege sociale woningbouw.

Biografie Douma werd in 1822 geboren in het Friese Opeinde als zoon van Izaäk Jacobs Douma en Sietske Jans Deelstra. Zijn vader was herbergier, taxateur bij het kadaster en assessor (wethouder) van de grietenij Smallingerland. Op 8 oktober 1848 trad Douma in Ferwerderadeel in het huwelijk met Maaike Louwina de Boer (1814–1895), een predikantsdochter uit Marrum. Het echtpaar bleef kinderloos.

In zijn vroege loopbaan was Douma werkzaam als opzichter bij de Waterstaat. Later vestigde hij zich definitief als zelfstandig architect in Leeuwarden. Gedurende zijn professionele leven woonde en werkte hij op verschillende adressen in de Friese hoofdstad, waaronder het Zaailand, de Nieuweburen, het Noordvliet en ten slotte het Dokkumer End. Naast zijn architectenpraktijk bezat hij diverse onroerende goederen in de stad, waaronder een koetshuis en stalling nabij het Hoeksterkerkhof.

Douma overleed in maart 1881 op 58-jarige leeftijd te Leeuwarden. Na zijn overlijden werd zijn architectenbureau overgenomen door de destijds jonge architect Willem Cornelis de Groot, die later eveneens grote bekendheid zou verwerven in Leeuwarden.

Werk Het oeuvre van Douma weerspiegelt de architectonische trends van het derde kwart van de negentiende eeuw, waarin de neoclassicistische stijl en het eclecticisme dominant waren. Hij werkte veelvuldig in opdracht van de Friese adel, welgestelde burgers, kerkbesturen en vroege woningbouwverenigingen.

Sociale woningbouw In 1870 ontwierp Douma in Leeuwarden het complex Oud Eigen Brood Bovenal aan de Oldegalileën. Dit project, bestaande uit 64 arbeiderswoningen verdeeld over acht compacte blokken, werd gebouwd in een sobere, ambachtelijk-traditionele stijl. Het initiatief was afkomstig van een van de vroegste woningbouwverenigingen van Nederland en de eerste in Friesland. De woningen werden gekenmerkt door een uiterst efficiënte plattegrond en een opzet gericht op het verbeteren van de destijds slechte leefomstandigheden van arbeiders. Het complex is naderhand aangewezen als rijksmonument.

Landhuizen en burgerwoningen In 1855 ontwierp Douma in opdracht van de familie Heringa Cats het gepleisterde landhuis Klein Jagtlust in Oranjewoud. Dit monumentale hoofdgebouw is opgetrokken in neoclassicistische stijl en voorzien van een souterrain, twee bouwlagen en gevels die geleed worden door Korinthische pilasters.

Verder ontwierp hij onder meer herenhuizen in Sexbierum en was hij in 1872 verantwoordelijk voor een verbouwing van Fogelsangh State in Veenklooster, een landhuis dat eveneens de status van rijksmonument bezit. Aan het einde van zijn carrière, in 1877, ontwierp hij een rij van vier herenhuizen aan de Grachtswal (de huidige Zuidergrachtswal 1-4) in Leeuwarden. Deze statige eclectische panden met monumentale lijstgevels hebben de status van rijksmonument verkregen. In 1879 tekende hij samen met architect Hendrik Hendriks Kramer voor de verbouwing van de Sociëteit Amicitia in Leeuwarden.

Utiliteits- en kerkbouw Douma had een aanzienlijk aandeel in de religieuze architectuur binnen de provincie. In 1865 ontwierp hij de doopsgezinde kerk met bijbehorende pastorie in Feanwâlden, uitgevoerd in eclectische vormen. Een jaar later, in 1866, ontwierp hij de nieuwe kerktoren voor de kerk te Menaam, een bouwwerk dat naderhand is aangewezen als rijksmonument. Ook was hij betrokken bij werkzaamheden aan de hervormde kerk van Terhorne en de verbouw van het Diaconiehuis van de Hervormde Gemeente in Leeuwarden.

Op het gebied van utiliteitsbouw ontwierp hij in 1864 een pakhuis aan de Eewal 88 in Leeuwarden, dat is aangewezen als gemeentelijk monument. In 1878 volgde het postkantoor aan de Dubbelstraat 1 te Balk (Gaasterland). Dit gebouw deed later dienst als gemeentehuis en is naderhand eveneens aangewezen als gemeentelijk monument.

Agrarische architectuur In opdracht van de maatschap van mr. Pieter Heringa Cats en jonkheer Sible Speelman ontwierp Douma rond 1869 een reeks boerderijen onder Oosterzee (Bantega), de zogenaamde Speelmanboerderijen. Deze boerderijen werden gekenmerkt door een specifiek, uniform ontwerp voor de voorgevels. Daarnaast ontwierp hij diverse schuren en boerderijen in onder andere Sint Jacobiparochie, Blija en Wijns.

Selectie van werken 1855: Landhuis Klein Jagtlust, Oranjewoud (Rijksmonument) 1864: Pakhuis aan de Eewal 88, Leeuwarden (Gemeentelijk monument) 1865: Doopsgezinde kerk en pastorie, Feanwâlden 1866: Kerktoren, Menaam (Rijksmonument) 1869: "Speelmanboerderijen" aan de Middenweg en Koopmanweg, Bantega 1870: Arbeiderswoningen complex "Eigen Brood Bovenal", Leeuwarden (Rijksmonument) 1872: Verbouwing Fogelsangh State, Veenklooster (Rijksmonument) 1877: Vier herenhuizen aan de Zuidergrachtswal 1-4, Leeuwarden (Rijksmonumenten) 1878: Postkantoor (later gemeentehuis), Balk (Gemeentelijk monument) 1879: Verbouwing Sociëteit Amicitia, Leeuwarden (met H.H. Kramer) Afbeeldingen

Zie ook Lijst van Nederlandse architecten

Categorie:Nederlands architect Categorie:Architectuur in Friesland