thumb|Het herstellen van de doorgebroken dijk langs de Lek bij Vianen, na de dijkdoorbraak en overstroming op 10 januari 1624. In de verte de Dom van Utrecht. De overstroming van de Lek in 1624 was een van de meest verwoestende rivieroverstromingen in de Nederlandse 17e eeuw.
Op 11 januari 1624 bezweek de Lekdijk bij het Utrechtse dorp Tull en 't Waal onder de immense druk van kruiend ijs en opgestuwd rivierwater. Door aanhoudende strenge winterkou had zich in de rivier de Lek een ijsdam gevormd die het water tot extreme hoogte stuwde, waarna de dijk ter hoogte van het Oud-Slijkerveer definitief bezweek.
De dijkdoorbraken en overstromingen veroorzaakten enorme schade. Het water sloeg een diep kolkgat in het landschap en stroomde met grote kracht het achterland in. Grote delen van Utrecht, de West-Betuwe, de Alblasserwaard en het Groene Hart kwamen blank te staan. De inundatie reikte uiteindelijk zo ver dat zelfs de straten en grachten van Amsterdam onder water liepen, alvorens het water via het IJ in de Zuiderzee wegstroomde.
De hoeveelheid slachtoffers is onbekend, maar waarschijnlijk beperkt.
De herstelwerkzaamheden vormden een enorme financiële uitdaging voor het toenmalige waterschap. Om de reparatie van de dijk te financieren, gaf het Hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams destijds speciale obligaties uit. Eén van die obligaties (1200 gulden) brengt nog steeds rente op. Het is de oudste obligatie ter wereld, waarop rechtsopvolger Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden nog steeds uitbetaalt. Dit gaat om een bedrag van circa 15 euro per jaar (2026).
Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Natuurramp in 1624 Categorie:Overstroming in Nederland