De Koninklijke Belgische-Afrikaanse Unie (Frans: Union royale belgo-africaine), afgekort URBA-KBAU, is een Belgische vereniging die zich inzet voor het behoud van het gedeelde erfgoed en de historische vriendschapsbanden tussen Belgen en Afrikanen. Ze focust op de gedeelde geschiedenis tussen België en Centraal-Afrika en organiseert activiteiten zoals conferenties, debatten en herdenkingen, zoals de jaarlijkse herdenking van de slag bij Tabora.

Ze werd in 1912 als de Belgische Koloniale Unie (Frans: Union coloniale belge) opgericht. Door haar nauwe banden met de overheid, het Belgische hof en de koloniale economische elite speelde de Union Coloniale Belge gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw een belangrijke rol in de verspreiding van koloniale propaganda en de bevordering van de Belgische koloniale onderneming. Na de onafhankelijkheid van Congo werd de vereniging tot de Koninklijke Belgische Unie voor de Overzeese Landen, afgekort KBUOL, omgedoopt. In 2019 wijzigde de naam in Union Royale Belgo Africaine – Koninklijke Belgisch Afrikaanse Unie.

Geschiedenis De Union coloniale belge werd in opgericht op initiatief van generaal Albert Thys. De organisatie bracht bestaande kolonistenkringen en nieuw opgerichte koloniale verenigingen samen en had als doel de Belgische koloniale aanwezigheid, in het bijzonder in Belgisch-Congo, te ondersteunen en te bevorderen.

De oprichting van de vereniging werd gefinancierd door een combinatie van publieke en private middelen. Zij ontving een persoonlijke subsidie van koning Albert I, bijdragen van de toenmalige Belgische regering en financiële steun van verschillende koloniale handels- en financiële ondernemingen, waaronder de Société générale de Belgique, het Comité spécial du Katanga, de Compagnie maritime belge, de Compagnie du Congo pour le commerce et l'industrie en de Union Minière du Haut-Katanga. Onder de stichters waren de politici Auguste Beernaert, Louis Franck, Jules Renkin en Frans Van Cauwelaert. Voorzitter werd Beernaert, later opgevolgd door Gerard Cooreman.

De statutaire doelstellingen van de Union coloniale belge waren het voeren van propaganda ten gunste van de Belgische koloniale politiek, het organiseren van conferenties en lezingen, het oprichten van een informatiebureau over koloniale aangelegenheden, het samenstellen van een gespecialiseerde Afrikaanse bibliotheek en het aanbieden van voorbereidende cursussen voor personen die naar de kolonie wilden vertrekken. Daarnaast fungeerde de organisatie als overkoepelend platform voor de activiteiten van diverse koloniale verenigingen en kringen in België.

Na de onafhankelijkheid van Congo (1960) en Ruanda-Urundi (1962) werd de Union coloniale belge geleidelijk een federatie van verenigingen van oud-Congolezen. De vereniging werd tot de Koninklijke Belgische Unie voor de Overzeese Landen, afgekort KBUOL, omgedoopt. In 2019 wijzigde de naam in Union Royale Belgo Africaine – Koninklijke Belgisch Afrikaanse Unie, in het kort URBA-KBAU.

Gebouw De Union coloniale belge was vanaf haar oprichting gevestigd in een in 1901 gebouwd eclectisch herenhuis in de de Stassartstraat in Elsene. Bij de ingebruikname door de organisatie werd het gebouw met een conferentiezaal met een capaciteit van bijna 800 mensen uitgebreid, alsook twee kleinere auditoria, een bibliotheek en een museum. Vanuit de achterliggende Herdersstraat waren bijgebouwen bereikbaar. Vanaf 1912 was ook de eerder opgerichte Cercle Africain gehuisvest in het pand. Naast activiteiten van de koloniale vereniging vonden er in de grote zaal tijdens het interbellum concerten plaats. De ruimtes huisvestten ook Radio Bruxelles en later Radio Belgique. Théo Fleischman lanceerde vanuit het pand in 1926 ook het eerste gesproken nieuwsbulletin, zoals vermeld op een plakkaat op de gevel van het gebouw. Dit particuliere station had het monopolie op nationale uitzendingen. In 1930 werd de radio genationaliseerd en het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep opgericht, waarna de radio de de Stassartstraat verliet.

In 1952 werd het herenhuis in de de Stassartstraat gesloopt en een nieuw gebouw opgericht. Het nieuwe gebouw omvatte kantoren van de Revue coloniale en de Association des intérêts coloniaux belges, een grote raadzaal en grote ruimtes bestemd voor de Cercle Africain, waaronder een erezaal in de rotonde en een grote ontvangstruimte met bar.

Na de onafhankelijkheid van Congo namen de activiteiten af, maar de lokalen huisvestten nog tot 1985 de kantoren van voormalige koloniale bedrijven. In 1985 werd het gebouw overgedragen aan de Belgische Staat en bracht het Koninklijk Conservatorium Brussel er haar theaterafdeling in onder.

Externe link Officiële website

Categorie:Belgische vereniging Categorie:Belgisch-Congo