miniatuur|260px|Tekening van de Tijger De Hr.Ms. Tijger was een monitor van de Koninklijke Marine. Het schip werd gebouwd door de scheepswerf van Robert Napier and Sons in Glasgow. Het kwam in 1869 in dienst en werd in 1895 verkocht voor sloop.
Bouwopdracht In 1868 werd geld vrijgemaakt in de begroting voor de bouw van meerdere marineschepen. De opdracht voor de Tijger werd gegund aan de Schotse scheepsbouwer Robert Napier and Sons. Deze nam het werk aan voor 56.000 Pond sterling of ongeveer 765.000 gulden.
Taak De monitors, en daarmee de Tijger, behoorde tot het zuiver defensief deel van de Nederlandse marine. Ze hadden als taak vijandelijke gepantserde schepen te verhinderen de zeegaten, waaronder de Zuiderzee, binnen te varen.
Het waren zwaar gepantserde schepen met grote kanonnen in een geschutstoren. Ze lagen diep in het water om de trefkans van vijandelijk vuur te reduceren. Een goede manoeuvreerbaarheid was nodig, wegens de zandbanken en kronkelende geulen langs de kust en in de zeegaten, maar ze waren langzaam en in beperkte mate zeewaardig.
Bouw en inzet Bij de bouw was het uitgerust met twee kanonnen met een kaliber van 23 centimeter. Het waren voorladers. De geschutstoren lag iets voor het midden en was eveneens gepantserd. De dikte van het pantser varieerde tussen 114 millimeter en 203 mm. Voor de voortstuwing was er een stoommachine en twee scheepschroeven. De twee schroeven werkten onafhankelijk van elkaar, een noviteit voor die tijd, waardoor het schip zeer wendbaar was.
In juni 1868 werden officieren en bemanning met het pantserschip Prins Hendrik naar Schotland gebracht om de Tijger op te halen bij de scheepswerf. De Prins Hendrik begeleidde de Tijger op de overtocht naar Den Helder. Een tocht over zee was geen sinecure vanwege de gebrekkige zeewaardigheid van het schip, het dek lag maar ongeveer een meter boven de zeespiegel. Op zee begon het schip al bij de minste golfslag flink te schommelen en sloeg het water over het dek. Het schip maakte water en besloten werd een Engelse haven binnen te lopen. In Plymouth trokken de moderne schepen veel bekijks. Het weer verbeterde en op 27 juli werd de reis voortgezet. Op 30 maart kwamen de twee aan in Den Helder.
Naderhand werden de twee Armstrong kanonnen vervangen door een kanon met een kaliber van 28 cm. De Duitse fabrikant Krupp was hiervan de leverancier. In 1877 kreeg ze nieuwe ketels en in 1890-91 kreeg het extra bewapening om aanvallen met kleine snelle boten af te slaan en werd de bescherming van de dekopbouw verbeterd.
Tijdens de tijd bij de marine was de Tijger ongeveer 30% van de tijd op zee.
In december 1895 werd ze te koop aangeboden voor de sloop. Volgens het bericht uit de krant was ze “wegens volkomen gemis van strijdwaarde in tijd van oorlog” niet meer nodig.
Tijger Tijger