De Latijnse uitdrukking Contra principia negantem non est disputandum (letterlijk: "Tegen wie de beginselen ontkent, kan er geen debat plaatsvinden") is een beginsel van logica en recht. Er wordt mee bedoeld dat om een meningsverschil redelijkerwijs te kunnen bespreken, er eerst overeenstemming moet zijn over de beginselen of feiten waarmee de argumenten kunnen worden beoordeeld.

Geschiedenis De stelregel kan nog niet worden teruggevonden bij Aristoteles, hoewel onderzoekers hebben gewezen op enkele passages in zijn werk die qua strekking dicht in de buurt komen. Soms wordt beweerd dat zij in de middeleeuwse scholastieke filosofie werd gebruikt om te verwijzen naar het gezag van het aristotelische systeem.

Johannes Duns Scotus eindigt een passage uit zijn commentaar op de Sententies van Petrus Lombardus met de volgende uitspraak: "Als dit argument niet overtuigend is, worden veel door de filosofen veronderstelde principes in twijfel getrokken; en met iemand die algemeen aanvaarde principes ontkent, is een discussie onmogelijk."

De stelregel wordt soms aangehaald uit het 17e-eeuwse Engelse rechtskundige werk Commentary upon Littleton (uit Institutes of the Lawes of England) van Edward Coke, waarin de regel wordt gebruikt ter toelichting van het begrip "rechtsmaxime".

De stelregel werd ook gebruikt in Daemonologie, geschreven door Jacobus I van Engeland, in de eerste vraag van het eerste boek: "Maar ik denk dat dit des te moeilijker is, aangezien u het verschijnsel zelf in algemene zin ontkent; want zoals men in de logicascholen zegt: Contra negantem principia non est disputandum. Wat betreft het feit dat hekserij en heksen hebben bestaan en bestaan: het eerste wordt duidelijk bewezen door de Schrift, en het laatste door dagelijkse ervaring en bekentenissen."

Gebruik In de vijfde akte van The Dumb Lady (1672) laat John Lacy een personage (die een arts is) deze stelregel aanhalen.

Arthur Schopenhauer verwijst naar de stelregel in zijn werk The Art of Controversy. Vladimir Lenin verzette zich tegen het beroep van Peter Berngardovich Struve op dit principe en antwoordde: "Dat hangt ervan af hoe deze beginselen worden geformuleerd: als algemene stellingen en opmerkingen, of als een andere interpretatie van de feiten van de Russische geschiedenis en de hedendaagse werkelijkheid.

Karl Popper was van mening dat de stelregel uitdrukking gaf aan wat hij beschouwde als de irrationalistische en relativistische opvatting dat wederzijds begrip tussen verschillende culturen, generaties of historische perioden onmogelijk zou zijn, zelfs binnen de wetenschap en zelfs binnen de natuurkunde. Volgens hem is "de mythe van het denkkader" in wezen hetzelfde als de leer dat men niet op rationele wijze kan discussiëren over fundamentele kwesties, of dat een rationele discussie over beginselen onmogelijk is.

Zie ook Intersubjectiviteit

Categorie:Latijn in het recht Categorie:Rechtsbeginselen