Nicolaus de Prumea (Winringen, 1395 – Bazel, 1439) was een Duits kanunnik en hoogleraar canoniek recht aan de Oude Universiteit van Leuven in het hertogdom Brabant. Hij was de eerste hoogleraar canoniek recht in Leuven en werd er tweemaal rector magnificus. Andere namen Nicolaus de Prumea was zijn naam in het Latijn. In het Nederlands betekent dit Nikolaas van Prüm, een abdijvorstendom in het Rooms-Duitse Rijk, waar hij geboren werd. Om dezelfde reden werd hij ook Nikolaas van Winringen genoemd.

Nikolaus van Keulen was een naam die duidde op de doctorstitel behaald aan de universiteit van Keulen.

Nog andere namen zijn Claes van Proemen, Nicolaesen van Pruijn, Clase van Proemme, Claes van Pruyn en Clase van Pruymme.

Levensloop Nicolas studeerde van 1412 tot 1413 aan de Artesfaculteit van de Universiteit van Erfurt. In 1413 behaalde hij de graad van baccalaureus in de artes aan de Universiteit van Wenen. In Wenen studeerde hij verder rechtsgeleerdheid. In 1415 verlegde hij zijn studies rechtsgeleerdheid naar de universiteit van Keulen, waar hij in 1417 baccalaureus in de beide rechten werd. In 1425 promoveerde hij in Keulen tot doctor in beide rechten. In de jaren 1417-1426 werkte hij als privaatdocent aan de universiteit van Keulen.

Nicolaus de Prumea verwierf in 1426 aan de pas opgerichte Universiteit van Leuven in Brabant de eerste leerstoel canoniek recht. Samen met professor Jean van Groesbeeck, hoogleraar Romeins Recht, vormde hij vanaf 1431 de Faculteit der Beide Rechten. In het stadsarchief van Leuven is een document bekend waarin een gift vermeld staat voor deze faculteit: Nicolaus de Prumea ontving twee maten wijn van Beaune en twee maten Rijnwijn; van Groesbeeck ontving vijf grote maten Rijnwijn. Beide hoogleraren waren de eerste twee hoogleraren rechtsgeleerdheid in Leuven. Bij de openingsplechtigheid van de Oude Universiteit van Leuven op 7 september 1426 in de Sint-Pieterskerk hield Nicolaus de Prumea de openingsrede.

Zijn wedde bedroeg 200 florijnen per academiejaar. Tweemaal was hij rector magnificus. Zoals destijds gebruikelijk liep het rectoraal mandaat slechts voor een trimester. Rector was hij in het jaar 1429 en in 1431. In 1432 betaalde de stad Leuven een laatste maal zijn jaarwedde.

In 1432 benoemde Ulrich von Manderscheid, die de pas benoemde prins-aartsbisschop van Trier was, hem tot zijn officiaal bij de kerkelijke rechtbank aldaar. In 1436 werd Ulrich afgezet.

In de jaren 1420-1430 had hij intussen meerdere kerkelijke ambten in het aartsbisdom Trier en het abdijvorstendom Prüm bekleed. Zo was hij er pastoor en kanunnik. Hij zetelde als kanunnik in de kapittels van de Onze-Lieve-Vrouweabdij in Prüm, van de Sint-Kastorkerk in Karden en van de Sint-Martinus en Sint-Severuskerk in Münstermaifeld.

Verder dook Nicolaus de Prumea op als kerkjurist op het Concilie van Bazel (1438). Een jaar later stierf hij daar aan de pest.

Categorie:Duits kanunnik Categorie:Duits rechtsgeleerde Categorie:Rector van de Universiteit Leuven (1425-1797) Categorie:Duits rechter Categorie:15e-eeuws wetenschapper