Het Ontzet van Coevorden of de verrassing van Coevorden was de herovering van de vestingstad Coevorden op de troepen van de bisschop van Münster, Christoph Bernhard von Galen, op 30 december 1672 tijdens de Tweede Münsterse Oorlog. De herovering vond ruim vijf maanden na het Beleg van Coevorden plaats en kwam tot stand op basis van een aanvalsplan van de Coevorder schoolmeester en koster Mijndert van der Thijnen, dat onder leiding van de Groningse luitenant-generaal Carl von Rabenhaupt werd uitgevoerd.
Het ontzet geldt als een van de eerste belangrijke overwinningen van de Republiek in het Rampjaar 1672, na een reeks van militaire nederlagen en verloren vestingen. De herovering van een vesting die als vrijwel onneembaar werd beschouwd, droeg bij aan het herstel van het vertrouwen in de militaire slagkracht van de Republiek en beïnvloedde daarmee het verdere verloop van de Hollandse Oorlog.
Achtergrond In het Rampjaar 1672 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tegelijkertijd aangevallen door Frankrijk, Engeland en de bisdommen Münster en Keulen. Terwijl de Franse legers vanuit het zuiden en oosten oprukten, richtte de Münsterse bisschop Christoph Bernhard von Galen, beter bekend als Bommen Berend, zijn aandacht op het noorden van de Republiek. Zijn doel was om de stad Groningen en de omliggende gewesten te veroveren en zo de Republiek verder te verzwakken. miniatuur|Bisschop Christoph Bernhard von Galen met op de achtergrond het Beleg van Groningen in 1672De opmars van de Münsterse troepen verliep aanvankelijk zeer succesvol. Binnen enkele weken vielen verschillende belangrijke steden, waaronder Deventer, Zwolle, Kampen, Steenwijk en Blokzijl. Hierdoor kwam de weg naar Drenthe en Groningen steeds verder open te liggen. Nadat de bisschop ook de verlaten Ommerschans zonder enige moeite innam, voelde hij zich gesterkt om verder noordwaarts te trekken.
Op 29 juni 1672 verscheen het leger van Von Galen voor de vesting Coevorden, een van de belangrijkste verdedigingswerken in het noordoosten van de Republiek.
Coevorden had een grote strategische betekenis. De vesting lag op een kruispunt van wegen tussen Drenthe, Overijssel en het Duitse achterland en werd daarom beschouwd als de “sleutel van het Noorden”. Wie Coevorden beheerste, kon troepen en voorraden relatief gemakkelijk door de regio verplaatsen en vormde een directe bedreiging voor Groningen. Ondanks haar reputatie als vrijwel onneembare vesting verkeerde Coevorden in 1672 echter in slechte staat.Ineke den Hollander, Een schricklijck jaer: de oorlog van 1672 in het noordoosten van de Republiek, Assen 2022, p. 58-59. Jaren van achterstallig onderhoud hadden de verdedigingswerken verzwakt, waardoor de stad na het kortdurende Beleg van Coevorden op 11 juli 1672 in Münsterse handen viel.
De val van Coevorden veroorzaakte grote onrust binnen de Republiek. Niet alleen ging een strategisch belangrijke vesting verloren, maar ook leek de weg naar Groningen open te liggen. Hoewel het Beleg van Groningen later dat jaar mislukte, bleef Coevorden een belangrijke uitvalsbasis voor de Münsterse troepen.
Aanloop naar het ontzet
Mijndert van der Thijnen miniatuur|Een maquette van de vestingwerken van Coevorden in vroeger tijden Na de inname van Coevorden werd de stad door Münsterse troepen zwaar geplunderd en beschadigd, waardoor een groot deel van de bevolking de stad probeerde te ontvluchten. Onder de vluchtelingen bevond zich Mijndert van der Thijnen, schoolmeester, koster en predikant, die in september met zijn gezin naar Groningen uitweek.
