Pauline Hermine Elizabeth Donceel-Voûte (Utrecht, 25 februari 1944 – Humain, 19 april 2025) was een in Nederland geboren archeologe en kunsthistorica, die het grootste deel van haar loopbaan in België werkzaam was, gespecialiseerd in de archeologie en kunst van het Nabije Oosten en de laatantieke christelijke kunst. Zij was verbonden aan de Université catholique de Louvain en publiceerde over vroegchristelijke mozaïeken, Byzantijnse kunst, de archeologie van Syrië, Jordanië en Palestina en de Dode Zee-rollen.

Leven en werk Voûte was het derde van vier kinderen in een gezin uit het geslacht Voûte. Haar ouders waren actief in het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name in de illegale pers.

Zij genoot een brede academische opleiding, voornamelijk kunstgeschiedenis en archeologie: aan de Sorbonne (vanaf 1964), de École du Louvre, het Collège de France (o.a. bij André Grabar), aan de École pratique des hautes études, het Institut catholique de Paris en het Institut Orientaliste de Louvain (Grieks, Syrisch). Voûte promoveerde aan de Sorbonne bij op een studie van de vloermozaïeken van Jordaanse kerken, Les pavements des églises byzantines de Syrie et du Liban : décor, archéologie et liturgie.

Van 1968 tot 1974 was zij assistent in de paleochristelijke en Byzantijnse kunstgeschiedenis aan de Université Paris I. Van 1974 tot 1978 was zij directeur van het Nederlands Historisch-Archeologisch Instituut te Istanbul, van waaruit zij archeologisch onderzoek in Anatolië verrichtte. Daarna vervolgde zij haar carrière aan de Université catholique de Louvain als hoogleraar archeologie en kunstgeschiedenis van het christelijke Oosten (1991-2016).

Samen met haar echtgenoot, de Belgische archeoloog Robert Donceel (1938–2019), werd zij vanaf 1990 betrokken bij de publicatie van het archeologische materiaal van de opgravingen van in Qumran en . Hun onderzoek leidde tot een alternatieve interpretatie van Qumran als een luxueus landgoed (villa rustica) in plaats van een nederzetting van de Essenen, een omstreden hypothese binnen de wetenschappelijke wereld. Hun gezamenlijke synthese verscheen uiteindelijk in 2017 onder de titel Matériel archéologique de Khirbet Qoumrân et ʿAin Feshkha sur la mer Morte, waarin het vondstmateriaal werd gepubliceerd.

Een ander belangrijk onderzoeksthema was Qanawat in zuid-Syrië, het antieke Canatha of Kanata, waar de profeet Job werd vereerd in een monumentaal complex van twee kerken.

Donceel-Voûte publiceerde daarnaast standaardwerken over vroegchristelijke mozaïekkunst in Jordanië en Syrië, iconografie van het Oosters christendom en de archeologie van het Nabije Oosten. Haar werk kenmerkt zich door een combinatie van kunsthistorische analyse, veldarcheologie en materiaalstudie.

Categorie:Belgisch archeoloog Categorie:Belgisch kunsthistoricus Categorie:Nederlands archeoloog Categorie:Nederlands kunsthistoricus