thumb|Houtgravure van Walter naar foto van Olie. De Rozenstraat gezien in westelijke richting over de Prinsengracht thumb|Gevelsteen (foto 2011) Prinsengracht 206 is een gebouw aan de Prinsengracht in Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Prinsengracht diende tot in de 17e eeuw als stadsgrens. In die eeuw werd aan de overzijde van de gracht de Jordaan volgebouwd en verschoof de stadsgrens richting de Lijnbaansgracht en Singelgracht. Prinsengracht 206 is gebouwd aan de Jordaanzijde van de gracht en staat op de hoek van de Rozenstraat.

Gebouw Stadsherstel heeft de geschiedenis van dit gebouw tot aan het begin van de 17e eeuw teruggehaald. Een van de vier burgemeesters van Amsterdam, Reynier Cant had hier in de straat een perceel grond. Zijn weduwe Maria Cant kocht er een perceel bij dat aan de gracht gelegen was. In 1625, toen de erfgenamen van Maria Cant de percelen verkocht hebben, kwam er bebouwing. Het gebouw had eeuwenlang een pothuis; in 1719 moest er precariobelasting betaald worden en in 1925 gaf de Dienst der Publieke Werken toestemming het af te breken. Het gebouw heeft door de eeuwen heen onderdak geboden aan winkels en woningen. Stadsherstel over Prinsengracht 206 (geraadpleegd 18 juni 2026)

Recente geschiedenis Het gebouw werd op 8 september 1970 opgenomen in het rijksmonumentenregister onder de duiding:

Het gebouw werd voor het eerst fotografisch vastgelegd toen Jacob Olie hier in 1893 een foto maakte van Vereniging Ons Huis aan Rozenstraat 12. De foto inspireerde Johannes Walter tot het maken van een houtgravure. Op foto en gravure is al zichtbaar dat het voor de gracht een pand is van gangbare grootte, maar ten opzichte van de panden aan de Rozenstraat groot en diep. Het gebouw met pothuis is dan al winkel/woonhuis. Met aan de Prinsengracht de bedrijfsingang en aan de Rozenstraat de ingang met trappetje naar de woningen. Onder die verdiepingen is in het pothuis een ingang naar het souterrain te zien. De gebouwen in de Jordaan hadden door de jaren heen te lijden van achterstallig onderhoud en overbewoning, zeker bij groeispurten in Amsterdam. Dit leidde ertoe dat het gebouw in 1932 in dermate slechte staat was dat er een bordje “onbewoonbaar verklaard” op een woongedeelte te zien was (Stadsherstel heeft het over twee hoog).Stadarchief Amsterdam: Beeldbank : foto gebouw in 1932 Wanneer Han van Gool in 1974 langsgaat voor de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, staat het gebouw er iets beter bij; wel is een klein erkertje boven de woningtoegangsdeur verdwenen. In 1987 liet Stadsherstel een uitgebreide renovatie uitvoeren, voornamelijk aan het woondeel, hetgeen volgens Amsterdam Monumentenstad een mooiere zijgevel gaf. Bij die renovatie vond men ook het souterrain terug. Zij meldde ook dat in de voornoemde lijst nog een raampje is geplaatst en dat de lijstgevel een puntdak inleidt dan wel afsluit.Amsterdam Monumentenstad (18 juni 2026) In de vroege 21e eeuw, rond 2003, moesten er werkzaamheden verricht worden aan de paalfundering. Deze bleek (deels) vergaan te zijn, waardoor het gebouw begon over te hellen; de gevel aan de Prinsengracht werd toen enkele jaren gestut.

Gevelsteen Ter voltooiing van de restauratie kreeg die zijgevel een gevelsteen. Die gevelsteen verwijst naar André Batenburg, die zowel voorzitter van de Raad van Bestuur was bij de Algemene Bank Nederland als commissaris bij Stadsherstel. Hij vroeg bij zijn afscheid een financiële bijdrage, zodat Stadsherstel dat gebouw kon aankopen. De gevelsteen, gedateerd anno 1985, verbeeldt zijn naam door een burcht (burg) waar zilver in valt, dat er als goud uitstroomt (baten). Het ontwerp is afkomstig van Jan Six en uitgevoerd bij Tobias Snoep & Vermeer.Amsterdamse Gevelstenen (geraadpleegd 18 april 2026) De zilverkleur ging na verloop van tijd verloren door oxidatie, waardoor er zwart geld te zien was; iets waar Batenburg bezwaar tegen maakte; het had resultaat.

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Rijksmonument in Amsterdam-Centrum