Enkele weken later, op 17 oktober, werd hij ontvangen door luitenant-generaal Carl von Rabenhaupt, bevelhebber van Groningen.Ineke den Hollander, Een schricklijck jaer: de oorlog van 1672 in het noordoosten van de Republiek, Assen 2022, p. 128. Tijdens deze audiëntie presenteerde Van der Thijnen een plan voor de herovering van Coevorden. Hij beschikte over gedetailleerde kennis van de vesting en had de verdedigingswerken nauwkeurig in kaart gebracht. Centraal in zijn voorstel stond het gebruik van biezenmatten als brugconstructie, waarmee bij bevriezing van de gracht de vestinggracht kon worden overgestoken.miniatuur|Portret van Carl von Rabenhaupt met onder hem de vesting Coevorden
Von Rabenhaupt, die kort daarvoor succes had behaald tijdens het Gronings Ontzet, stond aanvankelijk sceptisch tegenover het plan. Hij liet Van der Thijnen de kaarten uit het hoofd opnieuw tekenen en ondervroeg hem uitvoerig over de situatie binnen de vesting. In de daaropvolgende weken werd Van der Thijnen regelmatig bij de luitenant-generaal ontboden voor nadere toelichting.
Militaire voorbereiding Intussen werkte Van der Thijnen in het geheim aan de productie van biezenmatten, die hij onder meer testte bij het Hoornsediep. Toen Van der Thijnen, na een periode van onzekerheid, overwoog zijn plan elders voor te leggen, gaf Von Rabenhaupt op 12 december alsnog toestemming voor de uitvoering.
Daarop werd de aanval verder uitgewerkt en werd het commando verdeeld over drie officieren. Luitenant-kolonel Frederik van Eybergen werd aangewezen als bevelhebber van de eerste aanval. Johan Wijler, die eerder dat jaar succes had geboekt met een verrassingsaanval op Oudeschans, kreeg het bevel over de infanterie en de tweede aanval. Jonker Johan Sickinghe, destijds 23 jaar oud, werd belast met het bevel over de cavalerie en de derde aanval. Laatstgenoemde stamde uit het adellijke geslacht Sickinghe en was een kleinzoon van jonker Johan Sickinghe (1576-1652), heer van Warffum, en van Roelof van Echten, drost van Drenthe.
Mars naar Coevorden Vertrek uit Groningen Op 27 december vertrok de ruiterij onder leiding van majoor Sickinghe om één uur ’s middags vanuit de Steentilpoort richting Coevorden. Onder de ruiterij bevonden zich twee broers van de commandant, de 22-jarige Hindrik Sickinghe en de 18-jarige Feio Sickinghe.
Twee uur later volgde de infanterie, bestaande uit 672 musketiers en diverse vrijwilligers, onder wie Mijndert van der Thijnen, die eerder die ochtend de biezematten voor de biesbruggen had verzameld, en Rudolph Sickinghe, edelman en lid van de Staten-Generaal en eveneens een broer van commandant Sickinghe. Laatstgenoemde sloot zich, zoals vele adellijke vrijwilligers, uit patriottische overwegingen bij de expeditie aan. De stadspoorten werden gesloten en vrijwilligers die zich nog wilde aansluiten werd dat alleen te voet toegestaan om te voorkomen dat iemand voor de troepen uit de vijand in Coevorden zou kunnen waarschuwen.
Eenmaal aangekomen bij de Galgenberg, kwam uit de richting van Helpen een trompetter te paard aanrijden. Bij het zien van de troepenmacht keerde deze direct om en vluchtte in de richting van Haren. Sickinghe zond enige ruiters achter hem aan om hem in te halen en te pakken te krijgen maar realiseerde zich dat zijn eigen paard en hij sneller zouden zijn dus zette zelf de achtervolging in. Het bleek een Münsterse trompetter die met brieven onderweg naar Groningen was. Sickinghe zond hem bewust door naar de Stad, alwaar hij direct werd vastgehouden.
Verplaatsingen en deserties Onderweg naar Coevorden splitste Sickinghe de ruiterij op en liet hij hen via verschillende dorpen richting Coevorden trekken zodat niet duidelijk werd welke plek uiteindelijk aangevallen zou worden. Bij dit proces liepen drie ruiters over naar de bezetters van Leek. Een ander, kapitein Wolf genaamd, liep ook over naar de vijand. Hij was ooit krijgsgevangene van Groningen geweest en was daana in dienst gegaan onder Sickinghe. Hij dacht echter dat de aanval zou plaatsvinden bij Nieuwe Schans en vluchtte die kant op om het dorp te waarschuwen.
Diezelfde avond bereikt de infanterie het dorp Gieten, waar de ruiters hen opwachtten. De volgende dag, op 28 december, gaf Sickinghe zijn ruiters opdracht om de route naar Coevorden af te sluiten om te voorkomen dat leden van de troepenmacht zouden kunnen deserteren. Voordat deze afsluiting volledig was uitgevoerd, waren echter twee dragonders uit de colonne naar Coevorden overgelopen. Hier waarschuwde zij de vesting wat hen te gebeuren stond. Commandant van de vesting, Jan de Mooij, beval zijn mannen om twee dagen en nachten extra alert te zijn.Nationale Bibliotheek van Nederland, Jaarboekje der kunst en wetenschap bevorderende maatschappij V.W., Amsterdam 1859, p.124.
Vertraging van de aanval Diezelfde avond bereikt de infanterie het dorp Gieten, waar de ruiters hen opwachtten. De volgende dag, op 28 december, gaf Sickinghe zijn ruiters opdracht om de route naar Coevorden af te sluiten om te voorkomen dat leden van de troepenmacht zouden kunnen deserteren. Voordat deze afsluiting volledig was uitgevoerd, waren echter twee dragonders uit de colonne naar Coevorden overgelopen. Hier waarschuwde zij de vesting wat hen te gebeuren stond. Commandant van de vesting, Jan de Mooij, beval zijn mannen om twee dagen en nachten extra alert te zijn.
Aan het einde van de dag bereikte Sickinghe en Wijler zoals gepland Emmen. Eybergen was echter door de sneeuw verdwaald geraakt en de geplande aanval de volgende dag kon niet doorgaan. In de vroege morgen van 29 december werden van der Thijnen en Sickinghe uit hun slaap gewekt door een ruiter. Hij zou hevige kanonschoten hebben gehoord aan de kant van Odoorn. Haastig verlieten beide mannen het huis. Sickinghe hoorde dat er in salvo's werd geschoten en oordeelde dat het troepen uit Keulen moesten zijn die de verdwaalde luitenant Eybergen aanvielen. Hij zond vier ruiters en zijn soldaten werden in Emmen verdedigend opgesteld. Bij terugkomst van de ruiters bleek dat Van Eybergen zijn soldaten opdracht had gegeven hun geweren schoon te maken.Jacob Honig (Jz.Jr.), Meijndert Minnes van der Thijnen, of de Verovering van Coevorden in 1672, Amsterdam 1846, p.177. Nadat ook Van Eybergen te Emmen was aangekomen, marcheerde het hele leger verder richting Erm.
Krijgsberaad en voorbereidingen Eenmaal aangekomen begonnen de voorbereidingen voor de aanval. De biesbruggen werden aan elkaar gebonden en de bijlen voor de palissaden gescherpt. Eybergen, Wijler en Sickinghe hielden een krijgsberaad met alle officieren. Eybergen haalde voor het eerst de kaarten van Mijndert tevoorschijn met daarop alle door Van der Thijnen ontworpen plannen. Velen twijfelden aan het slagen van de aanval aangezien ze geen grote legermacht waren en het plan zeer gewaagd was. Eybergen sprak hen sprak hen streng toe en aan het einde van de raad voelde iedereen zich gesterkt de poging te wagen. Eybergen beval iedereen om diezelfde avond om tien uur marsvaardig te zijn. Het wachtwoord voor het gevecht werd 'Holland' en de strijdkreet 'God met ons'. Iedereen werd verplicht een strohalm als teken van herkenning op hun hoed te bevestigen.
Het ontzet miniatuur|Prent genaamd: De verovering van Coevorden met kasteel miniatuur|Duitse kaart van de verovering van Coevorden (midden) Het leger vertrok op 29 december om tien uur ’s avonds en bereikte Dalen omstreeks één uur ’s nachts. Twee uur later arriveerde het bij de buitenwerken van Coevorden. Onderweg werd boeren verzocht hun honden binnen te houden, en ruiters van Sickinghe lieten drie officieren van commandant De Mooij passeren om geen argwaan te wekken.