Tilla Durieux, geboren als Ottilie Helene Angela Godeffroy (Wenen, 18 augustus 1880 – Berlijn, 21 februari 1971) was een Oostenrijkse toneel- en filmactrice actief in de 20e eeuw. Ze was een van de bekendste toneelactrices van het Duitse taalgebied in de eerste helft van de 20e eeuw. Haar carrière omspande meer dan zestig jaar en bracht haar in contact met invloedrijke kunstenaars, schrijvers en theatermakers uit haar tijd. Ze was niet alleen beroemd om haar expressieve acteerstijl en opvallende verschijning, maar ook om haar betrokkenheid bij de avant-garde en haar toewijding aan de beeldende kunst.

Levensloop Vroege leven Durieux groeide op in een cultureel milieu. Haar moeder, Adelheid Ottilie Augustine Godeffroy-Hrdlicka, een Hongaars-Roemeense pianiste, stimuleerde haar artistieke ontwikkeling van jongs af aan. Haar vader, de Oostenrijkse chemicus Richard Max Victor Godeffroy, overleed toen zij nog een kind was. Na haar lagere school stapte Durieux over naar een openbare school in Alsergrund, een district in Wenen. Ze werd gedoopt in de evangelisch-lutherse gemeente van de Augsburgse Confessie, maar op 31 mei 1928 trad ze toe tot de Rooms-Katholieke Kerk. Ondanks de wens van haar ouders dat zij apotheker zou worden, koos ze haar eigen pad en volgde toneellessen, waarmee ze de basis legde voor haar latere toneelcarrière.

Carrière in Wenen volgde ze een opleiding tot actrice en In 1902 maakte Tilla Durieux haar toneeldebuut bij het Moravisch Theater in Olmütz, het huidige Olomouc. Kort daarop verhuisde ze naar Berlijn, waar haar carrière snel op gang kwam. Omdat haar moeder haar keuze voor het toneel afkeurde, nam ze de artiestennaam “Durieux” aan. In Berlijn sloot ze zich aan bij het invloedrijke ensemble van Max Reinhardt. Daar verwierf ze bekendheid met intense en moderne vertolkingen van klassieke en eigentijdse rollen. Ze werkte in deze periode ook samen met expressionistische kunstenaars uit de kring rond Kurt Hiller en Jakob van Hoddis.

Een van haar eerste grote successen kwam in 1903, toen ze samen met Gertrud Eysoldt de rol van Salomé vertolkte in Oscar Wilde’s gelijknamige toneelstuk. De indrukwekkende uitvoering trok de aandacht van prominente kunstenaars als Auguste Renoir, Max Slevogt, Lovis Corinth en Franz von Stuck, van wie allen haar portret schilderden.

In 1911 trad ze op in het Lessingtheater, waar ze op 1 november 1913 geschiedenis schreef als de tweede actrice die Eliza Doolittle vertolkte in de Duitstalige versie van Pygmalion van George Bernard Shaw — ruim een half jaar vóór de Engelse première. Vanaf 1915 was ze te zien in het prestigieuze Königliches Schauspielhaus in Berlijn. In 1923 maakte ze ook haar opwachting op Broadway, waar ze speelde in The Shadow van Dario Niccodemi in het 39th Street Theatre.

Durieux verwierf grote faam met haar vertolkingen van psychologisch gelaagde vrouwenrollen in stukken van onder meer Henrik Ibsen, Gerhart Hauptmann en Frank Wedekind, en bleef gedurende haar carrière een vooraanstaande figuur binnen het Duitstalige theater.

Huwelijken In 1904 trad Durieux in het huwelijk met de schilder Eugen Spiro, een vertegenwoordiger van de Berlijnse Secession. Spiro was de broer van Baladine Klossowska, die later bekend zou worden als moeder van de kunstenaar Balthus. Het huwelijk hield echter maar kort stand. In 1905 scheidden ze in onderling overleg, nadat Durieux verliefd was geworden op kunsthandelaar en uitgever Paul Cassirer.

Met Cassirer begon ze een relatie die in 1910 uitmondde in een tweede huwelijk. Cassirer was een invloedrijke figuur in de wereld van het Duitse expressionisme en samen bouwden zij een indrukwekkende kunstcollectie op, met werk van onder anderen Lovis Corinth, Max Slevogt en de kunstenaars van de groep Die Brücke. Durieux stond bovendien zelf model voor verscheidene toonaangevende kunstenaars, onder wie Auguste Renoir, Max Oppenheimer en Max Beckmann. Beckmanns portret van haar geldt als een van de meest sprekende uit haar tijd.

