thumb|Gevelsteen (juni 2026) thumb|Naambord Los en Stigter (juni 2026)

Weteringschans 96 te Amsterdam is een gebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in de Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgens stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.

Gebouw Er werd hier dus gebouwd voor de gegoede burgerij. Er vestigden zich jonge gezinnen en dat riep volgens arts Israël Graanboom om een eigen kinderkliniek, daar waar andere een bezoek moesten brengen aan het kinderziekenhuis in de Sarphatistraat (een verlengde van de Weteringschans). Het gehele gebouw uit 1894/1895 werd ingericht als “tehuis voor zieke kinderen” van polikliniek tot operatiekamer en diverse slaapzalen, dan nog verdeeld in 1e, 2e en 3e klasse. Graanboom had zijn praktijk op nr. 98. Bij enkele gebouwen in de 100-serie zijn de architecten bekend en gerenommeerd; voor huisnummer 96 kwam het ontwerp van bouwmeesters en aannemers Engel van der Eijk en Johan Anton de Waal. Het stramien waarin gebouwd werd op dit deel van de Weteringschans is ook hier toegepast. Een plint herbergt een deel van het souterrain en de toegangsdeur naar de beletage; vervolgens zijn er twee etages, waarboven (in dit geval) een opmerkelijke bekroonde topgevel voor en een dakkapel in het schilddak. Het gebouw is vier vensterassen breed, waarbij de tweede van links risalerend is uitgevoerd. Dat risaliet is doorgevoerd tot in de topgevel. Het gebouw laat een schakering zien tussen donker en licht baksteen, grijs en gekleurd natuursteen en witte geveldelen in het dak. Voorts is er een ornament boven de toegangsdeur in dambordmotief.

Het bouwbedrijf van Eijk en de Paal was in heel Amsterdam actief met ontwerpen, bouwen en verkoop. De Waal ging na 1900 zelfstandig verder en was een van de oprichters van De Waalpalen.Amsterdam op de kaart - Monumenten Inventarisatie Project over Van Eijk en de Paal (geraadpleegd 2 juli 2026)

Gevelsteen In 1913 stond er een advertentie in de krant, die geplaatst was omdat de kinderkliniek gesloten was, maar bleef nog wel binnen de medische wereld met tandarts etc. In 1929 trok het Bureau voor Technische Adviezen van E. Flesseman en D.H. Stigter in het gebouw; zij lieten een gevelsteen plaatsen waaronder de tekst Inventum mutat mundum (Uitvindingen veranderen de wereld).Amsterdam op de kaart - Monumenten Inventarisatie Project over gebouw Weteringschans 96 (geraadpleegd 2 juli 2026) In 2026 is er nog steeds een plaquette zichtbaar, dan van Octrooibureau Los & Stigter.Los en Stigter (geraadpleegd 2 juli 2026) De gevelsteen (maker onbekend) laat drie werklui zien, die hun creatie laten beoordelen en beschermen door Vrouwe Justitia.Amsterdamse Gevelstenen (geraadpleegd 2 juli 2026)

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam