Abraham Buford II (Woordford County, 18 januari 1820 – Danville, 9 juni 1884) was een Amerikaans militair en paardenfokker. Hij diende enkele jaren in het United States Army en nam deel aan de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in het Confederate States Army en klom op tot de rang van brigadegeneraal. Na zijn militaire loopbaan vestigde hij zich in Kentucky waar hij werkte als paardenfokker.

Vroege jaren Abraham Buford II werd geboren op 18 januari 1820 in Woodford County, Kentucky.Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. p. 39.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. p. 87-88. Hij was de zoon van William B. Buford en Frances W. Kirtley. Abraham werd vernoemd naar zijn grootoom Abraham Buford die gediend had in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Zijn familie stamde af van Franse Hugenoten die zich na vervolgingen in 1635 in de nieuwe wereld vestigden. Zijn neven, John en Napoleon Bonaparte Buford dienden later tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog in het Union Army.

Na zijn studies aan de Centre College in Danville, Kentucky werd hij in 1837 toegelaten tot de United States Military Academy in West Point. Buford studeerde af in 1841 en werd ingedeeld bij de First Dragoons als tweede luitenant. Tussen 1842 en 1846 diende hij in verschillende forten in het Kansasterritorium en het Indianenterritorium. Samen met zijn regiment diende hij in de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog waar hij na de Slag bij Buena Vista bevorderd werd tot gebrevetteerd kapitein. Na de oorlog diende hij in het New Mexicoterritorium. Daarna werd hij naar de Carlisle Barracks in Carlisle, Pennsylvania gestuurd. In 1854 nam hij ontslag uit het United States Army en keerde hij terug naar de familieboerderij in Versailles, Kentucky waar hij paardenfokker werd.

Amerikaanse Burgeroorlog thumb|A reliëf van brigadegeneraal Abraham Buford door Theo A.R. Kitson in het Vicksburg National Military Park.

Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog probeerde Buford, net als de rest van Kentucky buiten het conflict te blijven. Toen het Zuidelijke leger onder Braxton Bragg Kentucky binnenviel, sloot Buford zich toch aan bij de Zuidelijken. Hij hielp manschappen te rekruteren en werd op 2 september 1862 benoemd tot brigadegeneraal. Zijn eerste opdracht was om met zijn cavaleriebrigade de aftocht van Bragg te dekken uit Kentucky.

In het voorjaar van 1863 maakte Bufords brigade deel uit van generaal-majoor William W. Lorings divisie tijdens de Slag bij Champion Hill die plaatsvond op 16 mei. Deze Zuidelijke nederlaag luidde enkele maanden later de val van Vicksburg in. Tussen juli 1863 en maart 1864 voerde hij verschillende opdrachten in verschillende departementen in de Zuidelijke staten. Daarna werd zijn brigade overgeplaatst naar Forrest's Cavalry Corps. Samen met Forrest voerde hij op 25 maart 1864 een raid uit op Paducah, Kentucky en man hij deel aan de Slag bij Brice's Crossroads. Na de Slag bij Nashville raakte hij op 24 december 1864 gewond tijdens een schermutseling bij Richland Creek, Tennessee. Toen hij terugkeerde na zijn ziekteverlof voerde hij het bevel over een divisie in het cavaleriekorps van Forrest tot hun overgave na Wilsons Raid in maart en april 1865.

Latere jaren Na de oorlog keerde Buford terug naar zijn boerderij waar hij een vooraanstaande paardenfokker werd. Hij herdoopte zijn boederij Bosque Bonita (of mooie wouden in het Spaans). Hij kweekte een reeks van succesvolle racepaarden zoals Nellie Gray, Enquirer, Crossland en Versailles.

Tijdens de jaren 1870 diende Buford de ene tegenslag na de ander te verwerken. Door financiële tegenslagen werd hij bankroet verklaard en verloor hij zijn boerderij. In 1872 overleed zijn enige zoon, William A. Buford, op 23-jarige leeftijd en zeven jaar later verloor hij zijn echtgenote, Amanda Harris. Toen zijn broer, kolonel Thomas Buford, rechter John M. Elliott doodschoot in Frankfort spendeerde Buford veel geld om zijn broer bij te staan. Uiteindelijk werd Thomas Buford ontoerekeningsvatbaar verklaard en opgesloten in het psychiatrisch hospitaal in Anchorage.

Na het verlies van zijn boerderij schreef Buford voor kranten die gespecialiseerd waren in paardenraces. Ondertussen had zijn broer een ontsnappingspoging gedaan uit de instelling. Buford zocht rust en kalmte bij zijn neef Benjamin T. Buford. Daar benam de depressieve Abraham Buford II zich op 9 juni 1884 het leven. Zijn stoffelijk overschot werd gebraven op het Lexington Cemetery in Lexington, Kentucky Op 21 november 1911 werd een reliëf onthuld ter ere van Buford in het Vicksburg National Military Park. Deze plaquette werd vervaardigd door de kunstenares Theo A.R. Kitson. Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten