miniatuur De romaanse doopvont van Hoepertingen is een twaalfde-eeuws liturgisch kunstobject in Maaslandse blauwsteen (hardsteen). Het fragmentarisch overgeleverde doopbekken is afkomstig uit de oorspronkelijke romaanse Sint-Vedastuskerk van Hoepertingen (deelgemeente van Tongeren- Borgloon, België). Na een afwezigheid van bijna driehonderd jaar keerde het topstuk in 2016 terug naar het dorp.

Geschiedenis en omzwervingen

De doopvont dateert uit de elfde of begin- twaalfde eeuw en deed dienst in de vroegste bouwfase van de Sint-Vedastuskerk.

Destijds was een stenen, afsluitbare doopvont een belangrijk parochiaal privilege om het gewijde water te beschermen tegen misbruik of diefstal. Het bezit van een permanent doopbekken met een vergrendelbaar deksel bevestigde bovendien de officiële status en het dooprecht van de parochie, aangezien het middeleeuwse kerkrecht strenge eisen stelde aan de bewaking van het sacrale water. Bij ingrijpende verbouwingen in de vijftiende-zestiende eeuw maakte de romaanse kerk stapsgewijs plaats voor een gotisch bouwwerk. Vermoedelijk rond 1540 werd de oude, reeds beschadigde romaanse vont buiten gebruik gesteld en vervangen door een exemplaar in Luikse renaissancestijl. De romaanse kuip werd vervolgens eeuwenlang bewaard in de tegenoverliggende tiendenschuur, eigendom van de abdij van Herkenrode.

Overbrenging naar Luik en herontdekking (1788 - 2015) In 1788 werd de kerk omgebouwd tot haar huidige classicistische vorm en werd de oude tiendenschuur afgebroken. Op advies van de toenmalige kerkelijke overheid werd de doopvont overgebracht naar depots van het bisdom Luik, waartoe Hoepertingen destijds behoorde.

Het object raakte in Luik in de vergetelheid en verbleef circa 230 jaar in de opslag van het museum Grand Curtius. In 1913 werd het voorwerp zonder foto gecatalogiseerd door Gustave Ruhl-Hauzeur. Mede dankzij academisch onderzoek van doopvontexpert dr. Jean-Claude Ghislain werd deze vermelding herontdekt. Op 4 februari 2015 kon een kleine delegatie,  het fragment formeel identificeren in het Luikse depot. miniatuur

Terugkeer (2016) De feitelijke terugkeer van het topstuk naar de parochie is het directe resultaat van het historisch onderzoek en de bemiddelingsgesprekken door heemkundige Luc Wijnants. Op 4 februari 2016 werd de doopvont officieel overgedragen en naar Hoepertingen teruggebracht. Vanwege de toenmalige omstandigheden werd de vont aanvankelijk opgesteld in de nabijgelegen, historisch beschermde Sint-Jobskapel (gehucht Emmeren). Toen de volledige restauratiewerken aan deze kapel aanvingen, diende de doopvont hier te verhuizen. Bijgevolg werd het object op 24 april 2024 overgebracht naar haar definitieve bestemming achteraan in de Sint-Vedastuskerk.

Kenmerken en stijl miniatuur De doopvont is fragmentarisch bewaard gebleven; de centrale schacht, de basis en de vier hoekzuiltjes zijn verloren gegaan. Het resterende halfronde bekken is gehouwen uit Maaslandse steen, een donkergrijze, dicht- en fijnkorrelige kalksteen uit het Viséen. Dit specifieke sedimentaire gesteente werd destijds ontgonnen in de kalkbekkens langs de Maas en de Samber (onder meer in de vallei van de Mehaigne) en leende zich dankzij zijn hardheid uitstekend voor fijn snijwerk en polijsting.

Stilistisch behoort de vont tot de zogeheten Groupe namurois. Het object werd geproduceerd in een Waals atelier dat gespecialiseerd was in de prefabricage van dergelijk liturgisch meubilair. De bloeitijd van deze Naamse productie en de grootschalige export via de waterwegen lag tussen 1150 en 1175. De kuip heeft een buitendiameter van 101 cm, een binnendiameter van 75 cm en een hoogte van 33,5 cm. De diepte bedraagt 30 cm.

Iconografie De buitenzijde van het bekken is in bas-reliëf gedecoreerd met typische vroeg-dertiende-eeuwse romaanse motieven: Maskers met horens: Gebeeldhouwde hoofden of maskers waaruit bladranken spuwen. Eén vrijstaand hoofd raakte in het verleden los en is onvindbaar. De levensboom: Symmetrische bladmotieven (palmetten) die via een ring met elkaar verbonden zijn en symbool staan voor het nieuwe leven door het sacrament van het doopsel. Verloren tafereel: De decoratiecyclus is onvolledig. Vergelijking met gelijkaardige romaanse doopvonten in de regio doet vermoeden dat het ontbrekende deel een dier- of draakfiguur bevatte, die traditioneel symbool stond voor de afweer van het kwaad.

Bronnen , "Omzwervingen romaanse doopvont van Hoepertingen", academia.edu. , "Les fonts baptismaux romans en pierre bleue des ateliers du Namurois (ca. 1150-1175)", Namur, Société archéologique de Namur, 2009. , publicaties in het tijdschrift van Les Amis du Musée d'Art Religieux et d'Art Mosan (Luik).

Categorie:Hoepertingen Categorie:Doopvont