Syndroom van Lowe is een zeldzame, erfelijke aandoening waarbij vooral de ogen, het centrale zenuwstelsel en de nieren zijn aangedaan. De aandoening wordt ook het oculocerebrorenaal syndroom van Lowe genoemd. Het syndroom wordt veroorzaakt door pathogene varianten in het OCRL-gen op het X-chromosoom en volgt meestal een X-gebonden overervingspatroon.
De aandoening komt vrijwel uitsluitend bij jongens voor. Typische kenmerken zijn aangeboren cataract, hypotonie, ontwikkelingsachterstand en een proximale tubulusstoornis van de nier. De nierafwijking kan leiden tot verlies van onder meer eiwitten, aminozuren, bicarbonaat en fosfaat via de urine.
Naamgeving Het syndroom is genoemd naar Charles Upton Lowe, die de aandoening in de twintigste eeuw beschreef. De naam oculocerebrorenaal syndroom verwijst naar de drie belangrijkste orgaansystemen die betrokken zijn: oculo-: de ogen; cerebro-: het centrale zenuwstelsel; renaal: de nieren.
In Engelstalige literatuur wordt meestal de naam Lowe syndrome of oculocerebrorenal syndrome of Lowe gebruikt.
Oorzaak Het syndroom van Lowe wordt veroorzaakt door pathogene varianten in het OCRL-gen. Dit gen codeert voor het enzym OCRL inositol-polyfosfaat-5-fosfatase. Dit enzym is betrokken bij het metabolisme van fosfo-inositiden en bij intracellulair membraantransport.
Stoornissen in OCRL beïnvloeden onder meer endocytose, vesikeltransport en membraandynamiek. Daardoor raken vooral bepaalde gevoelige celtypen verstoord, waaronder lenscellen, neuronen en cellen van de proximale tubulus in de nier.
Overerving Het syndroom van Lowe erft meestal X-gebonden recessief over. Mannen hebben doorgaans één X-chromosoom. Wanneer hun enige kopie van het OCRL-gen een ziekmakende variant bevat, kunnen zij de aandoening ontwikkelen.
Vrouwen met één ziekmakende variant zijn meestal draagster. Zij hebben vaak geen of mildere klachten, maar kunnen soms oogafwijkingen of andere lichte verschijnselen hebben. Een draagster heeft bij elke zwangerschap een kans om de variant door te geven aan een kind.
Symptomen De ernst van het syndroom kan verschillen, maar de klassieke kenmerken betreffen vooral de ogen, het zenuwstelsel en de nieren.
Ogen Bij vrijwel alle aangedane jongens is er sprake van aangeboren cataract. Dit betekent dat de ooglenzen al bij de geboorte vertroebeld zijn. Daarnaast kan infantiel glaucoom voorkomen, waarbij de oogdruk verhoogd is.
Mogelijke oogafwijkingen zijn: aangeboren cataract; infantiel glaucoom; verminderd gezichtsvermogen; nystagmus; cornea-afwijkingen; strabisme.
De oogproblemen zijn vaak al vroeg in het leven aanwezig en kunnen leiden tot ernstige visuele beperking.
Zenuwstelsel Neurologische kenmerken zijn onder meer hypotonie, ontwikkelingsachterstand en verstandelijke beperking. Hypotonie is vaak al bij de geboorte aanwezig. Kinderen kunnen daardoor voedingsproblemen, vertraagde motorische ontwikkeling en verminderde spierspanning hebben.
Mogelijke neurologische en ontwikkelingskenmerken zijn: hypotonie; vertraagde motorische ontwikkeling; verstandelijke beperking; spraak- en taalachterstand; epileptische aanvallen bij een deel van de patiënten; gedragsproblemen.
Nieren De nierafwijking bij het syndroom van Lowe is vooral een stoornis van de proximale tubulus. Dit deel van het nefron is normaal verantwoordelijk voor de terugresorptie van veel stoffen uit het filtraat.
