thumb|Toegang (juni 2026) Weteringschans 94 te Amsterdam is een gebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in de Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgens stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.

Gebouw Alhoewel alle huizen hier verschillend zijn, zijn ze voor wat betreft indeling (en gevelindeling) merendeels hetzelfde. Weteringschans 94 begint met een souterrain (basement) vervat in een plint van natuursteen, die tevens ruimte biedt aan de toegangsdeur. Deze deur als sommige staanders in de plint zijn bewerkt. Een klein trapje naar de toegangsdeur verraadt dat daarachter de bel-etage begint. Het portiek in aedicula-motief wordt geflankeerd door klassiek aandoende pilaren. Portiek en raampartijen daarboven zijn vervat in een risaliet, dat doorzet in de topgevel. Boven de beletage zijn nog twee verdiepingen geplaatst en het geheel; sluit af met een door consoles gedragen daklijst, die een opening kent voor de lux uitgevoerde hijsbalk. Het geheel doet volgens Bureau Monumenten en Archeologie denken aan renaissancebouw. Het gebouw werd tot gemeentelijk monument verklaard vanwege de vele ornamenten, zoals rode verblendsteen, verdiepte voegen, gedecoreerde deurpartij, risaliet, de voor die tijd modieuze asymmetrische aanblik, topgevel; met natuurstenen lijst, natuurstenen balustrade, afwisseling steensoorten en -kleuren, die verspreid over de gevel te zien zijn,

Monumenten en Archeologie wees ook op symbolen verwerkt in de deur. Anker, pakketten (toen nog paketten) en vaten wijzen op een eigenaar/opdrachtgever uit de (zee)handel. In eerste instantie werd het gebouw qua ontwerp toegewezen aan G.J. Venemans, die hier als projectontwikkelaar werkte met andere gebouwen aan de Weteringschans en Nicolaas Witsenkade.

Later onderzoek wees uit dat de architect van dit gebouw Carel Frederik Bögeholtz, die verspreid over Amsterdam minstens acht monumenten heeft ontworpen. De eerste bewoners was het gezin van Elisabeth Matthea Janssen en Albert Lourens Cornelis Palies. Hij was topman en aandeelhouder binnen het veemwezen en bijvoorbeeld oprichter van de (NV) Blaauwhoedenveem. Palies kon er maar kort van genieten; hij overleed in 1899; het gezin vertrok naar Haarlem.Amsterdam op de kaart – Monumenten Inventarisatie Project (geraadpleegd 3 juli 2026)

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam