Het Hooghuis op den Hubert was een kasteel in het Nederlandse dorp Gemert, provincie Noord-Brabant. Het kasteel was het stamhuis van de heren van Gemert.
Geschiedenis De familie Van Gemert stichtte rond 1050 een domein langs het riviertje de Rips en een doorgaande landroute. Op drie omgrachte terreinen verrezen houten gebouwen, waaronder een zaalgebouw. Dit was mogelijk de residentie van de heren van Gemert. Rond 1150 verdween dit gebouw weer.
Omstreeks 1250 werd op de plek van het verdwenen zaalgebouw het mottekasteel Hooghuis gebouwd.
Duitse Orde De oudste schriftelijke vermelding dateert pas uit 1364 en spreekt van het 'hues van Ghemert'. De familie Van Gemert raakte in deze periode in conflict met de machtige Duitse Orde en in 1366 werd Diederik van Gemert door de hertog van Brabant gedwongen zijn heerlijke rechten - waaronder het kasteel en het visgeweer - aan de Orde over te doen. Diederik behield wel de bijgebouwen van de oude domeinhof - waaronder het Hofgoed - maar het Hooghuis was voortaan een leen van de Orde, met Diederik als leenman. De Orde bouwde rond 1400 even ten zuiden van de domeinhof een eigen kasteel, het huidige kasteel van Gemert.
Verplaatsing van de residentie Na het overlijden van Diederik IV van Gemert rond 1385 raakte het Hooghuis in onbruik. Oudste zoon Diederik V erfde de diverse hoofdgebouwen en het Hofgoed, de rest werd verdeeld onder zijn broers. Diederik V heeft mogelijk zijn residentie verplaatst naar het derde eiland, dat wél volledig in zijn bezit was, in tegenstelling tot het in leen gehouden Hooghuis. Zo was hij minder afhankelijk van de Duitse Orde.
Diederik V overleed rond 1427. Zijn zoon Diederik VI stierf in 1475, waarna diens zoon Goyart van Gemert hem opvolgde. Goyart overleed reeds in 1476, zonder kinderen achter te laten. Het Hofgoed en de residentie op het derde eiland werden door de erfgenamen verkocht aan mede-erfgenaam Hendrik Celen van Helmond. Hij overleed echter al in 1478, vele schulden achterlatend.
Het is niet duidelijk wanneer het Hooghuis is afgebroken. Mogelijk was dit reeds vóór 1400 gebeurd, waarbij de gracht was gedempt met de aarde van de motteheuvel.Zie: Timmers. Ook kan het zijn dat het kasteel pas is verwoest door Bosschenaren in december 1479 tijdens de Gelderse Oorlogen.Zie: Kastelenlexicon en Van der Kamp.
Versnippering van de bezittingen Goyart van Lancvelt kocht in 1484 uit de failliete boedel van Hendrik Celen de hoeve die oorspronkelijk naast het Hooghuis stond. Een jaar later verkocht Hendriks erfgenaam Jan Heym een huis, hof, boomgaard en visgeweer aan Lonis Gijsbert van de Velde, die nagenoeg alle verdeeld geraakte percelen weer in bezit wist te krijgen. Lonis overleed rond 1497, waarna zijn weduwe in 1514 het gebruik van een deel van de gronden overdroeg aan Gerit Verhoeven. Hij werd in 1520 eigenaar van de gronden, zijn weduwe Tecla van Hout tot aan haar dood in 1547. Hierna raakte het bezit - bestaande uit het Hofgoed, een hoeve 'in de Vorst' en een hoeve 'bij de Hubert' oftewel bij het voormalige kasteel - versnipperd onder hun kinderen.
In 1587 werd op de plek van de laatste residentie van de heren Van Gemert de Latijnse School gesticht.
Vondsten en onderzoek Op de plek van het kasteel verrees in 1905 de textielfabriek Raymakers. Bij de bouwwerkzaamheden werden zware houten balken aangetroffen, maar er is toen geen verband gelegd met het kasteel.
In 1980 werd bij de Latijnse School het restant van een gracht gevonden. Abusievelijk werd toen aangenomen dat het kasteel op de plek van de Latijnse School had gestaan.
In 1995-1996 vonden archeologische opgravingen plaats op de locatie van de inmiddels gesloopte textielfabriek. Hierbij werd alsnog de ligging van het Hooghuis vastgesteld. Nadien is hier een politiebureau gebouwd.
Twee bruggen en een deel van de slotgracht zijn in het straatbeeld zichtbaar gemaakt.
Beschrijving De oudste bebouwing betreft de domeinhof uit circa 1050, bestaande uit drie omgrachte eilanden met houten gebouwen; tussen de eilanden lagen bruggen. Op het hoofdeiland stond een drieschepig houten zaalgebouw van 12 bij 12 meter groot dat mogelijk diende als representatieve ruimte voor de heren van Gemert; het is echter ook aannemelijk dat het een kerkgebouw was. Het tweede eiland was waarschijnlijk een soort voorburcht met bijgebouwen. Rondom het domein lag een omheining, mogelijk bestaande uit een aarden wal met een haag. De vorm van deze omheining is nog zichtbaar in het stratenpatroon van Gemert dankzij de straten De Haag, Kerkstraat, Nieuwstraat en Haageijk.
Na 1150 was het zaalgebouw verdwenen. De familie Van Gemert zal toen waarschijnlijk op het derde omgrachte eiland - waar in 1587 de Latijnse School is gebouwd - zijn residentie hebben gehad.
Rond 1210 is er een watermolen aan het domein toegevoegd.
Bouw van het kasteel Omstreeks 1250 bouwden de heren van Gemert op de plek waar het houten zaalgebouw had gestaan, het nieuwe kasteel Hooghuis. De gracht werd verbreed en het eiland (met een afmeting van 37 bij 37 meter) werd met enkele meters kunstmatig opgehoogd, waarna er een bakstenen mottekasteel werd gebouwd. Dit kasteel werd afgedekt door een leistenen dak en beschikte over glas in loodramen.
Omstreeks 1330 werd aan de zuidoostzijde van het kasteel een nieuw gebouwencomplex opgetrokken dat later als het Hofgoed bekend stond. Zo'n twintig jaar later raakte de oude voorburcht op het tweede eiland buiten gebruik.
Eind 14e eeuw raakte het Hooghuis in onbruik toen de heren van Gemert een woonhuis betrokken op het derde eiland.
Categorie:Verdwenen kasteel in Nederland Categorie:Kasteel in Noord-Brabant Categorie:Bouwwerk in Gemert-Bakel