Alphonse Philippe Ghislain van de Walle (Brugge, 17 maart 1829 - aldaar, 22 mei 1891) was een actief Belgisch strijder voor de bedreigde pauselijke staten en een ijverig publicist over uiteenlopende onderwerpen.
Familie Alphonse was de oudste van de vijf kinderen van Théodore van de Walle (1780-1848) en barones Isabelle van Zuylen van Nyevelt (1796-1889). Hij was een leeftijdgenoot van de dichter Guido Gezelle. Ook al zijn hierover geen getuigenissen bekend, is het waarschijnlijk, gelet op de band tussen beide gezinnen, dat de twee jongens elkaar kenden.
Levensloop Het gezin Theodore van de Walle woonde op het Kraanplein. Op dit plein bevond zich ook de lagere school die door Jan Brans werd geleid en waar zowel de jongens uit het gezin Van de Walle als uit het gezin Gezelle leerling waren. Daarna doorliep Alphonse de middelbare school aan het Sint-Lodewijkscollege. In de retorica, waar hij als primus afstudeerde, had hij als medeleerling Lodewijk Van Haecke (1829-1912), die later bekendheid verwierf als priester, kapelaan van de Basiliek van het Heilig Bloed en grappenmaker.
Beroepshalve werd hij agent van de Société Générale. Hij bleef op het Kraanplein wonen, samen met zijn moeder, met zijn twee ongehuwde zussen Mathilde en Leonie, met zijn broer Jules en met zijn broer Victor en die zijn gezin.
In het sociale leven van zijn geboortestad speelde hij nauwelijks een rol. Zijn enige bekende activiteit was als kerkmeester en vaste secretaris binnen de Edele Confrérie van het Heilig Bloed.
Pauselijk adel In 1868 werd Alphonse van de Walle vereerd met de titel van pauselijke of Romeinse graaf, reversibel op zijn moeder en overdraagbaar op zijn eventuele nakomelingen. Dit was een gevolg van zijn inzet ten gunste van de pauselijke staten. De strijd voor de Italiaanse eenmaking was toen losgebrand en in katholieke landen werden acties ondernomen om de pauselijke staten te ondersteunen. Aan wie hierin actief waren, werden als bedanking pauselijke gunsten en eretekens aangeboden, met die van pauselijk graaf als belangrijkste.
Aan Van de Walle werd de grafelijke titel toegekend, omdat hij zich in het bisdom Brugge had laten kennen als een voorvechter van de pauselijke staten en als medestichter van alle pauselijke werken die in dit bisdom tot stand kwamen. Hij noemde zich ook advocaat van Sint-Pieter in Rome, als van de in 1877 opgerichte vereniging Avvocati di San Pietro, die zich inzette voor de pauselijke staten tegen het unitaire Italië. Hij vermeldde ook nog andere eretekens die hem waren toegekend: ridder in de Orde van de heilige Gregorius de Grote en het kruis Pro Ecclesia et Pontifice.
Een pauselijke titel was niet zelden een eerste stap naar het verkrijgen van een Belgische adellijke titel en het was duidelijk dat Alphonse van de Walle hierop hoopte, hoewel dit vergeefs bleek. Daar waar andere naamdragers Van de Walle en ook alle Van Zuylen de Nyevelts in de adel werden opgenomen, was dit niet het geval voor hem en zijn familie. Het belette niet dat hij en de zijnen behoorden tot wat men de notabelen of 'patriciërs' noemde.
Alphonse van de Walle speelde in Brugge geen noemenswaardige rol en oefende maar een bescheiden beroep uit. Hij beroemde zich niettemin op titels die hij had verworven: lid van de koninklijke academie voor archeologie en geografie in Madrid, lid van de Belgische Academie voor archeologie, lid van het Geschiedkundig Genootschap van Beieren, lid van de Archeologische vereniging in Béziers, lid van de koninklijke vereniging van kunsten en letterkunde in Gent en van de Société d'Emulation in Brugge.
Naast zijn Italiaanse inzet, was Alphonse ook actief ten gunste van slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog. Hij was hierbij een aanhanger van de Carlistische troonpretendent Carlos María de los Dolores de Borbón (1848-1909).
