Het woonzorgcentrum Maria's Rustoord is een verzorgingshuis in Dadizele, een deelgemeente van het Belgische dorp Moorslede. Het is in 1825 opgericht voor armen, zwakken en behoeftigen. De functie van deze voorziening evolueerde volgens de noden van de tijd en de goedkeuring van de Vlaamse overheid.
Beschrijving De oppervlakte van het rusthuis anno 2026 is drie keer zo groot als die van het oude rusthuis. Er zijn 70 eenpersoonskamers met badkamer en hedendaags comfort. Op elke afdeling zijn er leefruimtes en is er een cafetaria aan de kant van de Beselarestraat. Er is een grootkeuken. Dit komt de bewoners ten goede, want het oude rusthuis beschikte over een- en twee- en driepersoonskamers met enkel een toilet in de gang.
Op vandaag (2026) werken er in het rusthuis acht zusters. Het is bekend om zijn ernstig zieke bejaarden die door de zusters en het personeel verzorgd worden.
Samenwerkingsverband KDV De Hoeksteen Het woonzorgcentrum maakt deel uit van het Samenwerkingsverband KDV De Hoeksteen. Tot deze organisatie behoren: vzw Blijvelde wzc te Kortemark vzw De Groene Verte woon en zorg te Merkem vzw Mater Amabilis wzc te Wervik vzw Godtsvelde te Kortemark vzw Cassiers wzc te Houthulst vzw O.L.V. Ter Westroze te Westrozebeke vzw Ten Anker te Nieuwpoort.
KDV De Hoeksteen vertegenwoordigt bij deze alle vzw’s uit het samenwerkingsverband.
Ieder woonzorgcentrum heeft zijn eigen werking. Door het samenwerkingsverband kunnen krachten gebundeld worden en is er een collectieve organisatie van vormingen voor de personeelsleden, een opvolging van de personeelsadministratie en een gezamenlijk aankoopproces.
Geschiedenis
Ontstaan
Louise de la Grange miniatuur|Schild Philippe De Croix en Louise De La Grange
De oorsprong van de bejaardenzorg in Dadizele ligt in het begin van de 19de eeuw. In 1825 stond de gravin Louise de la Grange, weduwe van Philippe de Croix, een stuk grond af voor de bouw, die zij op haar kosten liet uitvoeren. Het schild van de familie de Croix bevond zich boven de ingang.
De zusters van Liefde Kortemark In 1826 liet Pieter de Vloo een rusthuis bouwen in Kortemark. Op verzoek van pastoor Lampe gingen vijf zusters van de congregatie van de H. Vincentius naar het nieuwe rustoord.
Hieruit ontstond een nieuwe kloosterorde: de Zusters van Liefde van Kortemark. In 1859 konden de zusters een stuk moerasgrond kopen in Kortemark om de nog op heden bestaande gebouwen neer te zetten en achteraan werd een afzonderlijk gebouw, het “hospitaal” voorzien voor de verzorging van de meest voorkomende besmettelijke ziekten. De zusters waren actief in de verzorging van zieken aan huis. In juli 1860 namen de zusters de zorg van het “oudemannenhuis” van Dadizele over. De eerste twee zusters waren zuster Elisabeth (Coleta Labeeuw) en zuster Louise (Francisca Steelandt). Tot op heden zijn er zusters van Liefde van Kortemark actief in de rusthuizen van Kortemark, Aartrijke, Westkappel en Handzame.
De overeenkomst vóór de Eerste Wereldoorlog
Bij hun aankomst in Dadizele werd een overeenkomst gesloten tussen de zusters van Kortemark en het kasteel. Voor het kasteel tekenden prins Edouard de Montmorency – Luxembourg en mevrouw Leonie Ernestine de Croix. Voor het oudemannenhuis van Dadizele was het pastoor Gervoson, zuster Benedicte (Anna Verhaeghe), zuster-overste van Kortemark en pastoor Lampe van Kortemark. In de overeenkomst werd vastgelegd dat de kasteelheer en zijn vrouw het gebouw met de tuin gratis ter beschikking stelden van de zusters en dat zij grote herstellingswerken zouden uitvoeren. Verder werd overeengekomen dat er ieder jaar zou worden tussengekomen bij de aankoop van meubelen, beddengoed, linnen en voeding voor 13 tot 15 bejaarden. Na twaalf jaar werd het contract verbroken. De pastoors Gervoson, Ghesquière en Declerck moesten de rekeningen van de leveranciers van goederen voor het rusthuis betalen.
