Dit artikel behandelt de geschiedenis van de Joden in Oekraïne.

Middeleeuwen Het is niet helemaal zeker wanneer de eerste Joden aankwamen op het huidige grondgebied van Oekraïne. Er is een ingewikkeld historisch vraagstuk aangaande het Rijk der Chazaren, waar in het midden van de 8e eeuw de bevolking geheel of gedeeltelijk lijkt te zijn bekeerd tot het jodendom. Dit is uitzonderlijk, omdat het jodendom geen missionaire religie is, maar voornamelijk het geloof van moeder op kind doorgeeft. Hoe het ook zij, de Chazaren beheersten rond die tijd tot eind 9e eeuw verschillende delen van hedendaags Oekraïne. Volgens de Primaire Kroniek betaalden onder meer de Poljanen van Kyiv en de Derevljanen van Rechteroever-Oekraïne op enig moment tribuut aan de Chazaren. Nadat het Chazaarse Rijk in de 10e eeuw werd verwoest door het Kyivse Rijk, is het onduidelijk wat er met de Joodse gemeenschappen aldaar is gebeurd. Er is een hypothese dat de Joodse Chazaren wellicht tot de voorouders van de Asjkenazische Joden zouden kunnen behoren, maar het bewijs daarvoor is zwak en er is geen wetenschappelijke consensus over.

Waar meer duidelijkheid over bestaat is de aanwezigheid van Joodse gemeenschappen in het Kyivse Rijk, met name in steden op de handelsroute tussen Kyiv en Hongarije: Kyiv, de Krim (karaïtische joden), Ostroh, Volodymyr en Tsjernihiv. In de 12e en begin 13e eeuw kwamen er regelmatig rondtrekkende Joodse handelaren naar Kyiv vanuit Duitsland, Polen, Bohemen en Hongarije, toen de handelsroute vanuit Centraal-Azië naar Centraal-Europa verschoof van Constantinopel naar Soedak op de Krim en daarna via Kyiv een noordelijker weg richting Centraal-Europa vond. Rond 1500 waren er ook Joodse handelaren in Kaffa op de Krim. In 1470 veroorzaakte Zacharia ben Aharon ha-Cohen, een Joodse geleerde uit Kyiv, een kerkscheuring in Veliki Novgorod en later Moskou door teksten uit het Hebreeuws naar het Kerkslavisch te vertalen en daarmee de bestaande orthodoxe theologie uit te dagen.

Vroegmoderne Tijd In 1503, nadat grootvorst Alexander van Litouwen zijn eerder verjagingsbevel tegen de Joden in 1495 had teruggedraaid, is bekend dat er ongeveer 4.000 Joden in 24 verschillende steden van Oekraïne woonden. Uit historische bronnen blijkt dat de Joden in die steden actief meededen aan de verdediging van die steden tegen vijanden, zoals plundertochten van de Tataren uit het Kanaat van de Krim.

Na de Unie van Lublin (1569) lieten Poolse magnaten en gepoloniseerde Roetheense edelen in Oekraïne vaak Joodse handelaren, winkeliers en andere ondernemers optreden als tussenpersoon (rentmeesters) bij transacties met de boeren van Oekraïne. De magnaten verkochten of verhuurden bepaalde privileges aan de Joden voor een vast bedrag; vaak betrof dat het runnen van vrijwel alle niet-agrarische bedrijven in Oekraïne onder Pools bestuur. Terwijl ze zich vermaakten aan het hof, lieten de verpoolste edelen de Joodse licentiehouders zich de afkeer van de onderdrukte en lijdende boeren op de hals halen. Voor de Joden, aan wie het verboden was om grond te bezitten, was het een handige situatie om een taveerne, distilleerderij, korenmolen of ander bedrijfspand van de Poolse landadel te leasen, omdat vastgoed dat als Joods eigendom werd beschouwd, kwetsbaar was voor anti-Joods geweld. Door dergelijke leaseovereenkomsten te sluiten stelden Joden zich onder de bescherming van de Poolse of gepoloniseerde Roetheense adel, die daarmee de diensten kon uitbesteden, maar de financiële en administratieve controle over de economische activiteiten behouden.

