Margherita Durastanti (geboren circa 1685) was een Italiaanse zangeres. Haar carrière begon in Italië, waar zij in onder andere Venetië en Rome zeer succesvol was. De Duitse componist Georg Friedrich Händel speelde een belangrijk rol in haar leven: zij ontmoette hem reeds in 1707 in Rome en hij haalde haar in 1719 naar Londen. Daar bouwde ze een succesvolle carrière op bij Händels Royal Academy of Music. Na 1734 is echter niets meer van Durastanti vernomen.
Levensloop Het is onbekend waar en wanneer Durastanti is geboren, maar het zal rond 1685 zijn geweest in de regio Veneto. Er zijn geen gegevens bekend over haar muziekopleiding.
Haar zangdebuut vond in 1700 plaats in Venetië in een pasticcio, opgevoerd door musici van het hof van Mantua. Waarschijnlijk was zij ook in dienst van het Mantuese hof. In 1703 dook zij op in Casale Monferrato met La Statira.
Werkzaam in Rome In de periode 1707-1709 was Durastanti in Rome, waar zij in de kringen van Georg Friedrich Händel en Antonio Caldara verkeerde. Ze maakte deel uit van het gevolg van markies Francesco Maria Ruspoli Marescotti, van wie zij een maandsalaris ontving. Händel zou verliefd zijn geweest op Durastanti en schreef diverse cantates voor haar. In zijn oratorium La Resurrezione schreef hij de rol van Maria Magdalena speciaal voor Durastanti. Dit oratorium werd op 8 april 1708 uitgevoerd met paus Clemens XI als toehoorder. De paus was echter verontwaardigd dat een vrouw meezong in dit religieuze muziekstuk, waardoor Durastanti bij de volgende uitvoering werd vervangen door een castraatzanger.
In augustus 1709 zong Durastanti in de serenade Chi s'armadi virtùvince ogni affanno van Caldara tijdens een feest in het Palazzo Bonelli.
Venetië In 1709 vertrok Durastanti naar Venetië, waar ze als prima donna werkte in het Teatro S. Giovanni Grisostomo. Ze speelde op 26 december de hoofdrol in Händels opera Agrippina en was daarna nog in diverse opera's van Antonio Lotti en Carlo Francesco Pollarolo te horen. Ze zou tot 1712 actief blijven in Venetië, waarna ze in diverse Italiaanse steden was te horen, zoals Bologna, Florence, Genua en Parma.
De familie Ruspoli vroeg haar in 1715 terug te keren naar Rome.
Napels In oktober 1715 zong Durastanti in het koninklijk paleis van Napels in Eumene van Francesco Gasparini. In het Teatro S. Bartolomeo was ze te horen in Ilduello d'amore van Marc Antonio Ziani en Porsenna van Antonio Lotti. In januari 1716 verscheen ze in Alessandro Scarlatti's Giuditta nel Carlo, re d'Alemagna, samen met de beroemde castraatzanger Senesino.
Het hof van Dresden Durastanti kreeg via Francesco Veracini in 1718 een aanstelling bij het Hoftheater te Dresden, waar zij samenwerkte met Senesino, Vittoria Tesi en Giuseppe Boschi. Ze ontving hier een hoog salaris en kreeg waarschijnlijk daarom de bijnaam 'de gravin'.
Ter gelegenheid van het huwelijk van keurvorst Frederik August van Saksen en aartshertogin Maria Josepha van Oostenrijk in september 1719 zong zij in Lotti's opera Theofane.
Royal Academy of Music Händel wist Durastanti, Senesino en Boschi in 1719 te overtuigen naar Londen te komen om te werken voor zijn nieuwe Royal Academy of Music. Durastanti's debuut vond plaats op 2 april 1720 in Giovanni Porta's opera Numitore. Eind april werd Händels opera Radamisto uitgevoerd, met Durastanti in de hoofdrol. Hierna volgden nog diverse rollen in opera's van Orlandini, Händel en Bononcini.