Hoewel hun huwelijk zestien jaar standhield, raakte Cassirer diep geraakt toen Durieux de echtscheiding aanvroeg. Op de dag dat de scheiding in 1926 officieel werd uitgesproken, pleegde hij zelfmoord in een kamer naast de rechtszaal. Deze tragische gebeurtenis liet een blijvende indruk op haar achter.

Kort daarna hertrouwde Durieux met Ludwig Katzenellenbogen, een prominente industrieel en algemeen directeur. In 1927 investeerden zij gezamenlijk in het toneelproject Neues Schauspielhaus van Erwin Piscator, een belangrijk centrum voor politiek geëngageerd theater. In het bruisende culturele leven van het Berlijn van de jaren twintig was Durieux een opvallende verschijning; zij verkeerde in artistieke en intellectuele kringen en onderhield contacten met tal van bekende tijdgenoten, waaronder fotografe Frieda Riess.

Kunstverzameling

Tussen oorlog en ballingschap In de jaren dertig werkte Durieux in Berlijn, Wenen en Zürich. Met de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland raakte ze steeds meer gemarginaliseerd. Hoewel ze zelf niet van Joodse afkomst was, stond ze bekend als tegenstander van het regime en werd ze door haar netwerk en verleden met Cassirer gewantrouwd. In 1933 verliet ze Duitsland en vestigde zich uiteindelijk in Zagreb, toen onderdeel van het Koninkrijk Joegoslavië, samen met haar derde echtgenoot, de Joegoslavische industrieel Ludwig Katzenellenbogen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde ze in Joegoslavië onder moeilijke omstandigheden, terwijl haar man werd gearresteerd door de Gestapo en in een concentratiekamp overleed. Ze overleefde de oorlog ternauwernood en keerde pas in 1952 terug naar Duitsland.

Late jaren en erfenis Na de oorlog hervatte Durieux haar toneelcarrière, onder meer aan de Städtische Bühnen in West-Berlijn. Tot op hoge leeftijd bleef ze actief op het toneel. In 1969 verscheen haar autobiografie, Eine Tür steht offen (“Een deur staat open”), waarin ze terugblikte op haar bewogen leven vol kunst, liefde en tragedie.

Tilla Durieux overleed op 21 februari 1971 in Berlijn, op 90-jarige leeftijd. Ze liet een belangrijk cultureel erfgoed na: niet alleen als actrice, maar ook als figuur in de kunstwereld en als overlevende van de turbulente Europese geschiedenis van de 20e eeuw.

Onderscheidingen en eerbewijzen 1959: Erelid van de Deutsche Akademie der Darstellenden Künste. 1960: Verdienstenkruis 1e klasse van de Bondsrepubliek Duitsland. 1961: Lid van de Akademie der Künste in Berlijn. 1963: Verklaring tot Staatsschauspielerin (Staatsschauspeleres) in West-Berlijn. Filmband in Gold voor haar langdurige en uitmuntende bijdrage aan de Duitse filmindustrie. 1965: Filmband in Gold voor Beste vrouwelijke bijrol in de film Verdammt zur Sünde. 1967: Ernst Reuter Medaille in zilver, een van de hoogste onderscheidingen van de stad Berlijn. 1969: Benoeming tot officier in de Orde van de Academische Palmen, een Franse onderscheiding voor verdiensten op het gebied van onderwijs en cultuur. 1970: Erelidmaatschap van het Deutsches Theater in Oost-Berlijn ter gelegenheid van haar 90e verjaardag. Grote Kruis van Verdienste van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland, een van de hoogste civiele onderscheidingen in Duitsland.

Daarnaast richtte Tilla Durieux in 1967 de Tilla-Durieux-Schmuck op, een platina collier bezet met 34 zirkonen. Deze onderscheiding wordt elke tien jaar uitgereikt aan een uitmuntende Duitse of Oostenrijkse toneelactrice. De eerste ontvanger was Maria Wimmer, en latere laureaten zijn onder andere Gisela Stein, Kirsten Dene, Annette Paulmann, Judith Hofmann en Gabriela Maria Schmeide.

Invloed en nalatenschap Tilla Durieux geldt als een van de belangrijkste toneelactrices van het Duitstalige gebied in de eerste helft van de 20e eeuw. Haar betrokkenheid bij de moderne kunstbeweging en haar werk met Max Reinhardt hebben blijvende invloed gehad op het theater en de kunstwereld.

Externe links

Categorie:Oostenrijks toneelacteur