De postvluchten naar Indië in 1928 waren een reeks van vijf vluchten van Schiphol naar Batavia die werden uitgevoerd in september en oktober 1928. Reeds 4 jaar eerder werd de Eerste KLM vlucht naar Nederlands-Indië uitgevoerd. De vluchten hadden als doel vliegtuigen van de nieuw opgerichte Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij naar Nederlands-Indië over te brengen en tegelijkertijd ervaring op te doen met langeafstandsvluchten tussen Europa en Azië.
Het eerste toestel, een Fokker F.VII met registratie H-NAFA, vertrok op 13 september 1928 vanaf Luchthaven Schiphol onder leiding van luitenant-vlieger G.J. Koppen. Aan boord bevonden zich de bemanning, een aanzienlijke hoeveelheid luchtpost en de journalist Albert Zimmerman, hoofdredacteur van het weekblad D'Oriënt. Zimmerman werd later omschreven als de eerste journalist die de vlucht Nederland–Indië meemaakte en deed onderweg verslag van de reis.
De vluchten vormden een belangrijke proef voor het toekomstige luchtverkeer tussen Nederland en de kolonie. Zij toonden aan dat post en passagiers in relatief korte tijd over zeer grote afstanden konden worden vervoerd. Tegelijkertijd werden de vliegtuigen naar Indië overgebracht om daar te worden ingezet op nieuwe luchtlijnen tussen steden als Batavia, Bandoeng, Semarang en Soerabaja.
De postvluchten trokken veel aandacht van pers en publiek en worden beschouwd als een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Nederlandse burgerluchtvaart. Zij vormden een schakel tussen de pioniersvluchten van de jaren twintig en de latere geregelde luchtverbindingen tussen Nederland en Nederlands-Indië.
Categorie:Luchtpost Categorie:Luchtvaart in Nederland Categorie:Luchtvaart in Indonesië Categorie:Air France-KLM Categorie:Geschiedenis van de luchtvaart Categorie:Mens en maatschappij in Nederlands-Indië