Nach dir, Herr, verlanget mich (BWV 150) is een religieuze cantate van Johann Sebastian Bach.
Geschiedenis De cantate is een van de oudste Bachcantates die bewaard zijn gebleven en werd waarschijnlijk rond 1707 gecomponeerd.Richard D. P. Jones: The Creative Development of Johann Sebastian Bach. Volume 1: 1695-1717, Oxford University Press, Oxford 2007, , p. 99 Vanwege de algemene tekst valt de cantate niet direct te koppelen aan een bepaalde zon- of feestdag in het kerkelijk jaar. Er is geen autograaf bewaard gebleven, alleen een kopie uit 1753 van de hand van Bachs leerling Christian Friedrich Penzel.Christoph Wolff: Johann Sebastian Bach. 2e editie. S. Fischer Verlag, Frankfurt am Main 2000, , p. 96.
Tekst De tekst van koordelen 2, 4 en 6 bestaat uit parafrases van Psalm 25:1-2, 5 en 15. De teksten van de beide aria's en het slotkoor zijn geschreven door een onbekende librettist.
Sinfonia Koor: Nach dir, Herr, verlanget mich Aria (sopraan): Doch bin und bleibe ich vergnügt Koor: Leite mich in deiner Wahrheit Terzet (alt, tenor, bas): Cedern müssen von den Winden Koor: Meine Augen sehen stets zu den Herrn Koor: Meine Tage in dem Leide
Acrostichon De tekst van de vrij gedichte delen (3, 5 en 7) bevat een acrostichon: de beginletters van iedere regel spellen de naam 'Doktor Conrad Meckbach'. Meckbach was raadslid in Mühlhausen en mede op zijn voorspraak werd Bach in 1707 benoemd tot organist van de Blasiuskerk.
Bezetting De cantate is geschreven voor vier zangstemmen (sopraan, alt, tenor en bas), strijkers, fagot en continuo.
Zie ook Kalender van cantates van Johann Sebastian Bach Lijst van cantates van Johann Sebastian Bach
Externe link
Categorie:Cantate van Johann Sebastian Bach