Het beleg van Rijsel in 1302 was het tweede beleg dat de stad Rijsel tijdens de Vlaamse Opstand te verduren kreeg. De stad was gelegen in het graafschap Vlaanderen maar sinds het eerste beleg in 1297 bezet door de Franse koning. Dit tweede beleg volgde op de Brugse Metten, het bloedbad waarbij duizend aanhangers van de Franse koning werden vermoord, de herovering van verschillende steden door de graaf van Vlaanderen en de Guldensporenslag, op 11 juli 1302, waar het Franse leger door de Vlamingen werd verslagen.
Verloop Na deze overwinning belegerde Jan I van Namen, zoon van Gwijde van Dampierre, Rijsel op 1 augustus 1302. Dit beleg was kort en relatief bloedloos.
De inwoners van de stad, die sinds 1297 in Frans bezit was, waren verdeeld tussen de notabelen die de koning van Frankrijk steunden en het volk dat de graaf van Vlaanderen aanhing.
Het stadsbestuur vroeg Filips IV van Frankrijk om hulp, die zijn steun beloofde.
De ambachtslieden overtuigden Étienne II de Sancerre, bevelhebber van de Franse troepen in Rijsel, om op 6 augustus een overeenkomst te tekenen waarin werd bepaald dat de stad zich op 15 augustus zou overgeven als er geen Franse versterkingen zouden arriveren.
De Vlamingen namen de stad op die datum in, omdat Filips de Schone zijn belofte van hulp aan zijn aanhangers niet had kunnen nakomen.
Nasleep Na Rijsel namen de Vlamingen andere steden over die in 1297 door de Fransen waren veroverd, namelijk Douai en Doornik.
Categorie:Geschiedenis van Rijsel Categorie:Vlaamse Opstand (1297-1305) Rijsel Rijsel Rijsel Rijsel Categorie:1300-1309