Willem Nikolaas Becking (Bunnik, 24 augustus 1879 – Soest, 27 december 1948) was een Nederlands generaal-majoor der genie.

Loopbaan Becking doorliep de Cadettenschool en de Koninklijke Militaire Academie. In 1901 werd hij benoemd tot tweede luitenant der genie. Tijdens zijn loopbaan vervulde Becking uiteenlopende functies binnen het Wapen der Genie, zowel in de praktijk als in stafverband. Hij was onder meer werkzaam bij de genie-staf op verschillende locaties in Nederland en diende als eerstaanwezend ingenieur te Gorinchem.

Van 1920 tot 1921 werd hij werkzaam gesteld bij het Ministerie van Oorlog. In 1934 werd Becking benoemd tot commandant van het Regiment Genietroepen in Utrecht, een functie waarin hij verantwoordelijk was voor de organisatie en leiding van de genie-eenheden aldaar. Hij bekleedde deze functie tot zijn pensionering.

Becking werd op 1 november 1937 op pensioen gesteld als kolonel, onder gelijktijdige toekenning van de rang van generaal-majoor. Hij werd in zijn functie opgevolgd door kolonel P.W. Scharroo.

Tijdens de mobilisatieperiode van 1939–1940 werd Becking opnieuw in actieve militaire dienst gesteld. In februari 1940 trad hij in dienst bij het Ministerie van Oorlog, waar hij betrokken was bij de economische oorlogsvoorbereiding. In deze functie hield hij zich bezig met de coördinatie van militaire en civiele maatregelen ter voorbereiding op een mogelijk gewapend conflict.

Binnen het kader van de herstructurering van het regeringscommissariaat voor de industriële defensievoorbereiding werd hij tevens benoemd tot plaatsvervangend directeur van het Centraal Orgaan voor de voorziening in de behoeften van de weermacht. Dit orgaan was verantwoordelijk voor de centrale coördinatie van materiële en industriële voorzieningen ten behoeve van de krijgsmacht. In juli 1940 werd Becking eervol uit militaire dienst ontslagen.

Tijdens de Duitse bezetting werd Becking op 15 mei 1942 in Breda door de bezetter krijgsgevangen genomen. Hij werd geïnterneerd in het Offizierskamp Oflag XIII-B bij Hammelburg. In augustus 1942 keerde hij terug naar Nederland.

Becking overleed op 27 december 1948 in Soest op 69-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de Tweede Algemene Begraafplaats in Utrecht. Staat van dienst

Tweede luitenant: 1901 Eerste luitenant: 1903 Kapitein: 1912 Majoor: 1922 Luitenant-kolonel: 1929 Kolonel: 1934 Generaal-majoor: 1937

Onderscheidingen

Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1931) Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier (1916)

Bron

Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag

Categorie:Nederlands generaal-majoor Categorie:Nederlands militair in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nederlands krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog