Robin John Tillyard (Norwich (Verenigd Koninkrijk), 31 januari 1881 – Goulburn, 13 januari 1937) was een Australische paleontoloog en entomoloog.
Tillyard studeerde wiskunde en natuurwetenschappen aan de Universiteit van Cambridge (Queens’ College) in 1903. Daarna hield hij zich bezig met theologie en oosterse talen. Korte tijd later liet hij zijn plan om theoloog te worden varen en emigreerde in 1904 naar Australië, waar hij als leraar wiskunde en natuurwetenschappen aan de Sydney Grammar School werkte. In 1913 begon hij met een Research Scholarship aan de Universiteit van Sydney biologie te studeren, met een bachelordiploma in 1914. In datzelfde jaar werd zijn carrière onderbroken door een ernstig letsel bij een spoorwegongeluk, waaraan hij een rugkwaal overhield. In 1915 werd hij Linnean Macleay Fellow aan de Universiteit van Sydney en in 1917 docent. In 1920 werd hij hoofd van de afdeling Biologie aan het Cawthron Institute in Nelson (Nieuw-Zeeland). In 1928 werd hij benoemd tot eerste voorzitter van de nieuw opgerichte afdeling voor Economische Entomologie bij de CSIRO in Canberra en tot hun hoofd-entomoloog, voornamelijk vanwege zijn successen en ervaring bij de bestrijding van schadelijke insecten. Zijn focus op biologische bestrijding bracht echter geen snelle resultaten en daar kwamen nog problemen in het personeelsbeheer bij, waardoor hij op zijn positie steeds meer geïsoleerd raakte. In 1934 trad hij om gezondheidsredenen terug en ging met pensioen. Hij bleef echter na zijn herstel wetenschappelijk actief en werkte ook in de Verenigde Staten.
Hij was in de eerste plaats een taxonoom met een sterke interesse in paleo-entomologie. In 1917 publiceerde hij The Biology of Dragonflies en in 1916 The Insects of Australia and New Zealand, dat voor meer dan 50 jaar het standaardwerk over Australische entomologie werd. Hij publiceerde veel over Odonata, Plecoptera, Neuroptera en andere orden, evenals over uitgestorven insecten, de adering van insectenvleugels en de fylogenie van insecten. Daarnaast hield hij zich bezig met biologische bestrijding. Vooral in Nieuw-Zeeland had hij succes bij de bestrijding van de appelbloedluis met de parasitoïde Aphelinus mali, die al succesvol in Frankrijk was ingezet. Hij deed enkele belangrijke vondsten van fossiele insecten. Onder andere onderzocht hij fossiele insecten uit het Perm van Elmo (Kansas). Hij benoemde als eerste het fossiele insectengeslacht Triassoblatta Tillyard, 1919 uit de orde Blattodea. Hij benoemde ook de typesoort van dit geslacht: Triassoblatta typica Tillyard, 1919 uit het Trias die in Queensland was ontdekt.
In 1909 trouwde hij met Patricia Cruske, met wie hij vier dochters kreeg.
Hij was mede-uitgever van de Australian National Review en lid van de raad van het Canberra University College.
Categorie:Australisch entomoloog