Het rusthuis als voorlopige woonplaats In 1917 werd Dadizele grondig verwoest. De zusters en bejaarden vluchtten naar Londerzeel en keerden terug in april 1919. Het rusthuis werd gedeeltelijk verwoest. Familie Neyrinck, ouders van Ada Desplenter-Neyrinck, vond er tijdelijk onderkomen in twee kamers van het rusthuis terwijl hun vader hun huis, net naast het rustoord, terug bewoonbaar maakte..
Overeenkomst na WOI: grond met hoeve Er werd eenzelfde overeenkomst voorgesteld door de kasteelheer van Dadizele als die van 1860. Remi Dewitte was sinds 1902 gevolmachtigd beheerder van de goederen van het kasteel. De overeenkomst vermeldde: “pacht aan dezelfde prijs van voor de oorlog”. In 1921 was er sprake van het “bureel van weldadigheid” dat ook kosten van de bejaarden moest dragen. Het jaarlijkse hulpgeld dat de adellijke familie jaarlijks gaf, bleef hetzelfde als in 1860. Ook werd aan het rusthuis 70% van de ouderdomspensioenen gegeven. Er heerste in de eerste jaren na de oorlog een discussie over de rol van het bureel van weldadigheid tussen enerzijds Remi Dewitte, de burgemeester, die tevens vermoedelijk voorzitter was van het bureel van weldadigheid en eveneens beheerder van de goederen van de kasteelheer en anderzijds zuster-overste van Kortemark.
Van januari 1922 tot eind de jaren dertig was de definitieve overeenkomst van kracht waarin het kasteel van Dadizele gaf zoals voordien de grond en de gebouwen voor de verzorging van de bejaarden, voerde grote herstellingen uit en bemeubelde het gebouw. De kosten voor de geneesheer waren voor het weldadigheidsbureel en de zusters moesten gratis verpleegd worden. De zusters hadden het recht om krankzinnigen te weigeren of weg te sturen.
De schenkingsakte van 1941 Eind de jaren dertig deed het kasteel geen herstellingen meer aan het rusthuis sinds het overlijden van graaf D’Hunolstein die opgevolgd werd door Markies de Bouillé. Voor hem was het rusthuis een lastpost. De Bouillé wilde het rusthuis schenken aan het klooster van Kortemark, maar had meer interesse in de stukjes grond die hij langs de Ketenstraat wilde afsplitsen om deze als bouwgrond te kunnen verkopen. In de discussie stond pastoor Van Steenbrugghe onder invloed van de rijke kasteelheer en Paul Dewitte. Deze laatste was de nieuwe beheerder van de kasteelgoederen en zoon van Remi Dewitte. De zusters van Kortemark hielden voet bij stuk en wilden niet dat er iets afgesplitst werd, aangezien de beschikbare oppervlakte al klein was voor een rusthuis, namelijk 37 are. Op 5 juli 1941 werd de schenkingsakte getekend door vzw “Klooster Hospitaal van Kortemarck” en de heer Paul Dewitte.
Herstellings- en uitbreidingswerken na de Tweede Wereldoorlog Jaren 1940 miniatuur|Maria's Rustoord - kapel In juli 1941 werd gestart met de dringende herstellings- en uitbreidingswerken. Tijdens de oorlogsjaren vorderden de werken langzaam en eindigden ze in 1950. De wijding van de kapel gebeurde op 11 december 1947. Deze laatste beschikt over brandglazen die gemaakt zijn door Frédéric Roderburg.
Het oud rustoord was een gebouw, gelegen langs de Beselarestraat, met een verblijf- en slaapzaal voor dertig mannen en vrouwen. Daarachter was de boerderij met stallingen en hokken voor de dieren. De akkers en weiden situeerden zich waar nu de Ridder Jan- en Sint-Sebastiaanlaan zich bevinden.
De uitbreidingswerken moesten in twee fasen uitgevoerd worden. De eerste fase werd de boerderij gesloopt. Op die plaats kon de uitbreiding dan gebeuren: de opbouw van de twee bestaande zijvleugels met kamers van één tot drie personen, vooraan verbonden door de keuken, achteraan door de kapel en de toiletten. In de tweede fase moest het oud rusthuis gesloopt en vervangen worden door een nieuw gebouw langs de Beselarestraat, zoals we het nog kennen.
