Het verdrag van Cebu (Spaans: Tratado de Cebú) was een overeenkomst die op 4 juni 1565 werd gesloten tussen de Spaanse conquistador Miguel López de Legazpi en Radja Tupas, een lokale heerser op Cebu. Het verdrag volgde op de militaire bezetting van Cebu door de Spanjaarden en markeerde het begin van een permanente Spaanse aanwezigheid in de Filipijnen. Historici beschouwen het verdrag als een sleutelmoment in de stichting van de Spaanse koloniale staat in de archipel. (1992), pp. 40–53.
Achtergrond In 1521 bereikte een expeditie onder leiding van Ferdinand Magellaan als eerste Spaanse vloot de Filipijnse archipel tijdens een zoektocht naar een westelijke route naar de specerijeilanden. Hoewel Magellaan zelf op Mactan om het leven kwam, toonde de reis aan dat de eilanden bereikbaar waren vanuit Spaans gebied en vormde zij de basis voor latere Spaanse expedities naar de eilandengroep.
Na de onderneming van Ferdinand Magellaan in 1521 stuurde Spanje nog diverse expedities naar de Filipijnen. Doel van deze reizen was vooral om het Portugese handelsmonopolie te doorbreken en gebieden te claimen die als uitvalsbasis voor de Spanjaarden konden dienen. Deze expedities mislukten echter grotendeels. Wel dankt het land haar naam aan Ruy López de Villalobos die de eilandengroep tijdens een expeditie in 1542 vernoemde naar de toenmalige kroonprins van Spanje Filips II. In 1564 vertrok een nieuwe vloot onder leiding van Miguel López de Legazpi vanuit Nieuw-Spanje, met als doel een duurzame Spaanse aanwezigheid in de regio te vestigen en de aanspraken van de Spaanse Kroon op de eilanden te bevestigen., vol. 2, pp. 33–54.
De expeditie landde achtereenvolgens op Samar, Leyte, Limasawa, Bohol en Negros. Op deze locaties werd bloedpacten gesloten met lokale heersers en het land werd geclaimd voor de Spaanse koning. Op 27 april 1565 bereikten twee oorlogsschepen van de expeditie Cebu, in die tijd een nederzetting met zo'n 1.000 woningen verspreid langs een 6 tot 7 kilometer lange kuststrook. (1992), p. 41 Daar gingen ze in de haven voor anker en een dag later arriveerde een derde schip. (1992), p. 48 De Spanjaarden stuurden een boodschapper met een tolk aan land om de lokale heerser aan boord aan te nodigen, waar hij een geschenk zou krijgen en een brief van koning Filips II. Radja Tupas was een lokale heerser die 44 jaar eerder als jonge prins ook al een rol speelde toen Radja Humabon een bloedpact sloot met Ferdinand Magellaan in 1521.
Aankomst op Cebu en Spaanse inname thumb|Een replica van Santo Niño de Cebu wordt gekust tijdens het jaarlijkse Sinulog Festival thumb|Het oorspronkelijke Fort San Pedro was een driekhoekige houten palissade gebouwd op een landtong Omdat Tupas na enkele verzoeken van de Spanjaarden niet kwam opdagen, stelde Legazpi een ultimatum. Tegen die tijd hadden de leiders van Cebu versterkingen verzameld en stonden naar schatting 1.500 à 2.000 bewapende krijgers langs de kust opgesteld. Toen de Spanjaarden vervolgens de nederzetting echter beschoten vanaf hun schepen, trokken de Cebuanen zich onmiddellijk terug, verlieten het strand en lieten hun boten achter. De graanschuur vloog in brand, waarna uiteindelijk nog eens ongeveer vierhonderd huizen door brand verwoest werden. Ongeveer 200 Spanjaarden plunderden daarop de grotendeels verlaten nederzetting en namen het in. Tussen de ruïnes ontdekte een van de Spanjaarden in een houten kist van Spaanse makelij de Santo Niño de Cebu, het beeld van Santo Niño dat Ferdinand Magellaan in 1521 aan de vrouw van Radja Humabon had geschonken. Dat het beeld de brand had overleefd en vervolgens werd teruggevonden, werd beschouwd als een wonder. Legazpi vaardigde daarop een bevel uit om de verering van het Heilig Kind te verspreiden., Santo Niño de Cebu, Cultural Center of the Philippines Encyclopedia of Philippine Art (geraadpleegd op 13 juni 2026) De Santo Niño van Cebu groeide uit tot misschien wel het belangrijkste katholieke beeld van de Filipijnen. De huidige Basilica Minore del Santo Niño staat nog steeds op de plaats waar het beeld volgens de overlevering werd teruggevonden, en het jaarlijkse Sinulog Festival trekt miljoenen bezoekers.
