Het noordelijk Congolees bos-savannemozaïek (Engels: Northern Congolian forest–savanna mosaic) vormen een ecoregio in Centraal-Afrika. De ecoregio is onderdeel van de WNF-bioom tropisch of subtropisch grasland, savanne of struweel. Het is deel van de band van de overgang die wordt gevormd door bos-savannemozaïek dat tussen de Congolese regenwouden en de tropische droge bossen, savannes en graslanden ligt.
Geografie Het noordelijk Congolees bos-savannemozaïek ligt tussen de equatoriale Congolese regenwouden in het zuiden en de drogere Oost-Soedanese savanne in het noorden. Het strekt zich uit van de hooglanden van Kameroen in het westen, via Centraal-Kameroen en het zuiden van de Centraal-Afrikaanse Republiek naar het zuidwesten van Zuid-Soedan en het noordoosten van de Democratische Republiek Congo, waar de ecoregio wordt begrensd door de overstromende graslanden van de Sudd, de Oost-Soedanese savanne en de montane bossen van het Albertine Rift.
De ecoregio ligt op een doorsneden plateau dat bestaat uit oude precambrische rotsen. De hoogte varieert van 500 tot 700 meter. Het grootste deel van het plateau wordt gedraineerd door de noordelijke zijrivieren van de Kongo, behalve het meest oostelijke deel dat wordt gedraineerd door de Nijl.
Klimaat De ecoregio heeft een tropisch savanneklimaat. De gemiddelde jaarlijkse regenval varieert van 1200 tot 1600 mm. De regenval is over het algemeen hoger in het zuiden, in de overgang naar de Congolese regenwouden, en lager in het noorden aan de rand van de Soedanese savanne. Er is een regenseizoen in de zomer en een droog seizoen in de winter. De temperaturen variëren van 34 °C in het natte zomerseizoen tot 13 °C in het koelere droge winterseizoen.
Flora De ecoregio bestaat uit een mozaïek van bos, open bosland en grasland.
Galerijbossen komen voor langs rivieren die het hele jaar door stromen en in gebieden met het hele jaar door grondwater. Typische galerijbossen bestaan onder andere uit Berlinia grandiflora, Cola laurifolia, Cynometra vogelii, Diospyros elliotii, Parinari congensis en Pterocarpus santalinoides. Overblijfselen van half-altijdgroen bos worden in het zuiden gevonden en bestaan voornamelijk uit typisch Congolese soorten zoals Afzelia africana, Aningeria altissima, Cola gigantea, Gambeya perpulchra, Khaya grandifoliola en Morus mesozygia.
Beboste en open graslanden zijn wijdverspreid. De grond is dicht begroeid met overblijvende grassen, waaronder soorten van Andropogon, Hyparrhenia en Loudetia. Bomen, waaronder Annona senegalensis, Burkea africana, Combretum collinum, Hymenocardia acida, Parinari curatellifolia, Stereospermum kunthianum en soorten van Vitex en Strychnos, vormen open bosgebieden of staan verspreid in grassavannes. Veelvuldige, door mensen veroorzaakte, branden hebben ervoor gezorgd dat graslanden zich hebben verspreid in gebieden die vroeger bedekt waren met bos of bebossing.
Geïsoleerde stukken droog bos worden gevonden in gebieden met weinig menselijke bevolking en weinig door mensen veroorzaakte branden, vooral in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Centraal-Kameroen. Isoberlinia doka is de dominante boom, met Afzelia africana, Burkea africana, Anogeissus leiocarpus, Borassus aethiopum en Terminalia-soorten.
Fauna In de ecoregio leven verschillende grote zoogdieren, waaronder zowel bos- als graslandaangepaste soorten. Tot de grazende zoogdieren behoren de savanneolifant (Loxodonta africana), bosolifant (Loxodonta cyclotis), kordofangiraffe (Giraffa camelopardalis antiquorum), kafferbuffel (Syncerus caffer), oostelijke reuzenelandantilope (Taurotragus derbianus gigas), laaglandbongo (Tragelaphus eurycerus eurycerus), roanantilope (Hippotragus equinus), kob (Kobus kob kob), waterbok (Kobus ellipsiprymnus) en blauwrugduiker (Cephalophus rufilatus). Afrikaanse leeuw (Panthera leo leo) en Afrikaanse luipaard (Panthera pardus pardus) zijn de belangrijkste roofdieren in de ecoregio. Nijlpaarden (Hippopotamus amphibius) leven in en nabij rivieren en beken. Inheemse primaten zijn onder andere de groene baviaan (Papio anubis) en de huzaaraap (Erythrocebus patas). De westelijke zwarte neushoorn (Diceros bicornis longipes) kwam ooit voor in de ecoregio, maar is nu vermoedelijk uitgestorven. De noordelijke witte neushoorn (Ceratotherium simum cottoni) leefde ooit in het oostelijke deel van de ecoregio, maar is nu in het wild uitgestorven.
Bijna-endemische zoogdieren zijn onder andere de Afrikaanse tropische savannemangoeste (Dologale dybowskii), die ook voorkomt in het bos-savannemozaïek van het Victoriabassin, en Fukomys ochraceocinereus.
Veel voorkomende vogels zijn de roodmaskeragapornis (Agapornis pullarius) en de groene buulbuul (Eurillas virens). De rwenzorilijster (Geokichla oberlaenderi) is een bijna-endemische soort.
Inheemse kikkers zijn onder andere Hymenochirus boulengeri, Phrynobatrachus albomarginatus, Phrynobatrachus scapularis en Ptychadena ingeri. De hagedis Ichnotropis chapini en de slang Letheobia sudanensis zijn endemische reptielensoorten.
Beschermde gebieden Uit een beoordeling in 2017 bleek dat 104.288 km², oftewel 15%, van de ecoregio in beschermde gebieden ligt. Beschermde gebieden zijn onder andere:
Categorie:Ecoregio van Afrika Categorie:Tropisch of subtropisch grasland, savanne of struweel