Marius Raaijmaakers (Grave, 29 oktober 1874 – Den Haag, 11 juli 1965) was een Nederlands reserve-luitenant-generaal der genie. Hij was in de jaren dertig betrokken bij de organisatie en ontwikkeling van de Nederlandse militaire luchtvaart.

Biografie Raaijmaakers werd geboren in Grave als zoon van kapitein Constantinus Wilhelmus Raaijmaakers en Maria Anna Catharina Eijmael. Hij volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda en werd in 1894 benoemd tot tweede luitenant bij de genie. In de daaropvolgende jaren vervulde hij verschillende functies binnen de genie, zowel in troepen- als stafdiensten.

Na de Eerste Wereldoorlog werd hij in 1919 bevorderd tot luitenant-kolonel en geplaatst bij het ministerie van Oorlog in Den Haag. Daar werkte hij als hoofdofficier toegevoegd aan de inspecteur der Genie. In 1929 werd hij zelf benoemd tot inspecteur der Genie, met gelijktijdige bevordering tot generaal-majoor.

In 1934 kreeg Raaijmaakers de leiding over een commissie die organisatorische problemen binnen de militaire luchtvaart moest oplossen. De Commissie-Raaijmaakers adviseerde de instelling van een centrale leiding boven de bestaande luchtvaartorganisaties. Op basis van deze aanbevelingen werd in 1935 de Inspectie der Militaire Luchtvaart opgericht, waarna Raaijmaakers werd benoemd tot eerste inspecteur der Militaire Luchtvaart.

Als inspecteur zette hij zich in voor de verdere professionalisering van de Nederlandse militaire luchtvaart. Naast bestuurlijke centralisatie pleitte hij juist voor een grotere geografische spreiding van de luchtvloot. Hij waarschuwde voor de kwetsbaarheid van de sterke concentratie van vliegtuigen op vliegkamp Soesterberg en stimuleerde de ontwikkeling van extra vliegvelden. Daarnaast werkte hij aan de modernisering en uitbreiding van de Nederlandse luchtmacht.

Na zijn pensionering in 1938 bleef Raaijmaakers actief in overheidsfuncties. In oktober 1939 werd hij benoemd tot voorzitter van de Advies-Commissie Vorderingen, die tijdens de mobilisatie toezicht hield op vorderingen en aanschaffingen voor defensiedoeleinden. Aan deze werkzaamheden kwam een einde door de Duitse inval in mei 1940. Tijdens de bezettingsjaren was hij werkzaam als hoofd van de Afdeling Defensieschade van het ministerie van Financiën. Daarnaast was hij vanaf 1950 als lid verbonden aan de Tweede Kamer van het Scheidsgerecht voor de Oorlogsschade.

Raaijmaakers overleed in 1965 op negentigjarige leeftijd in Den Haag na een kort ziekbed.

Staat van dienst

Tweede luitenant: 1894 Eerste luitenant: 1898 Kapitein: 1904 Majoor: 1916 Luitenant-kolonel: 1919 Kolonel: 1926 Generaal-majoor: 1929 Reserve-luitenant-generaal: 1934

Onderscheidingen

Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1922) Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1931) Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau (1938) Onderscheidingsteken voor langdurige dienst als officier (1909)

Bronnen

Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag

Categorie:Nederlands luitenant-generaal