Antonie Marinus Michiel van Loon (Gouda, 12 april 1882 – Overveen, 19 april 1967) was een Nederlands kolonel der infanterie. Tijdens de Duitse inval in mei 1940 was hij commandant van de IVe Divisie, die deelnam aan de Slag om de Grebbeberg.
Loopbaan Van Loon werd op 12 april 1882 geboren in Gouda als zoon van Jan Paul van Loon, administrateur van de militaire hospitalen, en Jannetje Lourens.
Na zijn opleiding aan de lagere school en de Hogere Burgerschool in Gouda volgde hij de Hoofdcursus te Kampen, waar hij in 1905 tot officier werd opgeleid. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot tweede luitenant bij het 5e Regiment Infanterie te Amersfoort. Gedurende de periode 1905–1910 diende hij daar als tweede en vervolgens als eerste luitenant.
In 1910 werd Van Loon gedetacheerd naar het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en geplaatst in Soerabaja. Twee jaar later werd hij overgeplaatst naar Timor, waar hij diende bij het op expeditie zijnde gedeelte van het 20e Bataljon Infanterie. In juli 1913 volgde een overplaatsing naar Flores. Enkele maanden later kreeg hij het bevel over het troependetachement op Soembawa. Naast zijn militaire taken werd hij belast met het civiel bestuur van het gebied.
In december 1917 werd Van Loon geplaatst bij het 9e Bataljon Infanterie te Tjimahi. In 1918 volgde zijn bevordering tot kapitein, waarna hij werd overgeplaatst naar het 4e Bataljon te Tjimahi. In 1919 keerde hij terug naar Nederland en werd hij geplaatst bij het 7e Regiment Infanterie te Amsterdam.
Van 1921 tot 1924 volgde hij de Hogere Krijgsschool. Na afronding van deze opleiding werd hij eerst in Harderwijk geplaatst en vervolgens gedetacheerd bij de Generale Staf in Den Haag. Op 1 november 1927 werd hij overgeplaatst naar de staf van de Vesting Holland. In 1933 werd hij bevorderd tot majoor en benoemd tot commandant van de Schoolcompagnie van de Motordienst te Haarlem.
In 1939 werd Van Loon bevorderd tot kolonel en benoemd tot commandant van de IVe Divisie, die deel uitmaakte van het IIe Legerkorps onder bevel van generaal-majoor J. Harberts.
Tweede Wereldoorlog Tijdens de Duitse inval in mei 1940 voerde kolonel Van Loon het bevel over de IVe Divisie, die belast was met de verdediging van het zuidelijke deel van de Grebbelinie rond de Grebbeberg en Rhenen. De divisie verdedigde deze sector tegen de aanval van het SS-regiment Der Führer.
Na het verlies van de voorpostenstrook bij Wageningen op 11 mei rapporteerde Van Loon de situatie aan generaal-majoor J. Harberts. Op diens bevel bereidde hij een onmiddellijke tegenaanval voor om het verloren terrein te heroveren. Tegelijkertijd gaf hij zijn ondercommandanten opdracht de hoofdweerstandslijn onder alle omstandigheden vast te houden en herinnerde hij de troepen eraan dat het verlaten van de stellingen in oorlogstijd als desertie kon worden bestraft.
De voorbereiding van de tegenaanvallen werd bemoeilijkt door een gebrekkig overzicht van de situatie aan het front en het ontbreken van voldoende gedetailleerde stafkaarten. Op 12 mei verliet Van Loon gedurende enkele uren zijn commandopost om persoonlijk wapens op te halen voor teruggekeerde militairen. Tijdens zijn afwezigheid wisten Duitse troepen de Nederlandse frontlijn verder te doorbreken.
Naarmate de gevechten voortduurden, nam de commandovoering binnen de 4e Divisie in complexiteit toe. Op 12 mei stemde Van Loon ermee in dat kapitein A.H.J.L. Fiévez, vertegenwoordiger van de commandant Veldleger, de operationele uitwerking van de geplande tegenaanval bij Achterberg op zich nam.
Op 13 mei, nadat zowel de frontlijn als de stoplijn waren doorbroken en zijn commandopost bedreigd werd, trok Van Loon zich met zijn staf terug naar Elst. Daar trachtte hij een nieuwe verdedigingslijn te organiseren, maar de Nederlandse troepen waren inmiddels zwaar uitgeput. Later die dag werd de Grebbelinie prijsgegeven en trok het Nederlandse leger zich terug achter de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
In 1942 werd Van Loon als krijgsgevangene geïnterneerd. Hij verbleef achtereenvolgens in Oflag XIII-B bij Hammelburg, Kamp Stanislau, Oflag 67 bij Neubrandenburg en het interneringskamp Ilag VII te Tittmoning. Na de bevrijding keerde hij in juni 1945 terug naar Nederland. In 1948 werd hij eervol ontslagen uit militaire dienst.
Staat van dienst
Soldaat: 1899 Korporaal: 1900 Sergeant: 1901 Tweede luitenant: 1905 Eerste luitenant: 1909 Kapitein: 1918 Majoor: 1933 Luitenant-kolonel: 1936 Kolonel: 1939
Onderscheidingen
Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1937) Oorlogsherinneringskruis (1949) Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier (1920)
Bron
Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag
Categorie:Nederlands kolonel Categorie:Nederlands militair in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nederlands krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Militair in het KNIL