Tijdens de Chmelnytsky-opstand van 1648 slaagden de Zaporizje-Kozakken erin om de Poolse edelen uit Centraal-Oekraïne te verjagen, waarna zij ook enkele duizenden Joden verjoegen of doodden als "handlangers" van de Poolse adel, die samen de Roetheense horige boeren zouden hebben uitgebuit. Volgens wetenschapper Shaul Stampfer waren er in 1647 ongeveer 40.000 Joden in Oekraïne, waarvan 17.000 in het woiwodschap Wolynië, 9.000 in Podolië, nog eens 9.000 in Bratslav en 5.000 in Kyiv (Kiow). Hij schatte dat slechts 21.000 daarvan de opstand overleefden, waarvan 8.000 in Wolynië, 2.000 in Podolië, onbekende aantallen in Bratslav en Kyiv, 8.000 die als vluchtelingen uit het land waren gegaan, 1.000 die zich tot het christendom hadden bekeerd in de hoop zo te overleven en 3.000 die door de Kozakken gevangengenomen werden, met name door Krim-Tataren die hen als slaven verkochten aan het Ottomaanse Rijk, waar ze werden opgevangen door de plaatselijke Joodse gemeenschappen. Het lijkt erop dat de meer welvarende Joden hogere overlevingskansen hadden, omdat zij het zich konden veroorloven om te vluchten en daarna weer terug te keren, terwijl armere Joden sneller slachtoffer werden. Hoewel de Joodse gemeenschappen werden verscheurd en de overlevenden trauma's overhielden aan de gebeurtenissen, blijkt uit overgeleverd bewijsmateriaal dat de Joden er vrij snel na 1648 weer in slaagden om hun oude gemeenschappen in Oekraïne te herstellen en opnieuw te groeien. De Joden stelden zich opnieuw in dienst van de adel en functioneerden in hun traditionele economische rollen als tussenpersonen, totdat de adel eind 19e eeuw verdween en hun bescherming wegviel.

Moderne tijd Door de Poolse Delingen werd bijna heel Oekraïne geannexeerd door het Keizerrijk Rusland. In 1791 stelde het Rijk het Joods vestigingsgebied of paalgebied in, waarin alle Joodse onderdanen van de tsaar verplicht moesten wonen. Aangezien dit gebied grotendeels samenviel met het historische grondgebied van het Pools-Litouws Gemenebest dat nu binnen het Russische Rijk lag, betekende dat met name Oekraïne, Belarus, Litouwen en Russisch Polen (Congres-Polen van 1815 tot 1863). Ten tijde van het Gouvernement Wolynië (1795–1921) waren er gemeenschappen van Asjkenazische Joden te vinden in steden zoals in Berdytsjiv, Rivne, Loetsk, Volodymyr en Belz. Terwijl eind 19e eeuw antisemitisme toenam als gevolg van groeiend nationalisme, sloten veel Joodse intellectuelen en arbeiders zich aan bij het communisme, dat een einde beloofde aan alle discriminatie en een bevrijding van de onderdrukte klassen. De Joods-Oekraïense communist Lev Trotski zou een sleutelrol spelen in de Oktoberrevolutie en de vroege Sovjet-Unie, die in 1922 mede door de Oekraïense SSR werd opgericht. De Korenisatie van de jaren 1920 en 1930 stimuleerde de ontwikkeling van de Joodse gemeenschap in Sovjet-Oekraïne, zij het op een geseculariseerde manier die zich richtte op het ontwikkelen van de Jiddische taal ("de taal van de Joodse arbeidersklasse") en cultuur, zonder de religieuze aspecten van het jodendom en het Hebreeuws, dat gezien werd als de taal van de Joodse clerus en het zionisme.

Volgens de Poolse volkstelling van 1921 in het woiwodschap Wolynië was 10,6% van de bevolking Joods. Na de Sovjet-aanval op Polen in september-oktober 1939 werden Oost-Galicië en Wolynië door de Sovjet-Unie geannexeerd en toegevoegd aan de Oekraïense SSR. Bovendien waren er door de bijna gelijktijdige Duitse invasie van Polen zo'n 250.000 tot 300.000 Poolse Joden naar Oekraïne gevlucht. Zo woonden er aan de vooravond van Operatie Barbarossa ongeveer 2,5 miljoen Joden in Sovjet-Oekraïne, oftewel een kwart van alle Joden in Europa. Dit was iets meer dan de 1,8 tot 2 miljoen Joden in de Poolse gebieden die in 1939 werden bezet of geannexeerd door Nazi-Duitsland.

De Holocaust zou de Joodse gemeenschappen in Oekraïne uitzonderlijk zwaar treffen. Vanaf juli tot eind augustus 1941 hadden de nazi's al 40.000 Joden vermoord in heel Oekraïne, meer dan de helft tijdens het Bloedbad van Kamjanets-Podilsky. Vervolgens werden bij het Bloedbad van Babyn Jar in september 1941 33.771 Joden neergeschoten door de Duitsers (waarvan slechts 29 het overleefden), later gevolgd door meer dan 100.000 andere executies van een mengeling van Joden, Roma en Sovjet-krijgsgevangenen. Verreweg de meeste massamoorden op Joden werden gepleegd door de Einsatzgruppen, die van dorp naar dorp hele gemeenschappen verwoestten. In het Getto van Lemberg (Lwów, Lviv) werden duizenden Joden opgesloten, waarvan er velen vanaf maart 1942 werden vermoord vernietigingskamp Bełżec. Ondertussen werden er in concentratiekamp Janovska zo'n 100.000 Joden gevangengehouden, van wie naar schatting 35.000 tot 40.000 de oorlog niet overleefden.

