Milledge Luke Bonham (Saluda, 25 december 1813 – White Sulphur Springs, 27 augustus 1890) was een Amerikaans advocaat, politicus en militair. Hij diende als vrijwillger tijdens de Seminole-oorlogen en de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog en zetelde in het staatsparlement en het Huis van Afgevaardigden. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army als brigadegeneraal en tussen 1862 en 1864 diende hij als gouverneur van South Carolina.

Vroege jaren Milledge L. Bonham werd geboren op 25 december 1813 bij Redbank niet ver van Saluda, South Carolina. Hij was de zoon van kapitein James Bonham uit Maryland en Sophie Smith. Zijn moeder was de nicht van kapitein James Butler die aan het hoofd stond van een vooraanstaande familie uit South Carolina. Bonham volgde les in verschillende privéscholen in Edgefield en Abbeville. In 1834 studeerde hij af met onderscheiding aan de University of South Carolina. Twee jaar later nam hij als vrijwilliger deel aan de Seminole-oorlogen in Florida. Hij diende als kapitein en adjudant generaal in de South Carolina Brigade. In hetzelfde jaar sneuvelde zijn oudere broer James B. Bonham in de Slag om de Alamo.

Na de oorlog studeerde Bonham rechten en werd in 1837 toegelaten tot de balie. Hij opende een advocatenkantoor in zijn woonplaats. Na het uitbreken van de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog nam hij opnieuw dienst in het United States Army. Bonham werd in maart 1847 benoemd tot luitenant-kolonel en in augustus 1847 bevorderd tot kolonel van het 12th U.S. Infantry Regiment. Twee officieren in zijn regiment, namelijk majoor Maxcy Gregg en kapitein Abner M. Perrin, werden later eveneens generaals in het Confederate States Army. Na de oorlog werd Bonham aangesteld als generaal-majoor van de South Carolina Miltia. Tussen 1840 en 1844 zetelde hij in het staatsparlement. Op 13 november 1845 traf hij in het huwelijk met Ann Patience Griffin.

Tussen 1848 en 1857 werkte Bonham als advocaat in het zuidelijke circuit van South Carolina. Hij stelde zich kandidaat voor het Huis van Afgevaardigden en werd verkozen voor de Democratische Partij. Hij volgde zijn neef, Preston Brooks, op en zetelde in het huis tussen 4 maart 1857 tot en met 12 december 1860, de dag dat South Carolina koos voor secessie.

Amerikaanse Burgeroorlog Na de verkiezing van Abraham Lincoln tot nieuwe president van de Verenigde Staten was Bonham en vele andere slaveneigenaars in South Carolina voorstander van secessie. South Carolina was de eerste Zuidelijke staat die uit de unie trad. In februari 1861 lag het mee aan de basis van de Geconfedereerde Staten van Amerika.

In februari 1861 werd Bonham door gouverneur Francis W. Pickens benoemd tot generaal-majoor en bevelhebber van het leger in South Carolina. Twee maand later, op 19 april 1861, kreeg Bonham een aanstelling in het Confederate States Army. Hij kreeg het bevel over de 1st brigade in het Army of the Potomac onder leiding van brigadegeneraal P.G.T. Beauregard. Bonham verdedigde met zijn brigade Mitchell's Ford tijdens de Eerste Slag bij Bull Run. Op 17 januari 1862 diende hij zijn ontslag in bij het Confederate States Army om vanaf 18 februari te kunnen zetelen in het Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Bonham werkte vooral rond militaire zaken en probeerde zoveel mogelijk beslissingsrecht omtrent eenheden en mankracht bij de individuele staten te houden en niet alles te laten beslissen door president Jefferson Davis en zijn kabinet.

Gouverneur van South Carolina Op 17 december 1862 verkoos het South Carolina General Assembly Bonham tot gouverneur van South Carolina. Gouverneurs werden niet verkozen door het volk in deze staat. Hij nam ontslag uit het congres en nam zijn nieuwe taken op op 18 december. Het grootste probleem tijdens zijn gouverneurschap was mankracht. Generaal Beauregard, die verantwoordelijk was voor de verdediging van South Carolina, gaf aan dat hij minimaal 30.000 manschappen nodig had om de staat te verdedigen tegen Noordelijke aanvallen. Er waren slechts 10.000 soldaten beschikbaar. Het gros van de soldaten vocht in het Army of Northern Virginia of aan het westelijke front. Ook de jongere en oudere mannen waren door verschillende conscriptiewetten niet beschikbaar voor de lokale militie-eenheden. Noordelijke eenheden veroverden verschillende eilanden langs de kust en probeerden in september 1863 Fort Sumter opnieuw in te nemen. Toen de aanval mislukte werd de haven van Charleston op regelmatige tijdstippen onder vuur genomen door Noordelijke kanonneerboten.

Bonham en het parlement voerden een verbod in op het stoken van alcohol. Ze hoopten zo de granen te kunnen gebruiken als voedsel. Ook drong hij erop aan om een deel van de katoenplantages om te vormen om graan en ander voedsel te kweken. Hierdoor kwam hij regelmatig in botsing met de plantagehouders. Ook het opvorderen van slaven die naar het front gestuurd werden om allerhande ondersteunende taken op zich te nemen of forten te bouwen, stuitte op verzet van de rijke landeigenaren.

Eind 1864 werd het duidelijk dat South Carolina hetzelfde lot kon ondergaan als Georgia. In zijn laatste boodschap als gouverneur (zijn termijn eindigde in december 1864) drong hij er bij het staatsparlement op aan dat iedere burger zijn steentje moest bijdragen om South Carolina te verdedigen.

Nadat zijn termijn geëindigd was nam Bonham opnieuw dienst in het reguliere leger. Hij nam deel aan de Carolina's-veldtocht tot het Army of Tennessee onder leiding van generaal Joseph E. Johnston zich eind april 1865 overgaf.

Latere jaren Bonham heropende na de oorlog zijn advocatenkantoor in Edgefield. Hij was eveneens eigenaar van een verzekeringskantoor in zijn thuisstad en in Atlanta, Georgia. Tussen 1865 en 1867 zetelde hij opnieuw in het the South Carolina House of Representatives en vertegenwoordige hij zijn thuisstaat tijdens het Democratisch nationaal congress in 1868. Bonham was betrokken bij de Red Shirts, een beweging die terreur en intimidatie gebruikte om de Democraten in de jaren 1870 opnieuw aan de macht te krijgen in South Carolina. Bonham werd in 1878 benoemd tot opzichter van de spoorwegen, een functie die hij tot aan zijn dood uitoefende.

Milledge L. Bonham overleed op 27 augustus 1890 in White Sulphur Springs, North Carolina aan de gevolgen van een hartaderbreuk.Welsh. p. 22 Hij werd begraven op het Elmwood Cemetery in Columbia, South Carolina.Warner. Generals in Gray. p. 29

Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten Categorie:Lid van het Huis van Afgevaardigden (Verenigde Staten) Categorie:Democraat (Verenigde Staten)