Dochter Durastanti kreeg in de lente van 1721 met haar echtgenoot Casimiro Anelloni een dochter, met koning George en diens oudste dochter als de peetouders.
Het bestuur van de Royal Academy was overigens niet erg blij geweest met de zwangerschap van Durastani: ze was de leidende zangeres van het operagezelschap en haar zwangerschap kon de opera's in gevaar brengen. In de praktijk viel het allemaal mee, want Durastanti zong tijdens haar zwangerschap gewoon door. Pas eind februari, vlak voor haar bevalling, was haar laatste voorstelling. Begin maart werd haar dochter gedoopt en eind maart was ze alweer terug op het podium, waarna ze het operaseizoen in de zomer afrondde.
Gemist seizoen In de herfst van 1721 was Durastanti in München waar zij optrad voor een hoog salaris. Haar gezondheid speelde haar echter parten waardoor ze niet meer zou deelnemen aan het Londense operaseizoen van 1721-1722.
In mei 1722 was zij nog wel in Bologna om op te treden in het oratorium La santità riconciliatacol mondo van Pietro Baldassare.
Laatste seizoenen in Londen Weer terug in Londen verscheen Durastanti tijdens het seizoen 1722-1723 in diverse opera's, waaronder Händels Floridante, Flavio en Giulio Cesare. In 1723 deelde ze in Händels Ottone re di Germania het podium met de zojuist aangekomen zangeres Francesca Cuzzoni. Terwijl de roem van Cuzzoni toenam bij het Londense publiek, nam die van Durastanti langzaam af. Haar stem werd kwetsbaarder en zakte tevens van sopraan naar mezzosopraan. Desondanks verscheen ze in het King's Theatre nog in vele opera's van Händel, Ariosti en Bononcini, maar Cuzzoni kreeg nu alle hoofdrollen.
Uiteindelijk besloot ze om afscheid te nemen van het podium, met een succesvol benefietconcert op 17 maart 1724. In de zomer was ze nog wel in Parijs te horen.
Terugkeer naar Londen Het duurde tot 30 oktober 1733 voordat Durastanti weer terugkeerde op het podium. Händel had haar gevraagd om in Londen op te treden, samen met de castraatzanger Giovanni Carestini, in de pasticcio Semiramide riconosciuta. Vervolgens trad ze op in diverse van zijn opera's, waaronder Ottone en Il Parnasso in festa. In deze periode werd Händel beconcurreerd door de Opera of the Nobility en Durastanti was een van de weinige zangers die Händel trouw was gebleven.
Vanaf 1734 is onduidelijk waar Durastanti verbleef en wat zij deed. Haar overlijdensdatum is dan ook onbekend.
Waardering Durastanti was een sopraan, maar haar stem had een donkere kant. In de loop der jaren zakte haar stem van sopraan naar mezzosopraan. Hierdoor was ze in staat om mannelijke rollen te zingen en Händel hield hier bij het schrijven van zijn opera's ook specifiek rekening mee.
Ze was vooral sterk in aria's waarin een dramatische expressiviteit werd verlangd. Zo viel ze op in aria's waarin ze door slechts één instrument werd begeleid, zoals in Astarto van Bononcini waarin de cello haar begeleidde in de aria Figlio di un bel valore.
Durastanti werd gewaardeerd om haar muzikaliteit en gevoel voor dramatiek. Ze was kennelijk ook een goede actrice, want Händel schreef zeer uiteenlopende rollen voor haar, zoals de titelrollen Agrippina en Radamisto en de mannelijke rol van Sextus in Giulio Cesare.
Haar uiterlijk werd vaak negatief beoordeeld. Ze zou weinig aantrekkelijk zijn en haar postuur was stevig. Librettist Paolo Rolli omschreef haar als 'olifant'; recensent Charles Burney vond haar een ruwe en mannelijke verschijning.
Categorie:Italiaans zanger