Hendrik Jacob de Fluiter (Roermond, 20 februari 1907 – Wageningen, 28 januari 1970) was een Nederlands entomoloog. Hij verrichtte onderzoek naar schadelijke insecten in de landbouw en bosbouw en hield zich in de latere jaren van zijn loopbaan bezig met geïntegreerde bestrijding van insectenplagen.
Biografie De Fluiter werd geboren in Roermond, waar hij ook zijn jeugd doorbracht. Hij studeerde wis- en natuurkunde aan de Universiteit Leiden. Tijdens zijn studie verrichtte hij onderzoek naar de appelbloedluis (Eriosoma lanigerum). In 1928 schreef de Stichting Fonds Landbouw-Export Bureau 1916/18 een prijsvraag uit om meer inzicht te verkrijgen in de biologie van deze schadelijke insectensoort in Nederland. De Fluiter diende in 1929 een bekroond onderzoek in. Hij zette zijn onderzoek vervolgens voort in Leiden, waar hij in 1931 promoveerde op het proefschrift De bloedluis Eriosoma lanigerum (Hausm.) in Nederland.
Na zijn promotie werd De Fluiter werkzaam aan het Laboratorium voor Entomologie in Wageningen als assistent van prof. dr. W.K.J. Roepke. Hij verrichtte daar onderzoek naar verschillende schadelijke insectensoorten, waaronder de perenbloedluis (Eriosoma lanuginosum), de dennenbladwesp (Diprion pini) en de grauwe dennesnuitkever (Brachyderes incanus). Daarbij ging zijn bijzondere belangstelling uit naar de natuurlijke vijanden en parasieten van deze insecten.
Werk in Nederlands-Indië In 1934 vertrok De Fluiter naar Nederlands-Indië, waar hij werkzaam werd als entomoloog en fytopatholoog aan het Besoekisch Proefstation te Djember. In 1940 werd hij overgeplaatst naar het Proefstation Malang. Gedurende deze periode verrichtte hij onderzoek naar uiteenlopende entomologische, mycologische en nematologische vraagstukken met betrekking tot gewassen als koffie, thee, rubber, tabak en kina.
Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werd De Fluiter in maart 1942 krijgsgevangen genomen. Tot augustus 1945 verbleef hij in kampen op Java, Malakka en Thailand. Tijdens zijn gevangenschap hield hij een dagboek bij. Van augustus 1945 tot juni 1946 was hij werkzaam als militair entomoloog bij de hospitaaldienst van het KNIL in Thailand. Hij publiceerde later over malaria en de overdracht daarvan in krijgsgevangenenkampen in Thailand.
Loopbaan in Nederland Na zijn repatriëring naar Nederland in 1946 werd De Fluiter opnieuw verbonden aan het Laboratorium voor Entomologie in Wageningen, ditmaal als wetenschappelijk ambtenaar. Hij deed daar onder meer onderzoek naar de zwarte bonenluis (Aphis fabae).
In 1950 werd hij benoemd tot hoofd van de Entomologische Afdeling van het kort daarvoor opgerichte Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek in Wageningen. In deze functie verrichtte hij onderzoek naar de bladluis Pentatrichopus fragariae, een belangrijke overbrenger van virusziekten bij aardbeien. In 1954 werd hij benoemd tot adjunct-directeur van het instituut.
Samen met F.A. van der Meer ontdekte hij dat de dwergziekte van framboos werd overgebracht door de cicade Macropsis fuscula. Dit was het eerste bekende geval in West-Europa van virusoverdracht door een cicade.
Overige activiteiten De Fluiter was actief binnen talrijke wetenschappelijke verenigingen en commissies. Hij was sinds 1929 lid van de Nederlandse Entomologische Vereniging en vervulde van 1960 tot 1965 het voorzitterschap van de afdeling Toegepaste Entomologie.
Overlijden De Fluiter overleed op 28 januari 1970 in Wageningen aan een hartaanval, op 62-jarige leeftijd. Hij werd begraven op begraafplaats Leeuwerenk.
Publicaties (selectie)
Bijdrage tot de kennis der biologie en epidemiologie van de gewone dennenbladwesp, Pteronus (Lophyrus) pini (L.) in Nederland. Veenman, Wageningen (1932) Een belangrijke publicatie over de Nonvlinder. (1949) Fluctuaties in de dichtheid van de insectenpopulaties en hunne oorzaken. (1939) Het aaltjesprobleem in de koffiecultuur. Tijdschrift Over Plantenziekten (1947)
Categorie:Nederlands entomoloog Categorie:Persoon in een Jappenkamp Categorie:20e-eeuws bioloog