miniatuur|Erwin Somer in Concert 1953 Matthias Erwin Somer (Hilversum, 15 juli 1932 – Vila do Bispo, Portugal, 12 augustus 2005) was een Nederlandse jazzmusicus en beeldend kunstenaar.

Opleiding Erwin Matthias Somer was zoon van de destijds bekende violist Louis Henri Somer. Muziek stond centraal binnen het gezin. Erwin leerde – gestimuleerd door zijn vader – al sinds zijn vierde jaar meerdere instrumenten bespelen waaronder drums, klarinet en viool. Maar ook algemene muziek, compositie en notenleer behoorde tot de lesstof. Hij kreeg een zeer brede en klassieke muziekopleiding.Archief Erwin Somer

Zijn vervolgopleiding na de middelbare school werd echter geen conservatorium, maar de kunstacademie Minerva te Groningen waar hij zicht toelegde op vrije kunst en grafisch ontwerp.  

1950-1959 Jazz in Nederland Na zijn studie en diensttijd was Somer werkzaam als graficus in Amsterdam. Daar kon hij zijn muzikale ambities weer oppakken. Hij was al snel te vinden in de Amsterdamse Jazz-scene. Eerst speelde hij als drummer in de swing- combinatie van pianist Rob Godron. Ook speelde hij in een combo, ‘The Technicians’.

Als slagwerker alleen miste Erwin echter een instrument waarop hij zowel zijn percussie techniek als muzikale ideeën op kon uitleven. Via een bevriende musicus kwam hij met de vibrafoon in aanraking en kon hij er eentje aanschaffen. Door een jaar zelfstandig te studeren met toonladders en akkoorden eigende hij zich de techniek toe op dit voor hem nieuwe instrument. Als vibrafonist speelde hij vervolgens in de jaren ’58 en ’59  in het recent opgerichte Metro- Quintet van Rob Godron en Ph. Scheltema.

1959-1963 Canada In 1959 vertrok Erwin naar Canada. Daar waren meer mogelijkheden voor hen zowel wat betreft behuizing als banen. Hij kreeg al snel een baan als graficus, maar hij wist al snel de weg binnen de Canadese jazz-scene.  Als drummer kreeg hij een positie in het orkest van Lem Winchester en begon daarnaast ook in jazzclubs op te treden. De door hem bewonderde vibrafonist en ondertussen ook vriend Lem Winchester overleed in 1961 op jonge leeftijd. Na veel correspondentie met zijn weduwe mocht hij het instrument, de Deagan vibrafoon (de Stradivarius onder de vibrafoons) van haar overnemen. Dit instrument heeft hij de rest van zijn muzikale leven bespeeld. Hij wilde, naar eigen bewoording, het instrument bespelen zoals men ‘een sax speelt’; muzikaal én ritmisch.

Als vibrafonist kon hij al snel met ensembles van wisselende samenstelling optreden. Later kwamen daar optredens bij voor radio- en televisieshows in Montreal, Regina en Calgary.  Ook had hij een eigen formatie, de Erwin Somer Quintet ( Volgens etiket platenhoes van de volgende samenstelling: Claude Dopperault (bas), Harvey Koksrup (drums), Charley Schwartz (piano),Al Muirhead (Trompet)). Met dit Quintet maakte hij zijn eerste elpee, “Jazz at the Campus”. Ontwerp van de hoes was van eigen hand.

1963-1967 The Winchester Four In 1963 keerde Erwin terug naar Nederland. Hij  formeerde een nieuw jazzkwartet onder de naam 'The Winchester Four' als eerbetuiging aan zijn overleden vriend Lem. De bezetting bestond uit Han van der Poot (bas), Gert van der Veen (drums) en Reijn de Graaff (piano). Met deze formatie speelden ze vrij snel na hun oprichting op het Loosdrecht’ s Jazzconcours van 1963. Het kwartet eindigde met een eervolle vermelding binnen de afdeling Moderne Stijl. Het virtuoze vibrafoonspel van Erwin viel echter op en hij won daarmee de solistenprijs voor zijn – volgens Michiel de Ruyter – subliem gespeelde nummer Blues voor Jorinde. Mede dankzij dit succes speelde The Winchester Four op vele jazzpodia en trad het kwartet veelvuldig in verschillende radio- en televisieprogramma’s op. Daarnaast gaf Erwin muziekles en begeleidde hij diverse solisten.

1963-1964 Pia Beck Combo In 1963 nodigde Pia Beck een deel van de formatie uit om haar begeleidingstrio te worden. De combinatie begon met een tournee door Nederlanden een tv uitzending. Dit naast hun optredens als The Winchester Four. Ze traden met Pia onder ander op in het Kurhaus te Scheveningen. Het bleek voor Erwin uiteindelijk niet inspirerend genoeg om alleen maar muzikaal te begeleiden en hij stapte begin 1964 uit het Pia Beck Trio.

