Het Huis te Laar (ook wel Huis te Laer of Het Hof) was een kasteel in de Nederlandse plaats Zundert, provincie Noord-Brabant. Het voormalige kasteelterrein is volledig overbouwd geraakt.

Geschiedenis Jan van Nassau overleed in 1475 en liet het Huis te Laar na aan zijn zoon Engelbert II van Nassau. Deze verkocht het door aan ridder Jan van Nederven (†1494), die burgemeester was van Breda en schout van Rijsbergen en Zundert. Jan was gehuwd met Margriet van de Laer (1425-1488), een kleindochter van Engelbert I van Nassau. Het echtpaar ging wonen in het Huis te Laar.

Margriet vermaakte bij testament van 10 oktober 1483 het kasteel, inclusief alle goederen, cijnsen en lenen, aan Hendrik van Nassau. Er was wel een voorwaarde: het testament schreef namelijk ook voor dat er een nieuw gasthuis in Zundert moest worden gesticht en dat Hendrik hiervoor een bedrag van 200 kronen diende te overleggen. Uiteindelijk kwam dit gasthuis in 1494 tot stand, na de dood van Margriets echtgenoot.

In 1532 deed Hendrik van Nassau het kasteel over aan Roelof van Daelhem, heer van Dongen, die het in 1544 weer verkocht aan jonker Pauwels van Nassau. Drie jaar later kocht Maria van Wyngaerden het kasteel aan.

Wynand Glymes van Wyngaerden, ridder en burggraaf van Geldernacken, verkocht het kasteel in 1630 aan jonker Engelbrecht Mannemaeker van Liedekerke, heer van Hoffwegen. Deze liet het na aan zijn moeder Louise van Oyenbrugge, die het weer verkocht aan jonkheer Diederik van der Does. miniatuur|Standbeeld van Margriet van de Laer (1425-1488), bewoonster van het Huis te Laar Jonker Nicolaas van der Duyn kreeg het Huis te Laar in 1655 in eigendom. Hij verkocht het in 1679 aan de schout Johan van Bergen. Deze overleed in 1701 op Huis te Laar, dat vervolgens door zijn zoon werd geërfd. Die behield het kasteel niet want verkocht het in 1712 aan de militair Arnout Otto. Deze zou het kasteel verbeteren en tevens de tuinen rondom aanleggen. Otto's weduwe Anna Catherina Valkenier verkocht in 1744 het kasteel aan Andreas Augustus Pretorius, officier in het Staatse leger.

Josephus Constantinus van Beeck kreeg het kasteel in 1763 in bezit, Jean François de Roode in 1787. Hij verkocht het vijf jaar later weer aan de officier Johan Michiel Zorreth.

In 1799 werd Deen de nieuwe eigenaar. Hij was kassier geweest van prins Willem V. miniatuur|De ruïne van het Huis te Laar op de kadastrale kaart van 1811-1832 Het Huis te Laar kwam in 1804 in eigendom van J.J. van Trier d'Hautbierge. Uiteindelijk werd F.J. de Ridder de Rancour, burgemeester van Brussel, de laatste kasteeleigenaar.

In 1814 had de Engelse generaal Thomas Graham zijn hoofdkwartier in Zundert opgeslagen. Zijn troepen staken toen het kasteel in brand; alleen de bijgebouwen bleven gespaard. De puinhopen waren pas in 1827 opgeruimd en de nog bruikbare bakstenen werden hergebruikt voor het nieuwe raadhuis van Zundert. De laatste restanten werden in 1849 afgebroken.

Beschrijving Het kasteel is vóór 1475 gebouwd. Het zou toen een verdedigbaar kasteel met diepe grachten zijn geweest.

In de 18e eeuw was het Huis ter Laar een luxueus gebouw met diverse vleugels en een torentje. Het huis was omgeven door tuinen, parken en dreven. Naast het huis stond een boerderij met stallen en schuren. Rondom het complex lagen grachten.

Categorie:Verdwenen kasteel in Nederland Categorie:Bouwwerk in Zundert Categorie:Kasteel in Noord-Brabant