Nationaal park Tunari is een nationaal park in Bolivia. Het park werd opgericht in 1978 en beslaat 3.090 vierkante kilometer. Het park omvat bergen tussen 2200 en 5035 meter hoogte.

Het park is gelegen in het westen van het departement Cochabamba. Binnen dit departement beslaat het gebied in de provincies Ayopaya, Cercado, Quillacollo, Chapare en Tapacarí. De betrokken gemeenten zijn: Morochata, Cochabamba, Quillacollo, Sipe Sipe, Tiquipaya, Vinto, Colcapirhua, Sacaba, Colomi, Villa Tunari en Tapacarí.

De eerste bescherming dateert uit 1962 onder de regering van Víctor Paz Estenssoro waarbij het gebied ten noorden van de stad Cochabamba werd beveiligd vanwege de jaarlijkse overstromingen in nabijgelegen gemeenten tijdens het regenseizoen als gevolg van erosie en ontbossing in het Tunari-gebergte. In 1978, tijdens de regering van Juan Pereda Asbún, werd het gebied een nationaal park. In 1991, onder het bewind van Jaime Paz Zamora, werd het park uitgebreid tot zijn huidige grootte van 3.090 km².

De bron van de Chapare, een van de bronrivieren van de Mamore ligt in het park.

In de kewiña-bossen van het gebied werden vier endemische vogels waargenomen: Oreotrochilus adela, Aglaeactis pamela, Asthenes heterura en Compsospiza garleppi. De laatste soort is met uitsterven bedreigd. Andere kwetsbare vogelsoorten in het park zijn de Sicalis luteocephala, Saltator rufiventris, Oreomanes fraseri en Diglossa carbonaria.

Tunari