De SS Aberdeen was een Brits vrachtschip dat in 1882 werd voltooid. Ze was ontworpen voor de route tussen Londen en Australië, via het Suezkanaal, en was het eerste schip dat met succes werd aangedreven door een drievoudige expansie-stoommachine. Dankzij het veel lagere brandstofverbruik met deze machine kon stoomvoortstuwing op alle belangrijke handelsroutes concurreren met zeilvaart.
De Aberdeen werd in 1906 verkocht aan de Ottomaanse regering en hernoemd tot Halep. Ze deed dienst als Turks troepen- en hospitaalschip tijdens de Eerste Wereldoorlog, voordat ze in 1915 door een Britse onderzeeër tot zinken werd gebracht.
Ontwerp en constructie De Aberdeen werd ontworpen en gebouwd in opdracht van de Aberdeen Line. Het was het eerste stoomschip voor deze rederij en was bestemd voor langeafstandreizen tussen het Verenigd Koninkrijk, Australië en andere bestemmingen in het Verre Oosten.
De bouwopdracht werd op 21 december 1881 gegund aan de scheepswerf van Robert Napier and Sons in Glasgow.
Alexander Carnegie Kirk was een ingenieur die in 1874 de eerste drievoudige expansiestoommachine plaatste op de SS Propontis, maar dit was geen succes. Dit type stoommachine vereist een veel hogere keteldruk dan destijds beschikbaar was en de Propontis had vanaf het begin hiermee problemen. De geplande keteldruk was 150 pond per vierkante inch (1000 kilopascal (kPa)), maar de ketels konden slechts 90 pond per vierkante inch (620 kPa) bereiken.
De Aberdeen werd uitgerust met twee stalen ketels van het Schotse type, die werkten op een druk van 125 pond per vierkante inch (860 kPa). Deze ketels hadden gepatenteerde gegolfde verbrandingskamers die de tegenstrijdige problemen van warmteoverdracht en voldoende sterkte om de keteldruk te weerstaan, aan kon. Deze constructie was een succes en stelde de Aberdeen in staat een vermogen van 1800 pk te bereiken. Het brandstofverbruik lag ongeveer 60% lager ten opzichte van een typische stoommachine die tien jaar eerder was gebouwd. Dit maakte deze techniek een geduchte concurrent van de vaart met zeilschepen. De drievoudige expansie-stoommachines bleven de daaropvolgende 70 jaar de voortstuwing van schepen domineren.
Aberdeen had de scherpe boeg van een klipper en drie masten zoals de bark. Haar romp was geschilderd in de karakteristieke groene kleur van alle schepen van de Aberdeen Line. Bij de bouw bood ze plaats aan 12 passagiers in de eerste klasse en aan 450 passagiers in de derde klasse.
Inzet In Britse dienst (1882-1906) De Aberdeen begon haar eerste reis op 30 maart 1882. De reis begon in Londen, in Kaapstad werd een kolenstop gemaakt en op 14 mei kwam ze in Melbourne aan, een reis van 44 dagen. Ze legde gemiddeld 302 zeemijl (ca. 560 km) per dag af met een dagelijks brandstofverbruik van 35 ton. Ze loste in Melbourne en Sydney en vervoerde vervolgens een lading steenkool uit New South Wales naar Shanghai. Het laatste deel van deze reis van Fuzhou met een lading thee naar Londen via het Suezkanaal, met tussenstops in Hongkong en Singapore.
De tweede reis van de Aberdeen ging rechtstreeks van en naar Australië, waarbij ze op de terugreis een lading wol vervoerde. Dit was het handelspatroon gedurende haar eerste zeven jaar, twee reizen per jaar naar Australië, waarbij de terugreis afwisselend bestond uit wol uit Australië en thee uit China, zoals de eerste reis. In 1889 stopte Aberdeen met de retourvaarten via China en concentreerde zich op een directe dienst van en naar Australië.
De import van diepvriesvlees uit Australië was in 1880 geopperd door de directie van de Aberdeen Line. De hoge kosten van deze aanpassing was een belangrijke belemmering. De Aberdeen kreeg pas in 1896 een koelinstallatie voor het transport van diepvriesvlees en tevens elektrische verlichting. Haar laatste reis voor de Aberdeen Line ging naar Sydney en begon op 19 december 1905.
Ottomaanse dienst (1906-1915) In 1906 kocht de Ottomaanse regering het schip en hernoemde haar tot Halep. Ze werd gebruikt als troepenschip en veerboot op de Zwarte Zee. Tijdens de Gallipoliveldtocht in 1915-1916 van werd ze omgebouwd tot hospitaalschip en ze vervoerde gewonde soldaten naar een militair ziekenhuis in Istanbul.
In mei 1915 kon de onderzeeër HMS E11 van de Royal Navy de passerende Halep niet aanvallen omdat alle torpedo's al waren afgevuurd. Op 5 augustus was de Halep minder gelukkig, op de eerste dag van haar tweede reis torpedeerde de E11 het schip ten oosten van Eceabat op het schiereiland Gallipoli. Ze werd voorin aan stuurboordzijde geraakt en zonk in ondiep water. Op 8 augustus werd ze vlotgetrokken en naar Istanbul gebracht voor reparaties. Op 25 augustus werd ze opnieuw getorpedeerd door de E11 waarna ze kapseizde en zonk. Naar schatting kwamen tweehonderd bemanningsleden en soldaten aan boord om het leven. Het scheepswrak ligt 10 tot 15 meter onder water voor de kust van Akbaş.
Op 25 augustus 2022 vond een bijeenkomst en een duik op het scheepswrak plaats, ter nagedachtenis aan en ter ere van allen die tijdens het incident om het leven zijn gekomen.
Aberdeen