Bij het syndroom van Lowe kan een Fanconi-achtig beeld ontstaan, waarbij verschillende stoffen via de urine verloren gaan. Mogelijke nierkenmerken zijn: laagmoleculaire proteïnurie; aminoacidurie; bicarbonaturie; metabole acidose; fosfaatverlies; hypofosfatemie; hypercalciurie; nefrocalcinose; nierstenen; progressieve chronische nierschade.
De nierproblemen kunnen in de loop van de kindertijd of adolescentie verergeren.
Diagnose De diagnose wordt vermoed op basis van de combinatie van aangeboren cataract, hypotonie, ontwikkelingsachterstand en proximale tubulusstoornis. De diagnose kan worden bevestigd met genetisch onderzoek naar pathogene varianten in het OCRL-gen.
Aanvullend onderzoek kan bestaan uit: oogheelkundig onderzoek; neurologisch en ontwikkelingsonderzoek; bloedonderzoek naar nierfunctie, elektrolyten, bicarbonaat, calcium en fosfaat; urineonderzoek naar eiwitten, aminozuren, calcium, fosfaat en bicarbonaat; echografie van de nieren; genetisch onderzoek naar OCRL.
Vroege herkenning is belangrijk omdat oogproblemen, metabole stoornissen en nierafwijkingen behandeling en opvolging vereisen.
Verschil met ziekte van Dent type 2 Pathogene varianten in OCRL kunnen ook leiden tot ziekte van Dent type 2. Bij Dent type 2 staan vooral de nierafwijkingen op de voorgrond, zoals laagmoleculaire proteïnurie, hypercalciurie, nierstenen en nefrocalcinose.
Het verschil tussen het syndroom van Lowe en Dent type 2 is dat bij het syndroom van Lowe ook duidelijke oog- en neurologische kenmerken aanwezig zijn. Bij Dent type 2 zijn die extrarenale kenmerken meestal afwezig of veel milder.
Behandeling Er bestaat geen genezende behandeling voor het syndroom van Lowe. De behandeling is ondersteunend en gericht op de afzonderlijke problemen van ogen, zenuwstelsel en nieren.
Mogelijke onderdelen van de behandeling zijn: chirurgische behandeling van cataract; behandeling en opvolging van glaucoom; visuele ondersteuning; kinesitherapie en ergotherapie bij hypotonie en ontwikkelingsachterstand; logopedie en ontwikkelingsbegeleiding; behandeling van metabole acidose; suppletie van fosfaat of vitamine D wanneer medisch aangewezen; behandeling van nierstenen of nefrocalcinose; opvolging van nierfunctie en groei.
Omdat meerdere orgaansystemen betrokken zijn, gebeurt de opvolging meestal door verschillende specialisten, zoals een kinderarts, nefroloog, oogarts, neuroloog, klinisch geneticus en revalidatieteam.
Prognose De prognose varieert per patiënt. De meeste patiënten hebben blijvende visuele beperking en ontwikkelingsproblemen. De nierfunctie kan geleidelijk achteruitgaan, vooral wanneer de tubulaire stoornis ernstig is of wanneer er complicaties zoals nefrocalcinose of chronische nierschade optreden.
De levensverwachting hangt af van de ernst van de nierziekte, neurologische complicaties, infecties en andere medische problemen. Regelmatige opvolging is belangrijk om complicaties tijdig te herkennen en te behandelen.
Epidemiologie Het syndroom van Lowe is zeer zeldzaam. In de literatuur wordt een geschatte prevalentie van ongeveer 1 op 500.000 personen genoemd.
Omdat de aandoening X-gebonden is, worden vooral jongens klinisch herkend. Vrouwelijke draagsters kunnen soms subtiele oogafwijkingen vertonen, maar ontwikkelen meestal niet het volledige syndroom.
Zie ook OCRL Ziekte van Dent Proximale tubulus Fanconi-syndroom Hypofosfatemie Hypercalciurie Nefrocalcinose Chronische nierschade Cataract Glaucoom X-gebonden overerving
Categorie:Zeldzame aandoening Categorie:Genetische aandoening Categorie:Nieraandoening Categorie:Oogaandoening Categorie:Neurologische aandoening