Op 8 mei 1565 stak Legazpi persoonlijk de eerste spade in de grond en begonnen de Spanjaarden met het bouwen van fortificaties op de plek, waar later ook Fort San Pedro zou worden gebouwd. En op 16 mei werd de locatie van het kamp dusdanig veilig geacht dat Lepgazpi het beeld van Santo Niño de Cebu in een plechtige processie met militaire escorte overbracht naar het kamp.
Sluiting en bepalingen van het verdrag Kort daarna verscheen Radja Tupas met een gevolg van zo'n 40 man voor Legazpi. Door de militaire druk en de verwoesting van een deel van zijn nederzetting zag hij zich gedwongen om een vredesverdrag te sluiten, dat Tupas en de andere leiders van Cebu onder de soevereiniteit van de Spaanse Kroon plaatste. Zij verplichtten zich tot trouw aan Spanje, gehoorzaamheid aan Spaanse gouverneurs en militaire samenwerking met Spaanse expedities. Het verdrag voorzag tevens in wederzijdse militaire steun, de uitlevering van verdachten aan Spaanse autoriteiten en de bestraffing van misdrijven onder Spaans toezicht. In de praktijk verleende het de Spaanse gouverneur een bevoorrechte juridische positie ten opzichte van de inheemse bevolking en daarmee kwam het verdrag in de praktijk neer op een door militair overwicht afgedwongen onderwerping.
Nasleep Hoewel het verdrag de Spaanse bezetting van Cebu formeel bekrachtigde, betekende het niet dat de positie van de Spanjaarden onmiddellijk veilig was. Er ontstond na de onderwerping van Tupas eerder een patstelling. De Cebuanen waren niet in staat de Spanjaarden uit hun fort te verdrijven, maar de Spanjaarden konden hun gezag buiten hun versterkte kamp evenmin eenvoudig uitbreiden. (1992), pp. 52–53.
De Spaanse troepen waren voor hun voedselvoorziening in belangrijke mate afhankelijk van de omgeving van Cebu. De leiders van Cebu probeerden de bezetters uit te hongeren door geen rijst aan te planten. Die strategie vereiste samenwerking tussen de voornaamste leiders van Cebu en de bereidheid om ook zelf economische ontberingen te dragen. (1992), pp. 53, 55. Het plan werd echter ondermijnd doordat de Spanjaarden rijst van elders konden betrekken, onder meer uit Panay, en doordat handelaren uit andere delen van de archipel en uit China naar Cebu kwamen om zaken te doen met zowel de lokale bevolking als de nieuw aangekomen Spanjaarden. (1992), p. 55. In de loop van 1565 en 1566 sloeg de patstelling daardoor geleidelijk in Spaans voordeel om. Vanuit Panay arriveerden meerdere rijstleveringen, terwijl ook handelaren uit onder meer Mindoro, Luzon en Negros Cebu aandeden. Legazpi stimuleerde deze aanvoer actief, onder meer door expedities uit te zenden om rijst te kopen of desnoods in beslag te nemen. (1992), pp. 56–57.
