Everhard I van der Mark-Arenberg (ca. 1310 − 1387)Jan Roegiers en Mark Derez, Arenberg in de Lage Landen. Een hoogadellijk huis in Vlaanderen & Nederland, Universitaire Pers Leuven, 2002, p. 112 was een Duits edelman en geestelijke. Hij behoorde tot de adellijke familie Van der Mark en was daarbinnen de stamvader van de Mark-Arenberg-lijn. Van 1328 tot 1364 was hij heer van Arenberg.Jan Roegiers en Mark Derez, Arenberg in de Lage Landen. Een hoogadellijk huis in Vlaanderen & Nederland, Universitaire Pers Leuven, 2002, p. 21 Vóór zijn huwelijk in 1351 maakte hij een kerkelijke carrière als lid van verschillende domkapittels.

Leven Everhard was een zoon van graaf Engelbert II van der Mark en Mechtilde van Arenberg. Zijn oudste broer Adolf erfde het graafschap Mark en zijn andere broer Engelbert werd aartsbisschop van Keulen.

Bestemd voor een geestelijke loopbaan, studeerde Everhard in Luik onder de hoede van zijn oom, bisschop Adolf van der Mark. Hij behaalde in 1326 de graad van magister artium en werd vervolgens kanunnik in het Sint-Lambertuskapittel van Luik en in het domkapittel van Keulen, waar hij ook als cantor fungeerde.Charles Cawley, Franconia - Lower Rhine, Nobility, Medieval Lands (bezocht 1 juni 2026) Van 1327 tot 1330 studeerde hij canoniek recht aan de Universiteit van Orléans. Ondertussen erfde hij in 1328 onverwacht vroeg de heerlijkheden Arenberg en Kommern. Vooralsnog bracht dit hem niet van het uitgestippelde pad af: pas in 1354 is er een oorkonde waarin hij de titel voert.Chestret de Haneffe 1898, p. 95

In 1337 voerden Everhard en zijn broer Engelbert de onderhandelingen om hun zus, Catharina van der Mark, te doen verkiezen tot vorstin-abdis van Essen. Van 1339 tot 1347 was Everhard proost van het kathedraal kapittel van Münster. Hij verliet de geestelijkheid om in 1351 te trouwen met Maria van Loon (ca. 1336-1410), een erfdochter die hem zeer uitgestrekte bezittingen bracht. Weliswaar moest hij wachten tot ze meerderjarig was, zodat hij vanaf 1347 eerst nog vier jaar doorbracht aan het pauselijk hof in Avignon. Hij ontfermde er zich over de opleiding van zijn neven in Avignon en Montpellier. Door zijn huwelijk − waarvoor in 1362 een pauselijke dispensatie nodig was − kreeg Everhard de beschikking over Lummen, Peer, Neufchâteau en Aigremont (met Awirs en Fexhe), alsook de voogdij van Haspengouw.

Een bijzondere bezigheid van Everhard was alchemie. In Kuno II von Falkenstein, aartsbisschop van Trier, vond hij iemand die deze belangstelling deelde en die een laboratorium in Slot Stolzenfels ter beschikking stelde. Er is geopperd dat Everhard te vereenzelvigen zou zijn met de alchemistische auteur Bernardus Magnus uit Trier (vandaar ook wel Bernhardus Trevisanus).

Hij stierf in 1387, nadat hij zich in de heerlijkheid Arenberg had laten opvolgen door zijn oudste zoon Jan.Chestret de Haneffe 1898, p. 97 Zijn tweede zoon Everhard werd bekend als heer van Lummen, Neufchâteau en Sedan. Drie dochters bezorgde hij voorname geestelijke posities: Margaretha werd vorstin-abdis van Essen, Anna abdis van Freckenhorst en Isabelle dekenes van het Sint-Waltrudiskapittel in Bergen.

Literatuur Jean-Marie Duvosquel et Denis Morsa (red.), La Maison d'Arenberg en Wallonie, à Bruxelles et au Grand-Duché de Luxembourg depuis le XIVème siècle. Contribution à l'histoire d'une famille princière, Groeninghe, 2011. Juul Stinissen, "De heren van Peer en Lummen. De Van der Marcken van 1351 tot ca. 1500" in: Limburg, vol. 68, 1989, p. 217-237 Jules de Chestret de Haneffe, Histoire de la Maison de La Marck, y compris les Clèves de la seconde race, 1898, p. 95-97

Voetnoten

Categorie:Huis Arenberg Categorie:Huis van der Mark Categorie:Duits kanunnik Mark-Arenberg Categorie:Adel in de Nederlanden in de 14e eeuw