Ds. Johann Christoph Schönfeld (geb. Donop (Lippe, Duitsland) 12 februari 1765, gestorven te Borger 18 januari 1848) was een Nederduits Gereformeerde predikant. Hij was een zoon van Johann Simon Christoph Schönfeld en Anna Dorothea Piderit. Zijn vader was dominee van de Reformierte Kirche te Donop en Wöbbel.
Johann Christoph Schönfeld begon zijn theologische studie in Göttingen, maar zette deze vanaf 1783 voort in Groningen, waar hij toetrad tot de Nederduits Gereformeerde kerk en in 1787 afstudeerde. In 1788 werd hij beroepen als predikant te Tjerkgaast. In deze plaats leerde hij ook zijn vrouw Maria Sleeswijk (1774-1840) uit Lemmer kennen, dochter van Pyter Hommes Sleeswijk (1739-1787), schipper op de Oostzeevaart en Klaasken Gerbens, en trouwde met haar in 1791. Het echtpaar zou elf kinderen krijgen, en daarmee de stamouders van de Nederlandse familietak Schönfeld worden.
In zijn lange loopbaan was hij achtereenvolgens predikant te Lutjegast in 1793, Sleen 1794, Nuis/Niebert 1799, en Schüttorf (Duitsland) 1801.
In 1802 volgde zijn beroeping in Roderwolde, en hij zou daar 39 jaar blijven, tot zijn emeritaat in 1841. Tijdens die periode heeft hij gezorgd dat de kerk van die plaats, die ver buiten het dorp op het kerkhof stond, daar werd afgebroken en weer temidden van het dorp werd opgebouwd. Daartoe heeft hij hulp ingeroepen en gekregen van Koning Willem I.
In 1848 overleed hij te Borger, ten huize van zijn dochter Sara Johanna Elisabeth, die getrouwd was met de arts Karel Frederik Gaerthé.
Categorie:Nederlands predikant