Het verdrag maakte evenmin een einde aan de spanningen tussen de Spanjaarden en groepen uit de omgeving van Cebu. Zo onderhielden Tupas en zijn verwanten nauwe banden met de bevolking van Mactan, onder wie personen die door de Spanjaarden werden gezocht. Hoewel Legazpi op uitlevering aandrong, trad Tupas daarbij aarzelend op. In juli 1565 werden bovendien drie mannen in de haven van Cebu gedood bij een aanval die aan strijders uit Mactan werd toegeschreven. (1992), p. 54. Ook daarna bleef de situatie gespannen. In december 1566 waren grote delen van het Spaanse garnizoen nog altijd langs de kusten van Leyte verspreid op zoek naar rijst, wat erop wijst dat de bevoorradingsproblemen en de militaire kwetsbaarheid van de bezetting nog steeds niet volledig waren opgelost. (1992), p. 58.
thumb|De Spanjaarden betrokken de benodigde rijst uiteindelijk van omliggende eilanden zoals Panay Tegelijkertijd kreeg de samenwerking tussen de nieuwe koloniale machthebbers en delen van de Cebuano elite al snel een praktische invulling. Een verwant van Tupas, genaamd Makyo, raakte bijvoorbeeld met steun van Legazpi betrokken bij de invoer van rijst uit Panay en bij pogingen om gezochte personen op te sporen. (1992), pp. 54–55. De groeiende aanvoer van voedsel en handelsgoederen veranderde Cebu bovendien in een regionaal handelsknooppunt onder Spaans toezicht. Chinese en Luzonese handelaren begonnen de nieuwe situatie te benutten en Cebu ontwikkelde zich geleidelijk tot een commercieel steunpunt van de Spaanse aanwezigheid in de archipel. (1992), pp. 55–57. De beslissing van Tupas om met Legazpi tot een akkoord te komen moet dan ook niet alleen worden gezien als een reactie op Spaans militair overwicht, maar ook als onderdeel van de interne politieke verhoudingen binnen Cebu en van de manier waarop lokale leiders zich probeerden aan te passen aan de nieuwe machtsverhoudingen. (1992), pp. 53–55. Ook de internationale context kan daarbij een rol hebben gespeeld. In 1566 dook opnieuw een Portugese vloot op in de regio, wat Tupas mogelijk heeft doen inzien dat Spaanse aanwezigheid voor Cebu nog altijd het minste van twee kwaden was. (1992), p. 57.
Begin 1567 kwam de gespannen verhouding tussen de Spanjaarden en delen van de bevolking opnieuw tot een uitbarsting toen meerdere soldaten in het fort vergiftigd werden door vrouwen die wijn aan de Spanjaarden verkochten. Onder zware druk van Legazpi leverde Tupas daarop enkele verdachten uit. Na ondervraging en foltering werden vier vrouwen veroordeeld; drie van hen kregen lijfstraffen en verbanning opgelegd, terwijl de vierde ter dood werd gebracht. Later diezelfde dag leverde Tupas ook Dagami, een invloedrijke leider uit Gabi, aan de Spanjaarden uit. Daarmee koos Tupas uiteindelijk definitief voor samenwerking met de Spanjaarden, ook wanneer dat ten koste ging van zijn positie tegenover rivaliserende Cebuano leiders. (1992), pp. 57–58.
Ondanks deze kwetsbare uitgangspositie slaagden de Spanjaarden onder leiding van López de Legazpi erin hun aanwezigheid op Cebu te consolideren. De vestiging op het eiland groeide uit tot het eerste duurzame Spaanse steunpunt in de Filipijnen en vormde een belangrijk vertrekpunt voor verdere Spaanse expansie in de archipel. (1949), The Philippines Since Pre-Spanish Times, R.P. Garcia Publishing Co., Manilla, p. 170–188 Tegen het einde van 1566 was Tupas’ positie economisch en politiek sterk verzwakt: hij was voor voedsel en handel steeds afhankelijker geworden van externe netwerken en had militair weinig mogelijkheden meer om zich tegen de Spanjaarden te verzetten. Tegen die achtergrond werd verdere samenwerking met Legazpi voor Tupas steeds meer een politieke noodzaak.
Referenties
Bronnen (1992), Looking for the Prehispanic Filipino and Other Essays in Philippine History. Quezon City: New Day Publishers, online te lezen via deze link (1903-1908), The Philippine Islands, 1493-1803, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, Vol 1-55, online te lezen via deze link
Categorie:Cebu Categorie:Geschiedenis van de Filipijnen (1521-1898) Categorie:Vredesverdrag Categorie:Verdrag in de 16e eeuw