1964-1967 Jazzclub ’64, Poetry &Jazz, een experimentele jazzperiode. Na het avontuur met het Pia Beck Trio werd The Winchester Four een kwintet met deels nieuwe gezichten. De samenwerking tussen Erwin Somer en pianist Reijn de Graaf werd aangevuld met Ferdy Rikkers (bas) Roel Hemmes (tenorsax) en Pierre Courbois (drums).  In Jazzclub ’64 in Groningen werd onder leiding van Reijn de Graaf concerten georganiseerd. In deze ‘Groningse scene’ werd veel opgetreden met wisselende samenstelling van jonge jazzmusici, zo ook door bovengenoemden. Ook landelijk en op radio en TV werd er veelvuldig opgetreden. Ze trokken langs jazzclubs en festivals in Nederland, België en Duitsland. In 1964 stonden de jongens van ‘The Winchester Combo’ op het toonaangevende Jazzfestival ‘Comblain la Tour’ in Brussel op het programma naast onder andere Ray Charles en Bill Evans.

In 1965 trad Erwin Somer in het huwelijk met zijn tweede vrouw en ze vestigden zich in 1968 in een grote IJsselhoeve te Welsum, Overijssel. Deze boerderij verbouwden ze tot een woonboerderij met repetitieruimten en atelier. Het werd een centrum voor kunst en muziek waar veel gelijkgestemden graag verbleven.

In 1966 werd een nieuwe formatie gevormd met Rudi van Dijk (sax), Helmig van der Vecht (piano), Peter Bennink (tenorsax en fluit) en Jaap Drupsteen (bas) onder de naam Erwin Somer Group.

Deze formatie trad op naast het Winchester Quintet. Door in de jaren 1964-1968 veel samen te spelen in deze bezettingen maar ook in gelegenheidscombo's op vrije kunst-gelegenheden zoals meerdere 'Poetry and Jazz' manifestaties ( Groningen, Deventer, Drienerlo met o.a. Simon Vinkenoog, Remco Campert en Remco Haido als dichters) konden de musici steeds meer experimenteren en zich ontwikkelen op de grenzen van jazz en vrije muziek. Het Quintet veranderde in het ‘kwintet Erwin Somer- Pierre Courbois’. In 1968 veranderde de naam in ‘Free Music Quintet’, passende bij de naam ‘Free Music’ die Pierre Courbois  al gebruikte voor zijn experimentele vorm van muziek. De bezetting van deze laatste formatie bestond uit Pierre Courbois (slagwerk), Erwin Somer( vibrafoon), Boy Raaymakers (trompet, hoorn), Ferdi Rikkers (contrabas) en Peter van der Locht( saxofoon, fluit).

1968-1973 Free Jazz In 1968 kregen de musici de kans om opnamen te maken. Ze kregen een opdracht van het Amerikaanse muzieklabel ESP, dat zich destijds uitsluitend met avant-garde jazz bezighield. Op 24 en 25 juni 1968 werden in de boerderij te Welsum de opnamen gemaakt. Er werden twee stukken opgenomen met de titels No. One and No. Two. De elpee kreeg als titel ‘Free Music One and Two.’

De plaat was erg succesvol en leverde voor de groep veel optredens op, ook in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Het succes resulteerde in nog een opname, ‘Free Music & Orgel’. Opgenomen op 13-14 oktober 1968. De Free Jazzstijl van het Quintet heeft veel invloed gehad voor de verdere ontwikkeling van de Europese jazz- en improvisatiemuziek.

Erwin Somer Group Na het succes van het Free Music Quintet kwam Somer in 1972 weer in contact met Helmig van der Vegt en Rudy van Dijk. Samen wilden zij met Hans La Faille en Jaap van Eik, allen ex- Cuby and the Blizzards, als nieuwe formatie gaan spelen. Deze ‘Erwin Somer Group’ speelde jazz in combinatie met rock en blues. In 1973 werd een opname gemaakt, de elpee Erwin Somer Group. Alle composities waren van de musici zelf. De thematiek was geïnspireerd op de natuur en de omgeving van de IJsselboerderij waar de formatie repeteerde. Dit is terug te zien is in de tracktitels zoals ‘De IJssel’ en ‘De Veerpont’. De elpee werd uitstekend ontvangen en verkocht. In 2019 is de elpee opnieuw uitgebracht. Ook deze persing werd zeer goed ontvangen en is vooral in Japan nog steeds erg populair.

Jaren 1973-1998 Na 1973 veranderde de bezetting van de Erwin Somer Groep. De formatie bestond nu uit Henk Zomer (drums), Henk Meurgeert (piano), Eric Raayman (bas) en Rudy van Dijk (saxofoon).

De musici speelden ook onder verschillende samenstellingen en namen; zoals onder de naam “Binoculars’, waar in plaats van Jaap van Eik de bassist Han van der Poot (ex- The Winchester Four) meespeelt. Voor alle platenhoezen ontwierp Erwin Somer zelf de covers en lay-out. Erwin schreef voor zijn oudste drie dochters muziek; 'Blues voor Jorinde' (1963) en 'Kobus en Tim'(1972).

Eind jaren ’70 trok Erwin zich uit de professionele jazzwereld terug om zich meer te richten op zijn werk als beelden kunstenaar. Tot halverwege de jaren tachtig speelde Somer op uitnodiging nog sporadisch mee met verschillende formaties. Hij bleef privé spelen en lesgeven tot ca. 1998.

Bronnen en referenties

Categorie:Nederlands jazzmusicus