"Il est bel et bon" is een 16e-eeuwse chanson geschreven door Pierre Passereau, een Franse priester en componist binnen de Renaissance. Het werd voor het eerst gepubliceerd ergens tussen 1529 en 1547, en is geschreven voor vier stemmen.
Omkering Het lied vormt een typisch voorbeeld van een humoristische rollenomkering waarbij het tegenovergestelde wordt getoond van hoe een man zich in de vroegmoderne samenleving hoorde te gedragen. De bel et bon mary disciplineert zijn vrouw niet en doet vrouwelijke huishoudelijke taken zoals het voeren van kippen. Voor tijdgenoten kwam hij daardoor 'verwijfd' over, wat het lied zijn komische karakter gaf.
Tekst In het Middelfrans
Il est bel et bon commère, mon mary, Il est bel et bon bon bon bon bon commère.
Ils estoient deux femmes toutes d'ung pays, Disans l'une à l'aultre; avez bon mary.
Il est bel et bon commère, mon mary.
Il ne me courousse ne me bat aussy, Il faict le mesnaige, il donne aux poulailles Et je prens mes plaisirs, Commère, c'est pour rire Quand les poulailles crient : Petite coquete, qu'est cecy ?
Il est bel et bon commère, mon mary.
Vertaald naar het Nederlands Hij is knap en goed, buurvrouw, mijn man, Hij is knap en goed goed goed goed goed, buurvrouw.
Er waren twee vrouwen uit hetzelfde land, Die tegen elkaar zeiden: "Heb jij een goede man?"
Hij is knap en goed, buurvrouw, mijn man.
Hij maakt me niet kwaad en slaat me ook niet, Hij doet het huishouden, hij voert de kippen, En ik neem mijn pleziertjes, Buurvrouw, het is maar een grapje, Wanneer de kippen roepen: "Klein hennetje, wat is dat hier?"
Hij is knap en goed, buurvrouw, mijn man.
Categorie:Frans lied