Na de oorlog kwam heel Oekraïne weer onder controle van de Sovjet-Unie, waarbinnen de Joden weliswaar werden getolereerd, maar hun assimilatie tot seculiere, socialistische Sovjetburgers werd aangemoedigd, terwijl onderwijs en culturele ontwikkelingen en evenementen in de Jiddische taal flink werden gestimuleerd. Door dit beleid werden de Joden niet meteen fysiek bedreigd, maar wel cultureel gemarginaliseerd. Velen zagen geen toekomst voor zichzelf meer in Oekraïne en emigreerden naar de net in 1948 gestichte staat Israël. Itzhak Ben-Zvi, van 1952 tot 1963 de tweede president van dat land, was geboren in Poltava en reeds in 1907 uit Oekraïne naar Jaffa vertrokken. Campagnes van Jozef Stalin om Joodse Oekraïners aan te sporen te verhuizen naar de Joodse Autonome Oblast in Noordoost-Azië waren niet erg succesvol. Volgens de Oekraïense volkstelling van 1959 telde het land dat jaar nog 840.000 Joden, een daling van bijna 70% ten opzichte van 1941 (binnen de huidige grenzen van Oekraïne). Door emigratie bleef daarvan in 1989 nog maar iets meer dan de helft van over, volgens de volkstelling ongeveer 487.000. De grootste Joodse gemeenschappen bevonden zich destijds in Kyiv, Charkiv, Odesa, Lviv, Tsjernivtsi, Transkarpatië en Boekovyna.

Toen Oekraïne onafhankelijk werd in 1991, beëindigde dit effectief iedere discriminatie van Joden door de staat, zoals het beleid was geweest in de Sovjettijd. Niettemin emigreerden zo'n 266.300 Oekraïense Joden naar Israël in de jaren 1990. Net als de rest van de Oekraïense samenleving hadden ook de Joden een negatief geboortesaldo en namen langzaam in aantal af. In de jaren 2010 waren er volgens verschillende schattingen nog zo'n 250.000 tot 400.000 Joden in Oekraïne, waarvan ongeveer de helft in Kyiv woonde. Bij de Oekraïense presidentsverkiezingen van 2019 werd evenwel de Oekraïens-Joodse komiek Volodymyr Zelensky (die Russisch als moedertaal had) met maar liefst 73% van de stemmen verkozen tot president van Oekraïne, een unicum in de hele wereld buiten Israël om. Vanwege de Russische invasie van Oekraïne sinds 2022 besloot de overgrote meerderheid van Oekraïense Joden zo snel mogelijk de Oekraïense taal te gebruiken (en zo nodig te leren) en te stoppen met het Russisch.

Talen Tot de Haskala oftewel de Joodse Verlichting van de 18e eeuw, was de dominante gesproken taal onder Asjkenazische Joden in Oost-Europa het Jiddisch, gebaseerd op het Middelhoogduits met veel Hebreeuwse, Slavische en andere ontleningen. Vanaf toen begonnen veel Joodse Verlichtingsdenkers (maskilim) in West-Oekraïne (Wolynië, Galicië en Podolië) en de zuidelijke stad Odesa te ijveren voor culturele assimilatie met de samenleving om hen heen waar ze zelf deel van uitmaakten, maar zich tot dan toe in grote mate hadden geïsoleerd. Dit stimuleerde de ontwikkeling van Joodse literatuur in het Jiddisch en Russisch. Er was echter ook een conservatieve tegenbeweging van de chassidische joden oftewel chassidim, begonnen door de rabbijn Yisroel ben Eliezer uit Kamjanets-Podilsky (in het Woiwodschap Podolië van toenmalig Pools Oekraïne). De chassidische jood Eliëzer Ben-Jehoeda uit Vitsebsk, die later aanhanger van de Haskala werd, zou eind 19e eeuw een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van modern Hebreeuws (Ivriet) als alternatief op zowel Jiddisch als Russisch.

+Moedertaal van Joden in Oekraïne volgens volkstellingen1926193919591970197919892001 Jiddisch76,1 %45,3 %16,9 %13,1 %9,0 %7,1 %3,1 % Russisch--79,9 %84,2 %88,9 %90,4 %83,0 % Oekraïens--2,8 %2,3 %2,0 %2,1 %13,4 % Andersvoor 1926 en 1939 betreft "anders" alle talen, behalve Jiddisch.23,9 %54,7 %0,4 %0,4 %0,1 %0,4 %0,5 %