Maria Anna Lorenzani (circa 1700 - na 31 maart 1732) was een Italiaanse sopraan. Over haar leven is vrij weinig bekend, maar ze was van 1725 tot 1732 de prima donna aan het Weense keizerlijk hof.
Vroege carrière Het is onbekend waar en wanneer Lorenzani is geboren.
Ze was in 1718 werkzaam in Mantua en drie jaar later in Florence. In 1723 werkte ze in Milaan vanwege de verjaardag van de Spaanse koningin. Een jaar later verscheen ze in Venetië samen met onder andere Lucia Facchinelli; volgens de programmaboekjes was Lorenzani toen officieel in dienst aan het hof van Mantua.
In 1725 zou ze nog optreden in Milaan.
Optredens in Wenen Lorenzani was in 1723 voor het eerst in Wenen. Ze zong in Andrama van Antonio Caldara en kreeg hiervoor een positieve kritiek van Apostolo Zeno. In oktober 1724 verscheen ze in de opera Galatea vendicata van hofcomponist en teorbist Francesco Conti, die speciaal voor haar een nieuwe aria toevoegde aan de opera. Eind dat jaar zong ze ook nog in Conti's Meleagro.
In februari 1725 voerde Conti zijn opera Griselda op, speciaal geschreven voor de carnavalsperiode. Voor de hoofdrol had hij opnieuw Lorenzani aangetrokken. De opvoering was succesvol.
Prima donna Begin 1725 werd Lorenzani aangenomen als de nieuwe prima donna van Wenen. Hiermee trad zij in de voetsporen van Maria Landini en Regina Schoonjans.
Op 8 april 1725 trouwde Lorenzani met Conti, die sinds 1722 weduwnaar was van Maria Landini. Aangezien Lorenzani hetzelfde riante salaris ontving als haar voorgangster Landini - een bedrag van 4000 florijnen - ging het financieel voorspoedig met het kersverse echtpaar.
Conti's gezondheid ging echter snel achteruit. Dit beperkte hem in zijn werkzaamheden als teorbist. Ook was hij niet in staat de gewenste hoeveelheid opera's te schrijven waarin hij zijn echtgenote een glansrol kon geven.
Lorenzani zong in haar nieuwe rol als leidende zangeres onder andere in de opera's La Corona d’Arianna van Johann Joseph Fux (1726), Il Contrasto della Bellezza, e del Tempo van Conti (1726), Don Chisciotte in corte della Duchessa van Antonio Caldara (1727), La Forza dell’Amicizia in Oreste e Pilade van Georg Reutter (1728) en Il Disingannati van Conti (1729). In 1729 stond Ernone van Caldara op het programma.
In 1726 schreef Conti nog twee composities voor de naamdagen van prinses Maria Theresa en keizerin Elisabeth. De eerste compositie was een soort cantate, gezongen door Lorenzani en de castraatzanger Gaetano Orsini.
Na het overlijden van Francesco Conti in 1732 verliet Lorenzani Wenen. Ze was hierna nog in Venetië, maar het is onbekend wat er verder met haar is gebeurd.
Categorie:Italiaans sopraan