Het dubbele woonhuis aan de Vaart Zuidzijde 123-125 is een gemeentelijk monument in de Drentse hoofdstad Assen. Het pand, een dubbel herenhuis, maakt deel uit van het beschermde stadsgezicht.
Geschiedenis Eind augustus of begin september 1904 diende Hendrik Scheffer een kennisgeving van bouwen in bij het college van burgemeester en wethouders van Assen voor het oprichten van een dubbel woonhuis aan de Vaart Zuidzijde. Hoewel deze specifieke kennisgeving niet bewaard is gebleven, is het advies van stadsbouwmeester Boonstra over dit bouwvoornemen, gedateerd op 2 september 1904, wel overgeleverd.
Er is in de archieven geen officiële vermelding van een architect gevonden. Het pand wordt door Kitty Janssen en Anthony Ruijtenbeek in hun artikel over de architect Jan Smallenbroek echter toegeschreven aan Smallenbroek. Zij baseren deze toeschrijving op het feit dat Scheffer Smallenbroek diverse keren inschakelde om panden te bouwen, wat volgens hen duidt op een duurzame opdrachtgeversrelatie. Als contra-argument noemen zij zelf dat Scheffer op 22 oktober 1904 ook een kennisgeving indiende voor de bouw van vier arbeiderswoningen aan de Molenweg naar een ontwerp van architect Marcus de Vries Azn. — al lijkt het er volgens het kadastrale leggerartikel op dat deze woningen nooit zijn gebouwd en dat dit de enige keer was dat Scheffer De Vries inschakelde. Belangrijker voor de toeschrijving aan Smallenbroek vinden Janssen en Ruijtenbeek de bouwstijl, waarvan zij beweren dat deze grote overeenkomsten vertoont met andere panden zoals Oudestraat 11, Marktstraat 13-15 en Marktstraat 17-19 van de hand van Smallenbroek in Assen.
Architectuur
Exterieur Het vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken pand heeft een verdieping onder een met gegolfde Friese pannen gedekt afgeknot schilddak. Vanwege de detaillering vertoont de architectuur verwantschap met de neorenaissance bouwstijl. De zes-assige (begane grond) voorgevel wordt verlevendigd door verblendstenen details, uitmetselingen en gepleisterde accenten. De verspringende voorgevel heeft een gepleisterde plint.
Het linker geveldeel risaleert licht. Zowel de linker- als de rechter gevelpartij beschikt op de begane grond over twee rechtgesloten vensters en een eveneens rechtgesloten deur onder een geprofileerde latei en een verblendstenen strek met sluit- en aanzetstenen. De entree bevat de originele, bewerkte vleugeldeur onder een bovenlicht.
Op de verdieping staat boven de entree een venster onder een segmentboog met sluit- en aanzetstenen en een eenvoudig baksteenmozaïek in de boogtrommel. Het samengestelde venster hier rechts van staat onder een segmentboogvormige verblendstenen overspanningsboog met sluit- en aanzetstenen en eenvoudige mozaïekjes in de zwikken. De bovenkant van deze gevelpartij wordt begrensd door uitgemetselde tandfriezen en een op bewerkte klossen rustende dakgoot. De bakstenen dakkapel heeft een top met kraagstukken aan de aanzet en een geprofileerde deklijst met tuitbekroning. Het rechtgesloten venster in de dakkapel staat onder de met baksteenmozaïek ingevulde boogtrommel van een rondboog met sluit- en aanzetstenen.
Het iets terugliggende rechter geveldeel heeft op de begane grond een gevelindeling die spiegelbeeldig is aan die van de linker gevelpartij en is voorzien van een identieke entree, wat ook geldt voor het er boven staande venster. Het grotere verdiepingsvenster staat onder een vrij vlakke segmentboog met sluit- en aanzetstenen en een boogtrommel met mozaïekinvulling. De gevelbeëindiging wordt gekenmerkt door uitgemetselde kaders en een op bewerkte klossen rustende dakgoot. De uit dit deel van de kap stekende dakkapel is enigszins vergelijkbaar met de andere, maar wordt beëindigd door een gebogen profiellijst met een gepleisterde bekroning.
De rechter zijgevel is evenals de linker voorzien van enkele kleinere gevelopeningen, maar heeft op de parterre tevens twee kleine houten lichtvangen. De achtergevel is voorzien van rechtgesloten vensters onder een strek, die op de verdieping tevens met persiennes zijn behangen. De uitbouwtjes aan de achterzijde hebben een plat dak op het smallere en een zadeldak op het bredere gedeelte.
Waardering Het pand is een nog vrij gaaf en representatief voorbeeld van een vroeg-twintigste-eeuws woonhuis en heeft daardoor architectuurhistorische waarde. Omdat het deel uitmaakt van de waardevolle negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse bebouwing aan de Vaart heeft het tevens ensemblewaarde.
Zie ook Lijst van gemeentelijke monumenten in Assen
Categorie:Geschiedenis van Assen Categorie:Gemeentelijk monument in Assen Categorie:Bouwwerk van Jan Smallenbroek