Moringa peregrina is een plantensoort uit de familie Moringaceae. Het is een kleine, bladverliezende boom die een hoogte kan bereiken tussen de 6 en 10 meter. De boom heeft dunne takken die naar beneden hangen. De bloemen zijn wit, rood of roze gestreept. Na de bloei volgen smalle, cilindrische vruchten. Wanneer deze rijp zijn, splijten ze open in drie delen, waardoor de grote witachtige pit, de behennoot, vrijkomt. De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN geklasseerd als 'niet bedreigd'.
De soort komt voor van Egypte tot in tropisch Noordoost-Afrika en van Syrië tot op het Arabisch Schiereiland. Moringa peregrina (Forssk.) Fiori Royal Botanic Gardens, Kew Hij groeit daar op rotsachtige hellingen van wadi's en ravijnen en verder in Acacia-Commiphora-bossen, op hoogtes tot 850 meter. Soms groeit de soort op bijna kale rotsen met een sterk gereduceerd wortelstelsel.
De boom wordt in het wild geoogst voor lokaal gebruik als bron van een hoogwaardige olie, die voornamelijk lokaal wordt gebruikt. Deze olie wordt uit het zaad gewonnen. De olie wordt gebruikt om te koken en om buikpijn mee te behandelen. Verder wordt de olie gebruikt in cosmetica en parfums. De Bedoeïenen winnen deze olie op een traditionele wijze, door de zaden te pletten. Vervolgens wordt er water aan toegevoegd en wordt dit gekookt. Het mengsel laat men een nacht staan, zodat de olie kan bovendrijven aan de oppervlakte. Deze wordt er dan vervolgens afgeschept.
De knol van de jonge plant wordt gegeten in Jemen en Oman. In het zuiden van de Sinaï wordt het hout verzameld om als brandstof te dienen. Moringa peregrina (Forssk.) Fiori Useful Tropical Plants
Categorie:Brassicales Categorie:IUCN-status niet bedreigd