Jaren 1960 tot en met 1980 In 1961 werden de gepachte gronden langs de Ommegangweg verkaveld en verkocht als bouwgrond, langs de tot dan toe niet bestaande Ridder Janlaan en Sint-Sebastiaanlaan. Daarmee verviel de hoevefunctie van het rustoord. Door de uitbreidingswerken groeide het bewonersaantal van 33 bejaarden in 1945 tot 69 bejaarden in 1977.
In 1962 verkreeg het rusthuis de erkenning door het Ministerie van Volksgezondheid en Gezin. De infrastructuur werd grondig gewijzigd tussen 1979 en 1981 om zo twintig dementerende bejaarden op te vangen. De aanbouw zou gebeuren in de binnentuin van het bestaande rusthuis.
In 1981 is een polyvalente zaal gebouwd en in 1982 werd het oud schoolhuis, tot dan toe bewoond door Martha D’Halleweyn, aangekocht en verbouwd tot een huis voor een rustend priester. Op 1 juni 1986 werd het rustoord een erkend verzorgingstehuis, een rust- en verzorgingstehuis met 37 bedden. De overblijvende 28 bedden bieden plaats aan bejaarden en vallen onder het statuut van rustoord.
Jaren 1990 In 1995 waren de eisen van de subsidiërende overheden gewijzigd. Een rusthuis moet ook de thuiszorg ondersteunen. Er dient personeel ter beschikking gesteld worden voor mensen die hulpbehoevend zijn, maar nog niet onmiddellijk in een rusthuis moeten opgenomen worden. Zo werd er gedacht aan de bouw van serviceflats in de omgeving van het nieuwe rusthuis. De bewoners van de serviceflats kunnen eveneens genieten van de diensten van het rusthuis, zoals de maaltijden, dringende verzorging,…
In 1999 werden plannen gemaakt voor de capaciteit van 66 bewoners in het rusthuis en 4 kamers voor kortverblijf. Voor de 17 serviceflats werd een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het OCMW van Moorslede, dat bouwheer zou worden.
Vanaf 2000 Op 3 april 2002 werden de plannen goedgekeurd door de Vlaamse overheid. De Zusters van Liefde uit Kortemark kochten toen het huis van wijlen Gerard Ingelbeen, met de chicoreiast. Om de grond rond het bestaande rusthuis nog wat uit te breiden, werd het oud schoolhuis van Walter Ingelbeen in de Ketenstraat gekocht. Men bouwde eerst een nieuwe woning voor Louis Dewanckele, priester op rust en aalmoezenier van het rusthuis. Dan volgde de afbraak van de polyvalente zaal van het oude rusthuis. Hierdoor kon het nieuwe rusthuis gebouwd worden op 8000m².
Op 5 januari 2004 startten de werken en op 1 mei 2006 werd het nieuwe rusthuis in Dadizele geopend en ingewijd door Mgr. Roger Vangheluwe..
In 2014 gaven de zusters van de H. Vincentius van Kortemark het dagelijks bestuur door naar een nieuwe raad van bestuur. Met dit nieuwe bestuur startte het WZC eind 2016 met de bouw van een extra vleugel. miniatuur|Maria's Rustoord - uitbreiding 2017 Begin december 2018 opende de nieuwe vleugel van het woon- en zorgcentrum. Dit is ter hoogte van de Ketenstraat. Ook kregen alle afdelingen een nieuwe naam. Er wordt dus niet meer gesproken van dienst 1, dienst 2 en dienst 3, maar van "De Vijfwegen", "De Kleppe", "De Kadorre" en van "De Pleute". De cafetaria kreeg ook een nieuwe naam, namelijk "Den Ast".
Herkomst namen afdelingen en cafetaria "De Vijfwegen", "De Kleppe", "De Kadorre" en "De Pleute" verwijzen naar enkele gehuchten van Dadizele. In het verleden stond op de plaats waar de huidige cafetaria staat een ast. Deze werd afgebroken in 1996.
De Vijfwegen miniatuur|Herberg De Vijfwegen in 2010Het gehucht "De Vijfwegen" is gelegen op de grens met Geluwe. Er komen vijf wegen samen: de Geluwestraat, de Oude Ieperstraat (tweemaal), de Bakkerhoekstraat en de Dadizelestraat. De voormalige herberg De Vijfwegen op de hoek van de Geluwestraat en de Oude Ieperstraat wordt al in 1799 vermeld. In die tijd leefden we onder Frans bewind en werd het café "les Cinq Chemins" genoemd.