Oorsprong van de familie Alphonse van de Walle had een bijzondere interesse voor de oorsprong van zijn familie. Hij heeft hierbij de indruk, en soms zelfs meer dan de indruk, willen wekken dat hij een afstammeling was van de middeleeuwse Brugse familie Van de Walle. Hij was hierin verkeerd, want die familie was in de zeventiende eeuw uitgedoofd. De echte voorvaders waren achttiende-eeuwse landbouwers uit Knesselare. Alphonse vond dit duidelijk onvoldoende roemvol, hoewel het een stam was die zich maatschappelijk behoorlijk had opgewerkt en waarvan sommige afstammelingen zelfs, onder Napoleon, tot de empire-adel gingen behoren en anderen in de adel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werden opgenomen.
Alphonse leefde alvast in de nostalgie van vermeende adellijke voorouders. De opname in de adel van een naamgenoot Van de Walle in 1822, zal hem ongetwijfeld aangemoedigd hebben om eveneens een titel te verwerven.
Zijn talrijke publicaties, enerzijds over Brugse adel en patriciaat, anderzijds over de strijd in Italië en Spanje, gaf hij zelden onder zijn naam uit, maar meestal onder allerhande pseudoniemen.
Publicaties De la constitution des gouvernerments représentatifs et pourquoi le suffrage porte à faux, 1850. Gertrude de Scheutelaere, ou Bruges de 1436 à 1438. Chant histoprique du moyen-âge, tiré de Meyer, Custis, Despars, Beaucourt et autre chroniqueurs de la Flandre, Brugge, 1852. Vingt-cinq ans de bonheur et de gloire. Hommage à Sa Majesté Léopold Premier, roi des Belges, 1856. Annales de la noblesse et du patriciat de Bruges. Jurisprudence, histoire, archeologie, géographie, 1860-1862. Armorial de Bruges, Brugge, L.B. Herreboudt, 1863. De beide Siciliën. Parma, Modena en Toskanen tegen Piemont verdedigd, 1866. Le fils de la Sainte, Brugge, L.B. Herreboudt, 1868. Les deux Siciles. Ferdinand II et son fils, 1869. Delenda Carthago et une page d'histoire contemporaine, 1871. Appel à l'Europe en faveur de la restauration du duché de Modène, 1873. L'Espagne contemporaine ou les pronunciamentos. Boabdil II et le second vainqueur de Grenade, 1874. Le Saint Charles ou mérite et droit de Don Carlos, 1875. Epitre à sa Majesté catholique, rédigé, commenté et expliqué, 1877. Chartes et diplômes de noblesse, octroyés avant et après 1789 aux familles Van de Walle et Van Zuylen van Nyevelt, 1877. Le Saint François, prose et vers, 1878. Le salut à la France. Pensées légitimistes du comte de Guislaine Saint-Louis, 1878. Saint-Pierre, roi de Rome, hommage au pouvoir temporel du Saint-Siège, 1880. Les Van de Walle de Flandre. Mémoire prouvant leur ancienne noblesse, 1884. Souvenir pieux, Brugge, 1889.
Bibliografie F. VAN DYCKE, Recueil héraldique de familles nobles et patriciennes de la ville et du franconat de Bruges, Brugge, 1851. Thierry VAN DE WALLE DE GHELCKE, Alphonse van de Walle, in: Le Parchemin, 1978. Christiaan GERMONPRE, Alfons van de Walle, in: Lexicon van West-Vlaamse schrijvers, Deel 5, Torhout, 1988. Hervé DOUXCHAMPS, La famille brugeoise Van de Walle au Dauphin, in: Le Parchemin, 1998, blz. 242-296. Andries VAN DEN ABEELE & Guy VAN RENYNGHE DE VOIXVRIE, De leden van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed in Brugge, vanaf de heroprichting in 1819 tot en met 2010, in: Brugs Ommeland, 2010. Andries VAN DEN ABEELE, Théodore Dominique van de Walle, in: Brugs Ommeland, 2017. Andries VAN DEN ABEELE, Alphonse van de Walle, in: Brugs Ommeland, 2017.
Bronnen en referenties
Categorie:Belgisch schrijver Categorie:Belgisch activist